De opleiding tot bachelor in de biologie biedt een solide theoretische basis, een ruime praktijkervaring en sterke onderzoeksvaardigheden. Zo kan de afgestudeerde bachelor succesvol instromen in de opleiding master biologie aan elke universiteit in Vlaanderen en Europa. Een naadloze doorstroming naar aanverwante masteropleidingen, zoals biomedische wetenschappen of biochemie, wordt mogelijk gemaakt via specifieke studietrajecten. Hoewel de doorstroming naar een masteropleiding prioritair is, kan de bachelor biologie ook rechtstreeks uitstromen naar de arbeidsmarkt. In de opleiding is bovendien aandacht voor soft skills: academische en praktijkgerichte competenties die levenslang inzetbaar zijn in een steeds evoluerende kennismaatschappij. Tijdens de bacheloropleiding maken studenten kennis met de brede waaier aan biologische disciplines, van het moleculaire niveau tot het ecosysteemniveau. De opleiding behandelt de diversiteit aan organismen, fysiologie, genetica, cel- en moleculaire biologie, ecologie en milieukunde, met de evolutieleer als overkoepelende theorie. In het eerste jaar komen de biologische basiswetenschappen aan bod, zoals celbiologie, genetica, evolutieleer, fysiologie en biochemie, aangevuld met een eerste kennismaking met biodiversiteit en de omgeving. In het tweede jaar staan ecologie, veldwerk en de verdere studie van biodiversiteit centraal, samen met de moleculaire genetica. Het derde jaar besteedt aandacht aan maatschappelijke, filosofische en ethische aspecten die biologen aanbelangen. Studenten kunnen zich verdiepen in ecologie en biodiversiteit, moleculaire biologie of zich voorbereiden op de educatieve master. Alternatieven zijn een buitenlandse studieperiode (Erasmus) of studiepakketten die een rechtstreekse doorstroming garanderen naar de masters biomedische wetenschappen of biochemie. De bachelor in de biologie krijgt daarnaast een basisvorming in chemie en biofysica, leert biologische processen wiskundig beschrijven en kan biologische data statistisch analyseren. Praktische vorming is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Vanaf het eerste jaar werken studenten in het laboratorium en op het terrein. In de lente zijn er excursies in alle studiejaren. In het tweede jaar verblijven studenten een week in een marien biologisch station. Andere opleidingsonderdelen bieden veldstages in het Nationaal Park Hoge Kempen of in een mediterraan gebied. Studenten kunnen ook meewerken aan een project voor de bescherming van een waardevol natuurgebied in samenwerking met een natuurorganisatie. De opleiding bereidt studenten grondig voor op een rol als onderzoeker. In het derde jaar voeren ze individueel onderzoek uit binnen een onderzoeksgroep, een onderzoeksinstituut of een externe organisatie. Ze leren wetenschappelijke teksten analyseren en schrijven, databanken gebruiken en mondeling communiceren — essentiële onderzoeksvaardigheden voor hun verdere academische traject. |