De elektronische studiegids voor het academiejaar 2025 - 2026 is onder voorbehoud.





Verdieping in de ergotherapeutische praktijk (4928)

  
Coördinerend verantwoordelijke :Prof. dr. Annemie SPOOREN 
  
Lid van het onderwijsteam :Prof. dr. Barbara PISKUR 
 De heer Christophe WILLE 
 Mevrouw Eva DELOOZ 
 dr. Joke RAATS 
 Mevrouw Nele BERTELS 


Onderwijstaal : Nederlands


Studiepunten: 6,0
  
Periode: semester 1 (6sp)
  
2de Examenkans1: Ja
  
Eindcijfer2: Numeriek
 
Examencontract: niet mogelijk


 
Volgtijdelijkheid
 
   Geen volgtijdelijkheid

Inhoud

Dit opleidingsonderdeel zal ingaan op:

  1. Aspecten van participatie (participatie als uitkomstmaat en participatie als relationeel perspectief) en omgevingsfactoren die participatie bevorderen en/of belemmeren bij personen met psychische vragen, kinderen met een atypische ontwikkeling, personen uit de fysieke revalidatie of ouderenzorg.
  2. Participatie en omgeving-gerichte assessments (de klinimetrie - gekoppeld aan diagnostisch redeneren, inclusief meetinstrumenten).
  3. Interventies om de participatie te bevorderen. Het ‘evidence based’ opstellen van het behandelplan met daarin verschillende interventiemethoden; inclusief aspecten van een participatiegerichte organisatie.

Relevante wetenschappelijke kennis wordt verweven met impliciete kennis zodat toekomstige ergotherapeutische onderzoekers, clinici en managers competent worden in een participatiegerichte aanpak en ervoor zorgen dat organisaties toegroeien naar participatiegerichte centra.

Bovendien wil dit opleidingsonderdeel studenten vertrouwd maken met de volgende aspecten:

1. Van probleemgerichte zorg naar goal oriented (strength based) zorg.
2. De impact van het ziektebeeld op het dagelijks functioneren van de patiënt ("occupational science") en de gevolgen voor het ergotherapeutische of interprofessionele behandelproces.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Responsiecollege  
Werkzittingen  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  


Evaluatie

Periode 1    Studiepunten 6,00

Evaluatievorm
Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode20 %
Debat
Open vragen
Presentatie
Schriftelijk examen50 %
Paper
Mondeling examen30 %
Open vragen
Presentatie

Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm In tweede zit wordt het deelcijfer van de permanente evaluatie behouden.


Eindcompetenties
Master in de ergotherapeutische wetenschap
  •  EC 
  • MI6 - De basisconcepten van het menselijk handelen (occupatie) voortdurend in vraag stellen, data verzamelen en een bijdrage leveren aan de body of knowledge van occupational science.

  •  EC 
  • MI7 - Ergotherapeutische interventies op wetenschappelijke gronden evalueren en het methodisch handelen van zichzelf en anderen bijsturen.

  •  EC 
  • MI8 - De principes van clinical en scientific reasoning kennen en toepassen.

  •  EC 
  • MI1 - Ergotherapeutische theorie- en praktijkmodellen analyseren, vergelijken en evalueren om vervolgens nieuwe of aangepaste modellen te kunnen ontwikkelen.

  •  EC 
  • MI2 - Bijdragen aan de ontwikkeling van ergotherapeutische of multidisciplinaire ‘evidence based’ richtlijnen voor de diagnostiek en behandeling van specifieke en complexe problematieken.

  •  EC 
  • MI3 - Op een gerichte manier nieuwe tendensen en richtlijnen implementeren in een team.

  •  EC 
  • MI4 - Een actieve houding vertonen voor beroepsvernieuwing en levenslang leren en hierbij oog hebben voor de maatschappelijke veranderingen van de éénentwintigste eeuw.

  •  EC 
  • MI5 - Het beroep en het werkveld vergelijken met die van andere hulpverleners in nationale en internationale context, hierbij de rol en het beroep van de ergotherapeut onderzoeken en ondersteunen.

 

  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Aangeboden inTolerantie3
Master in de ergotherapeutische wetenschap J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.