Ingenieur en maatschappij 2A (2611)

  
Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Hans GEYBELS 


Onderwijstaal: Nederlands


Studiepunten: 3,0
  
Periode: semester 1 (3sp)
  
2de Examenkans1: Ja
  
Eindcijfer2: Numeriek
 
Examencontract: niet mogelijk


 
Volgtijdelijkheid
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
Groep 1
 
  Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
    Ingenieur en maatschappij 1A (2575) 3.0 stptn
 
Of groep 2
 
  Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
    Ingenieur en maatschappij 1B (2576) 3.0 stptn
 


Inhoud
  1. Geloof en Wetenschap. Studie van de eigen taalspelen van religie en wetenschap en de mogelijkheidsvoorwaarden voor een dialoog tussen beide discplines.
  2. Ethiek, kwaad en vergeving (met casussen uit de ingenieursethiek). Vertrouwdheid genereren met de alomtegenwoordigheid van ethiek in het eigen leven en op de werkvloer. Vertrouwd worden met diverse manieren van ethisch redeneren.
  3. De bronnen en de eigenheid van het christendom. Analyse van wat geloven betekent, wat de bronnen van het christelijk geloof zijn en de historische figuur van Jezus van Nazareth.
  4. Analyse van de waarden die onze tijd domineren en een mogelijk antwoord op die evolutie vanuit het christendom.

De studenten volgen als deel van dit vak verplicht één leermodule over religie, zingeving en levensbeschouwing (RZL) in het elektronisch leerplatform Blackboard Ultra. Ze kunnen hiervoor kiezen uit volgende modules:
1. Duurzaamheid (ecologische crisis) / 2. Misdaad en (gevangenis)straf / 3. De vijfde of/en zesde dag: dier of/en mens / 4. Cultuursensitieve zorg / 5. Religion and Migration in Europe / 6. Religion and Science / 7. Palliatieve zorg / 8. Contemporary Art, Religion and Spirituality

De bedoeling van de module is (i) een kennismaking met een maatschappelijk thema waar religie, zingeving en levensbeschouwing relevant is, (ii) interdisciplinair overleg, en (iii) het eigen maken van de thematiek.

De online module wordt afgewerkt binnen welomschreven tijdslimieten die via het elektronische leerplatform kenbaar worden gemaakt.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege ✔  
Werkvormen  
Discussies /debat ✔  
Huiswerktaken ✔  
Portfolio ✔  


Evaluatie

Semester 1 (3,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode10 %
Behoud van deelcijfer in academiejaar✔
Huiswerktaken✔
Portfolio✔
Schriftelijk examen90 %
Meerkeuzevragen, geen correctie✔
Extra info

Indien een student een inhaalexamen heeft in eerste zit bestaat het examen niet uit meerkeuzevragen, maar betreft het drie open vragen.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm Er is geen herkansing voor de module (huiswerktaken/portfolio) op
Toledo. Het punt wordt overgedragen naar tweede zittijd.
Het schriftelijk examen is nu geen meerkeuze-examen, maar bestaat uit
drie open vragen.


Verplichte handboeken (boekhandel)
 

Handboek 1:

Weerbarstig geloof, Hans Geybels & Ellen Van Stichel, ISBN 9789463799096, Acco.

 

Verplicht studiemateriaal
 

Leermodule in elektronische leerplatform (Toledo)

 

Opmerkingen
 

Situering in het curriculum/leerdomein
Het opleidingsonderdeel maakt deel uit van het leerdomein Ondernemen en Maatschappij.
Omdat ethiek een mensvisie veronderstelt, wordt gebruik gemaakt van de in het tweede jaar ontwikkelde mensvisie in de cursus 'Ingenieur en maatschappij 1'. Bijgevolg wordt sterk geadviseerd het vak ‘Ingenieur en maatschappij 1A of 1B’ eerder opgenomen te hebben in je studieprogramma.

Relatie met werkveld
Er wordt gewerkt met casussen uit het handboek. Studenten kunnen altijd zelf casussen aanbrengen vanuit hun ervaringen met het bedrijfsleven om de relatie met het werkveld duidelijk aanwezig te stellen.
Buiten de kostprijs van het handboek zijn er geen andere onkosten verbonden aan het vak.


Aanvullende info
Het formuleren en onderbouwen van een standpunt inzake een ethisch of levensbeschouwelijk probleem maakt deel uit van de toetsing via het examen. Op het examen zullen enkele casussen centraal staan. Het zelfstandig ethisch en levensbeschouwelijk reflecteren (zien, oordelen) en handelen is de competentie waarover elke ingenieur moet beschikken.



Eindcompetenties
bachelor in de industriële wetenschappen
  •  EC 
  • EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten)

     
  •  DC 
  • 1.13 De student kent de basisbegrippen uit levensbeschouwingen en uit courante ethische denkkaders met betrekking tot wetenschap en techniek.

      
  •  BC 
  • De student is vertrouwd met alle aspecten van de band tussen ethiek, levensbeschouwing en techniek.
  •  EC 
  • EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen)

     
  •  DC 
  • 2.12 De student heeft inzicht in levensbeschouwingen en in courante ethische denkkaders met betrekking tot wetenschap en techniek. 

      
  •  BC 
  • De student kan ethische en levensbeschouwelijke vragen die opgeroepen worden door techniek levensbeschouwelijk ethisch situeren.

    De student is in staat een ethische en levensbeschouwelijke positie te verdedigen.
  •  EC 
  • EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren)

     
  •  DC 
  • 5.14 De student kan maatschappelijke problemen analyseren.

      
  •  BC 
  • De student is in staat ethisch en levensbeschouwelijk relevante informatie te verzamelen en te interpreteren.

    De student kan morele en levensbeschouwelijke dilemma's uit de ingenieurspraktijk analyseren.

    De student plaatst een maatschappelijk of ethisch probleemstelling in het juiste kader, formuleert de juiste doelstellingen en selecteert de gepaste redeneringswijze voor het opzetten van oplossingen.
  •  EC 
  • EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren)

     
  •  DC 
  • 8.3 De student kan door kritische reflectie eigen denken en handelen bijsturen.

      
  •  BC 
  • De student kan kritisch reflecteren over ethische dilemma's.

    De student kan zich een oordeel vormen omtrent ethische situaties.

     
  •  DC 
  • 8.4 De student kan omgaan met onzekere en/of beperkende context.

      
  •  BC 
  • De student is zich bewust van de onzekerheden en de grenzen van ethische en levensbeschouwelijke oordelen.

  •  EC 
  • EC11 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan bij het realiseren van een opdracht verantwoord denken en handelen rekening houdend met de maatschappelijke en internationale waarden, relaties en consequenties. (internationaal gericht en maatschappelijk verantwoord handelen)

     
  •  DC 
  • 11.4 De student heeft oog voor en houdt rekening met algemeen aanvaarde sociale en ethische normen in het eigen denken en handelen.

      
  •  BC 
  • De student toont interesse en respect voor andere ethische en levensbeschouwelijke standpunten en meningen en houdt hier in zijn communicatie rekening mee.
 

  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
3de bachelor in de industriële wetenschappen keuze J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.