De elektronische studiegids voor het academiejaar 2025 - 2026 is onder voorbehoud.





Geotechniek 1 (2666)

  
Coördinerend verantwoordelijke :Prof. ir. Bart VAN ZEGBROECK 


Onderwijstaal : Nederlands


Studiepunten: 3,0
  
Periode: semester 1 (3sp)
  
2de Examenkans1: Ja
  
Eindcijfer2: Numeriek
 
Volgtijdelijkheid
 
   Geen volgtijdelijkheid

Begincompetenties

Situering binnen het curriculum/leerdomein
Dit opleidingsonderdeel behoort tot het leerdomeinInfrastructuur. Het bereidt voor op het opleidingsonderdeel Geotechniek 2 en Project stabiliteit.



Inhoud

De cursus Geotechniek 1 heeft als voornaamste doel de studenten aan te leren hoe ze komen tot de meest economische oplossing van het funderingsprobleem. Naast het dimensioneren van het gekozen funderingstype, wordt ook het gedrag onderzocht van de grond in contact met water, het evenwicht van taluds en de grondkerende constructies. De fundering van een gebouw is een essentieel onderdeel die ervoor zorgt dat de constructie zowel gedragen wordt als voor het vermijden van zettingen. Ook waterkerende constructies komen veelvuldig voor. Taluds en grondkerende constructies zijn vaak belangrijk bij het optrekken van constructies.

In het deel Grondonderzoek worden de fysische eigenschappen besproken, die leiden tot een klassering en naamgeving van een grond, en zijn mechanische eigenschappen. In het deel Funderingen wordt uitgebreid aandacht besteed aan de klassieke funderingen, maar ook aan de moderne funderingstechnieken die zich de laatste jaren ontwikkelden. De problemen die de grondwaterstromingen veroorzaken en de studie van taluds en keermuren sluiten het opleidingsonderdeel af.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Applicatiecollege  
Werkvormen  
Oefeningen  


Evaluatie

Periode 1    Studiepunten 3,00

Evaluatievorm
Schriftelijk examen100 %
Gesloten-boek

Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
 

Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel)
 

Cursus 1:

Subtitel: Theorie

 

Opmerkingen
 

Relatie met onderzoek
Tijdens het vak worden de studenten op de hoogte gebracht van onderzoek naar de meest actuele funderingstechnieken.

 
Relatie met  werkveld
Dit vak wordt gegeven door een gastprofessor uit het werkveld, expert in geotechniek.



Eindcompetenties
bachelor in de industriële wetenschappen
  •  EC 
  • EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten)

     
  •  DC 
  • BK 1.4 De student kent de principes van grondmechanica.

      
  •  BC 
  • De student kent de basisprincipes van de grondmechanica.
     
  •  DC 
  • 1.11 De student kent de basis van bouwmaterialen, constructieonderdelen en constructies (inclusief gebouwen en civieltechnische constructies).

      
  •  BC 
  • De student kan de moderne funderingstechnieken plaatsen in een historisch kader.
  •  EC 
  • EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen)

     
  •  DC 
  • BK 2.4 De student heeft inzicht in de principes van structuurmechanica.

      
  •  BC 
  • De student kan alle geziene theoretische bewijzen in de cursus analytisch verklaren.

    De student kan inzichtsvragen omtrent actieve en passieve gronddrukken oplossen.
  •  EC 
  • EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren)

     
  •  DC 
  • BK 5.1 De student kan de geschiktheid van bouwmaterialen voor een specifieke toepassing bepalen, analyseren en beoordelen.

      
  •  BC 
  • De student kan mechanische en fysische parameters van een grond op basis van grondonderzoek bepalen.

    De student moet essentiële verschillen in normering voortkomend uit lokaal verschillende geologische gesteldheid kunnen duiden.
  •  EC 
  • EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren)

     
  •  DC 
  • 8.1 De student kan (berekende, gemeten of gesimuleerde) resultaten toetsen aan de literatuur en de werkelijkheid.

      
  •  BC 
  • De student kan conceptuele beschouwingen omtrent standzekerheid van grond- en waterkerende constructies hanteren.
  •  EC 
  • EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren)

     
  •  DC 
  • 9.1 De student kan correct, gestructureerd en gepast schriftelijk communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied.

      
  •  BC 
  • De student moet zijn denkproces voor zowel geotechnische berekeningen als kernbegrippen uit de geotechniek gestructureerd schriftelijk kunnen verwoorden.
 

  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Aangeboden inTolerantie3
3de bachelor in de industriële wetenschappen - bouwkunde J
schakel IW Bouwkunde: pba bouw - deel 2 J
voorbereidingsprogramma industriële wetenschappen bouwkunde J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.