De elektronische studiegids voor het academiejaar 2025 - 2026 is onder voorbehoud.





Fundamenten in kanstheorie en statistiek (3334)

  
Coördinerend verantwoordelijke :Prof. dr. Anneleen VERHASSELT 
  
Lid van het onderwijsteam :Prof. dr. Stijn JASPERS 


Onderwijstaal : Nederlands


Studiepunten: 5,0
  
Periode: semester 1 (5sp)
  
2de Examenkans1: Ja
  
Eindcijfer2: Numeriek
 
Volgtijdelijkheid
 
   Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
Groep 1
 
  Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
    Analyse 1 (0169) .0 stptn
    Complexe analyse (3332) .0 stptn
    Inleiding tot kanstheorie en statistiek (3319) .0 stptn
    Lineaire algebra (3983) .0 stptn
    Lineaire statistische modellen (3325) 5.0 stptn
 
Of groep 2
 
  Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
    Analyse 1 (4552) .0 stptn
    Complexe analyse (3332) .0 stptn
    Inleiding tot kanstheorie en statistiek (3319) .0 stptn
    Lineaire algebra (3983) .0 stptn
    Lineaire statistische modellen (3325) 5.0 stptn
 

Begincompetenties

De student is vertrouwd met complexe getallen en begrippen uit de lineaire algebra (vectoren en matrices) en analyse (functies, continuïteit, afleidbaarheid, reeksen, convergentie). De student heeft een basis aan statistische kennis (stochastische veranderlijke, verdelingen, verwachtingswaarde, kansen).



Inhoud

De student kent de begrippen uit de kanstheorie.

De student kent de kenmerken van een stochastische veranderlijke/vector en kan deze bepalen.

De student kent de voorwaardelijke verdeling en verwachtingswaarde en kan deze bepalen.

De student kan de verdeling bepalen van een transformatie van een stochastische veranderlijke/vector.

De student kan het convergentiegedrag van een rij stochastische veranderlijken onderzoeken.

De student kan schatters voor parameters voorstellen, hun eigenschappen en limietgedrag onderzoeken.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Responsiecollege  
Werkzittingen  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  


Evaluatie

Periode 1    Studiepunten 5,00

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode15 %
Behoud van deelcijfer in academiejaar
Huiswerktaken
Schriftelijk examen85 %
Gesloten-boek
Open vragen
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
Toelichtingformularium wordt ter beschikking gesteld

Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm Het schriftelijk examen (85% van het resultaat) kan hernomen worden in de 2e zittijd. De huiswerktaken kunnen niet hernomen worden in de 2e zittijd. Het deelcijfer voor de huiswerktaken (15% van het resultaat) wordt overgedragen naar de 2e zittijd.
 

Verplichte handboeken (boekhandel)
  ,
 

Eerder aangekochte verplichte handboeken
  ,
 

Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel)
 

Cursus 1:

Subtitel: Cursustekst
Extra info:

 

Aanbevolen literatuur
  ,


Eindcompetenties
bachelor in de wiskunde
  •  EC 
  • EC 1: De bachelor Wiskunde bezit een grondige basiskennis en heeft inzicht in verschillende domeinen van de wiskunde waaronder algebra, meetkunde, analyse, numerieke wiskunde, kanstheorie, statistiek, aspecten van discrete wiskunde en logica.

     
  •  DC 
  • 1.5: De bachelor wiskunde heeft grondige basiskennis en inzicht in kanstheorie

  •  EC 
  • EC 2: De bachelor Wiskunde bezit een gevorderde kennis en heeft inzicht in grote deelgebieden van de wiskunde (zuivere wiskunde, toegepaste wiskunde, ...).

     
  •  DC 
  •  2.2: De bachelor wiskunde bezit gevorderde kennis en inzicht in toegepaste wiskunde

  •  EC 
  • EC 3: De bachelor Wiskunde beheerst de formele wiskundige taal en werkwijze. Hij/zij kan met abstracte redeneringen werken.

     
  •  DC 
  • 3.1: De bachelor wiskunde beheerst de wiskundige notatie

     
  •  DC 
  • 3.3: De bachelor wiskunde kan conform axiomatische opbouw en logica een abstracte redenering opstellen en wiskundig verwoorden

  •  EC 
  • EC 4: De bachelor Wiskunde kan een wiskundig bewijs begrijpen, oordelen of een argument correct is en heeft inzicht in welke eigenschappen precies gebruikt worden (in de context van de verworven kennis).
    Hij/zij kan een lacune of een overbodige stap in een bewijs of een berekening herkennen.

     
  •  DC 
  • 4.1: De bachelor wiskunde kan een wiskundig bewijs of argument begrijpen en beoordelen op juistheid

     
  •  DC 
  • 4.2: De bachelor wiskunde herkent en heeft inzicht in welke (axiomatische) eigenschappen in een wiskundig argument of bewijs gebruikt worden en nodig zijn

  •  EC 
  • EC 5: De bachelor Wiskunde kan de theorieën en methoden toepassen op relatief eenvoudige wiskundige problemen (zowel theoretische als rekentechnische). Hij/zij kan zelf wiskundige redeneringen
    maken en opschrijven.

     
  •  DC 
  • 5.1: De bachelor wiskunde kan rekenkundige methoden (bijvoorbeeld integreren, afleiden van functies, variatie van parameters, hypothese toetsing, … ) toepassen om eenvoudige wiskundige problemen op te lossen

     
  •  DC 
  • 5.2: De bachelor wiskunde kan wiskundige theorieën toepassen om eenvoudige wiskundige problemen te analyseren

  •  EC 
  • EC 6: De bachelor Wiskunde kan de reeds verworven kennis integreren in nieuwe wiskundige onderwerpen. 
    Hij/zij begrijpt de samenhang tussen onderwerpen.

     
  •  DC 
  • 6.3: De bachelor wiskunde begrijpt de samenhang tussen verschillende onderwerpen

     
  •  DC 
  • 6.4: De bachelor wiskunde kan geleerde beginselen in het ene onderwerp integreren in een ander, nieuw onderwerp

  •  EC 
  • EC 12: De bachelor Wiskunde heeft een basiskennis van programmeren en kan courante wiskundige software gebruiken (bv. Maple, Matlab).

     
  •  DC 
  • 12.4: De bachelor wiskunde kan statistische analyses uitvoeren in R

  •  EC 
  • EC 16: De bachelor Wiskunde is in staat te plannen, hij/zij heeft inzicht in zijn leerproces en kan dit evalueren en bijsturen.

     
  •  DC 
  • 16.2: De bachelor wiskunde heeft inzicht in zijn/haar leerproces door zelfevaluatie

 

bachelor in de fysica
  •  EC 
  • EC 7: De bachelor Fysica kan de in de fysica gebruikte wiskundige methodes toepassen en beschikt over een goede rekenvaardigheid, met inbegrip van computationele technieken en programmeervaardigheden.

 

  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Aangeboden inTolerantie3
3de bachelorjaar in de fysica optie twin J
3de bachelorjaar in de wiskunde J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.