Onderzoeksseminarie 1 Regeneratieve Culturen en Structuren (2353) |
Onderwijstaal : Nederlands |
Studiepunten: 9,0 | | | Periode: semester 1 (9sp) | | | 2de Examenkans1: Ja | | | Eindcijfer2: Numeriek |
| Examencontract: niet mogelijk |
Volgtijdelijkheid
|
|
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
|
|
Groep 1 |
|
|
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
|
|
|
Cultuurwetenschappen 3 (2338)
|
5.0 stptn |
|
|
Ontwerpen 3A (3697)
|
9.0 stptn |
|
|
Ontwerpen 3B (3698)
|
9.0 stptn |
|
Of groep 2 |
|
|
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
|
|
|
Portfolio en ontwerpersidentiteit (3285)
|
3.0 stptn |
|
|
|
Verkennen van een regeneratieve toekomst adhv future visioning, hands-on exploreren van circulaire en regeneratieve materialen en concepten; reflecteren over bestaande circulaire en regeneratieve projecten en het ontwerpen en uitwerken van concrete circulaire en regeneratieve objecten en concepten voor een specifieke context
Bredere visievorming en kritische reflectie over circulaire economie en regeneratie
|
|
|
|
|
|
|
Project ✔
|
|
|
|
|
|
Casestudy ✔
|
|
|
Presentatie ✔
|
|
|
Seminarie ✔
|
|
|
Workshop ✔
|
|
|
|
Periode 1 Studiepunten 9,00
Evaluatievorm | |
|
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 35 % |
|
|
|
|
|
Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode | 40 % |
|
|
|
|
Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode | 25 % |
|
Andere: | procesbeoordeling op basis van nota's per sessie + self and peer
assessment |
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | - aanwezigheid en actieve deelname aan alle opdrachten en begeleidingssessies en zelfstudieopdrachten is verplicht voor deelname aan de tussen- en eindevaluatie - deelname aan excursies, workshops en activiteiten zijn verplicht- in geval van ongewettigde afwezigheid krijgt de student een vervangopdracht - verplichte actieve deelname bij presentatie van het groepswerk |
|
|
|
Gevolg | Indien de student 1 à 3 keer niet gewettigd afwezig is, wordt dit meegenomen in de individuele beoordeling van de student. Indien de student 4 of meer keer niet gewettigd afwezig is, wordt de student uitgesloten van deelname aan de evaluaties. |
|
|
|
Mogelijke externe locatie | ✔ |
|
Extra info | Groepscijfer wordt aangepast per student op basis van self and peer assessment en op basis van de individuele bijdrage en deelname aan wekelijkse activiteiten |
|
Tweede examenkans
Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
Toelichting evaluatievorm | Indien een hele groep niet slaagt, moet voor de tweede examenkans een
verbeterde versie van het eindproduct van het groepswerk worden
ingediend. Indien een individuele student binnen een groep niet slaagt,
krijgt die een aangepaste, individuele opdracht aansluitend bij de focus
van dit vak. |
|
|
|
|
 
|
Verplicht studiemateriaal |
|
Aanvullend studiemateriaal wordt ter beschikking gesteld op Blackboard |
|
|
Eindcompetenties Educatieve master in de ontwerpwetenschappen
|
- EC
| 5.1 De educatieve master is een domeinexpert ONT: de EM verdiept of verbreedt zijn domeininhoudelijke expertise verworven in de bachelor in de domeinen ontwerpen, bouwkunde, beelding en cultuur verder in minstens twee van deze domeinen op masterniveau, relevant voor de specifieke vakdidactiek(en). Hij beschikt daardoor over ontwerpmatige, bouwtechnische, beeldend-artistieke en cultuur- en menswetenschappelijke kennis en vaardigheden en kan deze aanwenden in zijn onderwijspraktijk. |
|
|
|
master in de architectuur
|
- EC
| De student heeft inzicht in de rol en betekenis van architectuur en de eigen handelingen hierbinnen in de samenleving en kan via architectuur in dialoog treden over ethische, culturele, maatschappelijke en esthetische kwesties en op deze wijze een meerwaarde creëren in zijn ontwerpen. | - EC
| De student heeft kennis over materialen, constructieve samenhang, comfort, berekenings- en simulatiemethodes en uitvoeringswijzen en kan deze kennis doordacht en innoverend inzetten en verantwoorden in het ontwerp en ontwerpproces. | - EC
| De student kan een architecturaal concept, ontwerp, ontwerpproces en onderzoeksdata inzichtelijk maken, doelgericht communiceren en ruimtelijk visualiseren op basis van een grondige beheersing van de beeldende media, zowel handmatig als digitaal, en dit zowel voor een breed als voor een gespecialiseerd publiek. | - EC
| De student kan ontwerpen en onderzoeken met zin voor verbeelding, kunstzinnigheid, intuïtie en emotie en met ruimtelijke intelligentie, zonder hierbij de bouwtechnische, architectuurwetenschappelijke en menswetenschappelijke aspecten uit het oog te verliezen. | - EC
| De student kan projectmatig en resultaatgericht werken in een realistische omgeving met oog voor maatschappelijk verantwoord ondernemerschap. | - EC
| De student kan zelfstandig en in team functioneren in een multidisciplinaire, internationale en interculturele omgeving. | - EC
| De student kan zelfstandig en kritisch reflecteren over een complexe maatschappelijke vraag en ruimtelijke omgeving, en op basis hiervan visies en mogelijkheden formuleren en een concept vertalen naar een ruimtelijk samenhangend ontwerp op verschillende schaalniveaus, rekening houdend met economische, ecologische, sociale, historische en esthetische dimensies. | - EC
| De student kan zelfstandig onderzoek verrichten op het niveau van een beginnend onderzoeker, onderzoeksresultaten evalueren en presenteren, en het ontwerpen inzetten als onderzoeksmethode. |
|
|
|
master in de interieurarchitectuur
|
- EC
| (Ontwerpend) onderzoeken vanuit intuïtie, experiment, associatief denken, verbeelding en emoties en hierbij blijk geven van een artistiek-exploratieve, beeldende invalshoek. | - EC
| Een ontwerp(proces) overtuigend communiceren aan leken en specialisten, via beeld, geschreven en gesproken woord en gebruik makend van gepaste visualisatietechnieken, zowel digitale als handmatige, op gelaagde, gerichte en beargumenteerde wijze. | - EC
| Kan methoden en theorieën van het ontwerpen van interieurs, in het bijzonder binnen de domeinen meubel/wonen, retail design, scenografie of herbestemming, innovatief inzetten bij het ontwerpen en doelgericht combineren met inzichten uit de humane wetenschappen, exacte wetenschappen en de kunsten. | - EC
| Kan vanuit een complexe ontwerpvraag, in het bijzonder binnen de domeinen meubel/wonen, retail design, scenografie of herbestemming, zelfstandig een relevant onderzoek (m.i.v. ontwerpend onderzoek) opzetten en uitvoeren, de resultaten ervan integreren in het ontwerpproces, erover reflecteren en rapporteren op wetenschappelijke wijze en resultaten van eigen onderzoek en van anderen kritisch interpreteren. | - EC
| Zelfstandig onderzoeks- en ontwerpstrategieën inzetten en tactieken uitdenken vanuit de maatschappelijke, historisch bepaalde en internationale context en in functie van een toekomstgerichte visie op het ontwerpen van de interieure ruimte. |
|
|
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
Aangeboden in | Tolerantie3 |
1ste masterjaar in de architectuur
|
N
|
Educatieve master in de ontwerpwetenschappen bouwkunde
|
N
|
exchange architectuur
|
N
|
exchange interieurarchitectuur
|
N
|
master in de interieurarchitectuur
|
N
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|