Software Engineering (5220) |
| Onderwijstaal : Nederlands |
| Studiepunten: 9,0 | | | | Periode: semester 1 (9sp)  | | | | | 2de Examenkans1: Ja | | | | | Eindcijfer2: Numeriek |
|
Volgtijdelijkheid
|
| |
|
Geen volgtijdelijkheid
|
|
|
De studenten kunnen programmeren in een objectgeorienteerde programmeertaal.
|
|
|
|
In dit opleidingsonderdeel maak je kennis met de processen, tools en technieken om complexe, correcte en bruikbare software te bouwen. De verschillende fases van een software engineering process worden bestudeerd. We starten met een basis van requirements engineering. We behandelen diverse procesmodellen voor de ontwikkeling van software, inclusief agiele processen. Technieken zoals test-driven development en refactoring komen aan bod. Na het volgen van dit opleidingsonderdeel, kunnen de studenten (1) principes en kwaliteitsattributen van proces en product uitleggen en nastreven, (2) de fasen van het ontwikkelingsproces, de activiteiten, de resultaten en gerelateerde terminologie uitleggen, (3) een probleem analyseren waarvoor software moet gemaakt worden en dit omzetten in een verzameling gestructureerde vereisten (requirements), (4) UML (Unified Modeling Language) gebruiken voor het maken van een object-georiënteerde analyse en ontwerp van een gesteld probleem, en (5) een software ontwerp omzetten in gestructureerde en onderhoudbare object-georiënteerde code. De studenten verkrijgen ook inzicht in validatie, verificatie en testing, en kunnen de aangeleerde benaderingen toepassen, en verwerven de basisvaardigheden om software design en code gradueel te laten evolueren.
|
|
|
Semester 1 (9,00sp) Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Bij de herkansing wordt het groepsproject vervangen door een individuele opdracht. |
|
|
|
|
 
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Essentials of Software Engineering,Frank Tsui, Orlando Karam, Brabara Bernal,4th edition,Jones & Bartlett Learning,9781284106077 |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Extra materiaal wordt ter beschikking gesteld (online of tijdens de les). |
|
 
|
| Aanbevolen literatuur |
| |
Design Patterns: Elements of Reusable Object-Oriented Software,Erich Gamma; Richard Helm; Ralph Johnson; John Vlissides,Pearson Education,9780201633610
Refactoring: Improving the Design of Existing Code,Martin Fowler; Kent Beck; John Brant; William Opdyke; Don Roberts,1,Addison-Wesley,9780201485677
Applying UML and Patterns: An Introduction to Object-Oriented Analysis and Design and Iterative Development,Craig Larman,3,Prentice Hall,0076092037224 |
|
 
|
| Aanbevolen studiemateriaal |
|
|
Eindcompetenties bachelor in de informatica
|
- EC
| De afgestudeerde bachelor beschikt over een breed referentiekader waardoor hij/zij de eigen kennis en vaardigheden van het vakgebied voortdurend kan actualiseren. | | | - DC
| De student heeft grondige kennis over belangrijke deelgebieden van de informatica: programmeertalen en -paradigma''s, computerarchitectuur, human computer interaction, data management, algoritmen en datastructuren, software engineering, computernetwerken, logica, theoretische informatica, besturingssystemen en computer graphics. | | | - DC
| De student kan kennis over de architectuur van software en hardware gebruiken om concrete problemen op te lossen. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica hecht belang aan de technische kwaliteit van het geleverde eindproduct, werkt nauwgezet en systematisch en kan de hieraan verbonden specificaties correct naar software vertalen. | | | - DC
| De student kan de software engineering principes (nauwkeurigheid, formaliteit, scheiding van belangen, modulariteit, abstractie, bedacht zijn op wijzigingen, algemeenheid, incrementaliteit) uitleggen en toepassen op het eigen werk. | | | - DC
| De student kan gegeven specificaties (vereisten, software modellen, validatie criteria,...) respecteren. | | | - DC
| De student kan nauwgezet werken aan opdrachten en projecten. | | | - DC
| De student kan specificaties opstellen. | | | - DC
| De student kan tools voor versiebeheer gebruiken. | | | - DC
| De student kan verificatie en validatie uitvoeren op het eigen werk. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren en analyseren, de eigen creativiteit aanwenden om deelproblemen op te lossen en de gevonden oplossingen te combineren tot een oplossing voor het oorspronkelijke probleem. | | | - DC
| De student kan de eigen creativiteit aanwenden om een matig complex informaticaprobleem op te lossen en deze oplossing te beschrijven. | | | - DC
| De student kan een informaticaprobleem analyseren door het op te splitsen in meer beheersbare deelproblemen. | | | - DC
| De student kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren. | | | - DC
| De student kan oplossingen van deelproblemen combineren tot een oplossing van het grotere probleem, en deze totaaloplossing beschrijven. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan het oplossen van problemen algoritmisch benaderen en is vertrouwd met diverse programmeerparadigma's, -technieken en -methoden. | | | - DC
| De student begrijpt het belang van documentatie en kan code documenteren. | | | - DC
| De student kan software integreren vanuit verschillende bronnen (zoals softwarebibliotheken en frameworks). | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan in teamverband werken aan een project van matige complexiteit. Hierbij zijn niet alleen vakinhoudelijke aspecten van belang maar ook communicatieve en sociale vaardigheden en het kunnen maken van goede taakafspraken. | | | - DC
| De student is vertrouwd met de principes van effectief en efficiënt groepswerk. | | | - DC
| De student kan constructief samenwerken aan een opdracht of project. | | | - DC
| De student kan in samenwerking met groepsleden de prioriteiten van een opdracht of project bepalen. | | | - DC
| De student kan in samenwerking met groepsleden een taakverdeling opstellen en, indien nodig, bijsturen. | | | - DC
| De student kan in samenwerking met groepsleden een werkplan opstellen en, indien nodig, bijsturen. | | | - DC
| De student kan op een constructieve manier communiceren met groepsleden over het project. | | | - DC
| De student kan reflecteren op het eigen functioneren in een groepswerk en, indien nodig, het eigen handelen bijsturen. | | | - DC
| De student kan reflecteren op het functioneren van de groepsleden binnen de samenwerking. |
|
|
|
| | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
| Aangeboden in | Tolerantie3 |
|
3de bachelorjaar in de informatica
|
J
|
|
schakelprogramma informatica
|
N
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|