De elektronische studiegids voor het academiejaar 2025 - 2026 is onder voorbehoud.





Politicologie en Bestuurskunde II (4882)

  
Coördinerend verantwoordelijke :Prof. dr. Sofie HENNAU 
  
Co-titularis :Prof. dr. Jan BOON 
  
Lid van het onderwijsteam :Mevrouw Zahra CHOUA 


Onderwijstaal : Nederlands


Studiepunten: 6,0
  
Periode: semester 2 (6sp)
  
2de Examenkans1: Ja
  
Eindcijfer2: Numeriek
 
Examencontract: niet mogelijk


 
Volgtijdelijkheid
 
   Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Politicologie en Bestuurskunde I (4737) 6.0 stptn
 

Begincompetenties

De deelcompetenties die verworven zijn in het OPO 'Politicologie en Bestuurskunde I':

EC1:

  • De student heeft basisinzicht in de belangrijkste theoretische stromingen, basisbegrippen en onderzoekstradities binnen de politieke wetenschappen.
  • De student kent de historische en filosofische ontwikkeling en de theoretische grondslagen van de politieke wetenschappen.

EC2:

  • De student heeft basisinzicht in de eigenheid en complementariteit van de politicologie en de bestuurskunde.

EC3:

  • De student heeft inzicht in het meerlagige karakter van de overheid en de complexiteit van besluitvorming.
  • De student heeft kennis over de politieke en bestuurlijke processen, actoren en instellingen op de verschillende bestuursniveaus in België.
  • De student heeft rudimentaire kennis over de internationale en Europese politiek.

EC5:

  • De student heeft kennis van politiek en bestuurskundig wetenschappelijk onderzoek en van hoe politicologen en bestuurskundigen wetenschap bedrijven.
  • De student kan de basisconcepten en -theorieën van de politieke wetenschappen toepassen op de politiek-administratieve realiteit.

EC10:

  • De student evalueert zijn leerproces kritisch.

EC11:

  • De student kan constructief en oplossingsgericht met anderen naar een resultaat toewerken.
  • De student kan wetenschappelijke literatuur en onderzoeksresultaten op een effectieve manier delen met medestudenten.

EC14:

  • De student neemt een gezonde kritische attitude aan ten aanzien van de politiek en de overheid.
  • De student kan op een onderbouwde manier een eigen standpunt over verschillende politicologische en bestuurskundige thema's construeren en daarover op gepaste wijze communiceren.


Inhoud

Het vak Politicologie en Bestuurskunde 2 is gericht op het verkennen en begrijpen van de complexe wereld van bestuurskunde en politiek. Het vak bouwt voort op de fundamenten gelegd in Politicologie en Bestuurskunde 1 en biedt een diepgaand inzicht in de hedendaagse vraagstukken en uitdagingen waarmee het openbaar bestuur en de maatschappij worden geconfronteerd.

In het vak ontdekken studenten dat bestuurskunde over meer gaat dan traditionele concepten zoals overheid, ambtenaren en bureaucratie. Het vak richt zich op nieuwe concepten zoals burgerparticipatie, publiek-private samenwerking, deregulering, multi-level governance, netwerken en data-gedreven bestuur.

Het vak draagt bij aan de kennis over actuele bestuurskundige vraagstukken, die dagelijks in de krantenkoppen verschijnen. Studenten zullen leren hoe het openbaar bestuur is georganiseerd en functioneert, en zullen zich bezighouden met zowel beschrijvende als voorschrijvende benaderingen van bestuurskunde. De beschrijvende bestuurskunde streeft ernaar om inzicht te krijgen in de structuur en werking van het openbaar bestuur, terwijl de voorschrijvende bestuurskunde zich richt op het bieden van oplossingen voor bestuursproblemen en het verbeteren van het openbaar bestuur.




Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Casussessie  
Hoorcollege  
Werkvormen  
Discussies /debat  
Huiswerktaken  
Paper  
Presentatie  
Rollenspel (simulatie)  


Evaluatie

Periode 3    Studiepunten 6,00

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode40 %
Huiswerktaken
Paper
Reflectieopdracht
Mondeling examen60 %
Open vragen
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
VoorwaardenEen student moet minimum een 10/20 behalen op elke deelevaluatie om te kunnen slagen op het opleidingsonderdeel. Onder deelevaluaties verstaan we 1) het geheel van evaluaties tijdens de onderwijsperiode en 2) de evaluatie tijdens de examenperiode. Eventuele resultaten op aanwezigheid of voorbereiding tellen mee als deel van de evaluaties tijdens de onderwijsperiode.
GevolgEen student die op één (of beide) deelevaluaties een lager cijfer dan 10/20 behaalt, krijgt als cijfer het rekenkundig gemiddelde, met een maximum van 9/20 voor het vak.

Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm Studenten krijgen een vervangopdracht voor de taken waarop ze niet geslaagd waren en voor de taken die ze niet hebben ingediend. Indien studenten geslaagd waren op de taken, behouden zij hun deelpunten. Tweede kansexamen blijft een mondeling geslotenboekexamen.
 

Verplichte handboeken (boekhandel)
 

Handboek 1:

Handboek bestuurskunde. Organisatie en werking van het openbaar bestuur, Hondeghem, A., 2022, Vanden Broele

ISBN: 9789049619589

 

Verplicht studiemateriaal
 

Studiemateriaal dat beschikbaar wordt gesteld op Blackboard: powerpoints hoorcollege en cassussessies, wetenschappelijke artikels, websites, rapporten en bijkomend materiaal.



Eindcompetenties
bachelor in de sociale wetenschappen
  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van maatschappelijke structuren, processen, vraagstukken en technologieën, die vorm geven aan de rol en het functioneren van publieke en private organisaties, beleidsnetwerken, media en sociale bewegingen.

     
  •  DC 
  • De student heeft inzicht in het meerlagige karakter van de overheid en de complexiteit van besluitvorming
      
  •  BC 
  • De student kan de complexiteit van besluitvorming en het meerlagig karakter duiden en toelichten aan de hand van actuele voorbeelden.
     
  •  DC 
  • De student heeft kennis over de politieke en bestuurlijke processen, actoren en instellingen op de verschillende bestuursniveaus in België
      
  •  BC 
  • De student kan voor actuele problemen en tendensen inschatten welke actoren op welke beleidsniveaus betrokken zijn.
  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan mondeling, schriftelijk en visueel rapporteren over wetenschappelijk onderzoek op een onderbouwde, coherente en overtuigende wijze.

     
  •  DC 
  • De student voert een helder (schriftelijk, mondeling en/of visueel) wetenschappelijk betoog. Hierbij hanteert de student een correct, academisch taalgebruik.
      
  •  BC 
  • De student rapporteert over wetenschappelijke onderzoek op een onderbouwde, coherente en overtuigende wijze; op schriftelijke wijze (paper), mondelinge wijze (presentatie), en/of visuele wijze (presentatie).
  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan probleemoplossend, zelfsturend en innovatief denken en handelen, op basis van kritisch reflecteren over het eigen leerproces.

     
  •  DC 
  • De student kan zijn/haar participatie in het simulatiespel kritisch evalueren.
  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan relevante bronnen en literatuur omtrent een welbepaald sociaalwetenschappelijke vraagstuk identificeren, verzamelen en kritisch verwerken in een theoretisch conceptueel kader.

     
  •  DC 
  • De student kan de relevante bronnen en literatuur omtrent een welbepaald sociaalwetenschappelijk vraagstuk identificeren, verzamelen en kritisch verwerken in een theoretisch conceptueel kader.
      
  •  BC 
  • De student brengt kwaliteitsvolle bronnen samen in een conceptueel kader.

    De student kan academisch taalgebruik evalueren, en zelf correct toepassen.
     
  •  DC 
  • De student kan op een effectieve manier wetenschappelijke literatuur opzoeken.
      
  •  BC 
  • De student kent verschillende wetenschappelijke informatiebronnen, kan deze terug vinden en de kwaliteit ervan beoordelen.
  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethoden toepassen en resultaten aanwenden om maatschappelijke uitdagingen en concrete beleidsvraagstukken te analyseren en aan te pakken, met focus op digitalisering, diversiteit en/of democratie.

     
  •  DC 
  • De student kan kwalitatieve onderzoeksmethoden toepassen en resultaten aanwenden om maatschappelijke uitdagingen en concrete (beleids)vraagstukken omtrent digitalisering, diversiteit en democratie te analyseren en aan te pakken.
     
  •  DC 
  • De student kan theoretische concepten gebruiken om concrete vraagstukken rond digitalisering, democratie of diversiteit te analyseren en oplossingen voor te stellen.
 

  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Aangeboden inTolerantie3
2 ba major Bestuurskunde (democratie) met minor Communicatiewetenschappen (digitalisering) J
2 ba major Bestuurskunde (democratie) met minor Sociologie (diversiteit) J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.