Onderwijstaal : Nederlands |
Studiepunten: 6,0 | | | Periode: semester 1 (6sp) | | | 2de Examenkans1: Ja | | | Eindcijfer2: Numeriek |
| Examencontract: niet mogelijk |
Volgtijdelijkheid
|
|
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
|
|
|
In dit vak bestuderen we hoe overheidsbeleid tot stand komt. Studenten maken eerst kennis met de verschillende fasen van de beleidscyclus, van agendasetting tot evaluatie. Vervolgens verdiepen ze zich in het oplossen van beleidsproblemen als onderdeel van het beleidsproces. Ze verkrijgen inzicht in toegepaste beleidsanalyse en leren hoe probleem- en oplossingsanalyse vorm kunnen krijgen, welke methoden hierbij gebruikt kunnen worden, en welke dilemma’s of aandachtspunten dit met zich mee brengt. Daarnaast staan ze stil bij de betekenis van onderbouwd beleid. Tot slot leren studenten hoe ze beleidsadviezen die uit een analyse voortvloeien effectief kunnen communiceren naar beleidsmakers. De studenten passen deze inzichten vervolgens zelf toe op een real-life casus. Zij nemen in groep de rol van beleidsadviseur/-analist op en schrijven een beleidsnota rond een concrete case naar keuze. Via toegepaste probleem- en oplossingsanalyse komen zij in groep tot het formuleren van gericht beleidsadvies.
|
|
|
|
|
|
|
Casussessie ✔
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
|
|
Casestudy ✔
|
|
|
Groepswerk ✔
|
|
|
Huiswerktaken ✔
|
|
|
Oefeningen ✔
|
|
|
Paper ✔
|
|
|
Presentatie ✔
|
|
|
|
Periode 1 Studiepunten 6,00
Evaluatievorm | |
|
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 30 % |
|
|
|
|
Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode | 10 % |
|
|
|
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 10 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
|
|
|
|
Schriftelijk examen | 50 % |
|
|
|
Meerkeuzevragen, geen correctie | ✔ |
|
|
|
|
|
Extra info | De schriftelijke evaluatie in eerste zit bestaat uit een groepspaper. Bij het groepswerk wordt voldoende inbreng van elke student verwacht. De peerevaluatie gebeurt via het Buddycheck programma op Blackboard. De factor die door dit programma wordt berekend, wordt vermenigvuldigd met de score van het groepswerk voor iedere student. De berekeningswijze en het verloop van de peerevaluatie wordt verder uiteengezet in de studieleidraad/op Blackboard. Is er sprake van een mogelijk beduidend kleinere bijdrage, dan zal het opvolgproces inzake meeliftgedrag opgestart worden.
De mondelinge evaluatie in eerste zit betreft een mondelinge toelichting van de groepspaper.
De praktijkevaluatie is een individueel punt op basis van voorbereiding van de casussessies via huiswerktaken. |
|
Tweede examenkans
Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
Toelichting evaluatievorm | Indien studenten niet deelnemen aan het groepswerk en/of niet slagen
voor het vak in eerste zittijd, dan wordt voor de tweede examenkans een
aangepaste opdracht op individuele basis voorzien. Deze opdracht omvat
een schriftelijk en mondeling gedeelte. |
|
|
|
|
 
|
Verplichte handboeken (boekhandel) |
|
Handboek 1:
Bekkers, V., Fenger, M., & Scholten, P. (2025). Public Policy in Action: Perspectives on the Policy Process (Second Edition). Edward Elgar.
ISBN: 978 1 80088 316 1 |
|
 
|
Verplicht studiemateriaal |
|
(1) Powerpoints; (2) Bijkomend materiaal dat gedeeld wordt op Blackboard. |
|
|
Eindcompetenties bachelor in de sociale wetenschappen
|
- EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen beschikt over de nodige kwantitatieve, kwalitatieve en digitale methodologische vaardigheden om sociaalwetenschappelijk onderzoek onder begeleiding op te zetten en uit te voeren. | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft inzicht in en houdt rekening met de veelzijdige beïnvloedende factoren en de belanghebbende partijen (stakeholders), alsook met de maatschappelijke relevantie, duurzaamheid en impact van het realiseren van een opdracht. | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft inzicht in de onderlinge relatie van de belangrijkste theoretische stromingen, basisbegrippen, onderzoekstradities en historische ontwikkelingen binnen en tussen de vakgebieden van sociologie, bestuurkunde en communicatiewetenschappen, alsook in verhouding tot vakgebieden binnen en buiten de sociale wetenschappen (interdisciplinariteit). | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen houdt rekening met sociale en ethische normen in het eigen denken en handelen, op basis van een open, integere en kritische wetenschappelijke houding en een maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen is zich bewust van haar/zijn rol als sociale wetenschapper en eigen positie binnen een meerlagige, diverse samenleving. | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan een valide sociaalwetenschappelijke onderzoeksvraag formuleren, door theorie(ën) toe te passen op een goed afgebakend maatschappelijk vraagstuk, dit te kaderen binnen de bredere maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie. | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan mondeling, schriftelijk en visueel rapporteren over wetenschappelijk onderzoek op een onderbouwde, coherente en overtuigende wijze. | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan probleemoplossend, zelfsturend en innovatief denken en handelen, op basis van kritisch reflecteren over het eigen leerproces. | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan relevante bronnen en literatuur omtrent een welbepaald sociaalwetenschappelijke vraagstuk identificeren, verzamelen en kritisch verwerken in een theoretisch conceptueel kader. | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethoden toepassen en resultaten aanwenden om maatschappelijke uitdagingen en concrete beleidsvraagstukken te analyseren en aan te pakken, met focus op digitalisering, diversiteit en/of democratie. | - EC
| De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen toont betrokkenheid en getuigt van ondernemings- en verantwoordelijkheidszin om haar/zijn kennis en vaardigheden in te zetten in de civiele omgeving, de beleidspraktijk en de beroepsmatige context. |
|
|
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
Aangeboden in | Tolerantie3 |
3 ba major Bestuurskunde (democratie) met minor Communicatiewetenschappen (digitalisering)
|
J
|
3 ba major Bestuurskunde (democratie) met minor Sociologie (diversiteit)
|
J
|
exchange sociale wetenschappen
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|