De elektronische studiegids voor het academiejaar 2025 - 2026 is onder voorbehoud.





Masterproef (2262)

  
Coördinerend verantwoordelijke :Prof. dr. Peter QUAX 
  
Co-titularis :dr. Jan VAN DEN BERGH 
 Prof. dr. Stijn VANSUMMEREN 


Onderwijstaal : Nederlands


Studiepunten: 30,0
  
Periode: semester 1 (0sp)semester 2 (30sp)
  
2de Examenkans1: Ja
  
Eindcijfer2: Numeriek
 
Examencontract: niet mogelijk


 
Volgtijdelijkheid
 
   Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Compilers (2167) 6.0 stptn
    Parallel and Distributed Systems (2166) 6.0 stptn
 

Inhoud

De student levert een eindproduct af op basis waarvan bepaald wordt op welke manier de specifieke eindcompetenties van de masterproef gehaald werden. Concreet omvat dit eindproduct de volgende elementen:

  • de masterproeftekst;
  • artefacten verbonden aan de masterproeftekst (zoals broncode);
  • een mondelinge presentatie op academisch niveau;
  • een wetenschappelijk vulgariserende tekst.

Voor de masterproef staat een specifieke leidraad ter beschikking waarin in detail aangegeven is welke de vereisten zijn m.b.t bovenstaande eiementen.



Organisatie- / Werkvormen
Werkvormen  
Presentatie  


Evaluatie

Periode 2    Studiepunten 30,00

Evaluatievorm
Ander examen100 %
Andere:Proefschrift en presentatie. Specifieke vereisten worden meegedeeld via de masterproefleidraad.

Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
 

Opmerkingen
 

In aanvulling bij de desbetreffende informatie in de OER, worden richtlijnen uitgedeeld met verdere concrete informatie in verband met de voorbereiding van de masterproef. In de loop van het academiejaar kan de informatie van deze richtlijnen aangevuld worden met praktische informatie, bijvoorbeeld i.v.m. afspraken en de procedure om het proefschrift in te dienen.



Eindcompetenties
master in de informatica
  •  EC 
  • EC 1: De afgestudeerde heeft op het gebied van informatica inzicht in de belangrijkste technologische ontwikkelingen en de onderliggende wetenschappelijke principes.

  •  EC 
  • EC 2: De afgestudeerde is in staat om de evolutie in het vakgebied van de informatica (en aanverwante gebieden) bij te houden, om de nieuwe technologieën te evalueren en ze zich eigen te maken.

  •  EC 
  • EC 3: De afgestudeerde heeft de nodige kennis en inzichten in minstens 1 subdiscipline die toelaten om een bijdrage te leveren aan het ontwikkelen of toepassen van vernieuwende ideeën in een bepaald gebied van de informatica (door verdieping van basiskennis op bachelor niveau, inclusief deze van wiskundige en andere wetenschappelijke grondslagen).

  •  EC 
  • EC 4: De afgestudeerde houdt rekening met de limieten van de informatica, zoals het bestaan van onbeslisbaarheid, en met het bestaan van belangrijke onopgeloste problemen in de informatica, zoals het P=NP vraagstuk.

  •  EC 
  • EC 5: De afgestudeerde kan zelfstandig een complex informaticaprobleem modelleren, de nodige abstracties invoeren, de oplossing gestructureerd beschrijven en implementeren, en ten slotte tegenover de stakeholders argumenteren waarom de gekozen oplossing en de bijhorende implementatie voldoen aan de gestelde specificaties.

  •  EC 
  • EC 6: De afgestudeerde is in staat om zelfstandig een wetenschappelijk probleem te situeren, te analyseren, te evalueren, een onderzoeksvraag te formuleren en hiervoor op een wetenschappelijk onderbouwde manier een oplossing voor te stellen.

  •  EC 
  • EC 7: De afgestudeerde is in staat om informatie kritisch te analyseren en te evalueren, en op een efficiënte manier te verwerken.

  •  EC 
  • EC 8: De afgestudeerde is in staat om informatie, ideeën en oplossingen te communiceren naar een publiek bestaande uit collega's informatici maar ook naar niet-specialisten door zich op het juiste abstractieniveau uit te drukken.

  •  EC 
  • EC 9: De afgestudeerde is in staat om op heldere wijze zowel mondeling als schriftelijk te rapporteren over haar/zijn werk in een nationale en internationale context.

  •  EC 
  • EC 10: De afgestudeerde functioneert goed in teamverband; zij/hij is in staat, door overleg in kleine en grote groepen, werkzaamheden te verdelen en op elkaar af te stemmen.

  •  EC 
  • EC 12: De afgestudeerde kan kritisch reflecteren over het eigen handelen, hierover verantwoording afleggen en zichzelf bijsturen waar nodig.

 

  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Aangeboden inTolerantie3
2de masterjaar in de informatica N
exchange master informatica K J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.