Basic Engineering Skills (5498) |
Onderwijstaal : Nederlands |
Studiepunten: 6,0 | | | Periode: kwartiel 1 (2sp) + kwartiel 2 (4sp) | | | 2de Examenkans1: Ja | | | Eindcijfer2: Numeriek |
| Examencontract: niet mogelijk |
Volgtijdelijkheid
|
|
Geen volgtijdelijkheid
|
|
- Hoe rapporteert een ingenieur?
- Academische verslaggeving
- Hoe pakt een ingenieur een (multi-disciplinair) probleem aan? (= Probleemoplossend denken)
- Analyse, interpretatie en modelvorming
- Oplossingsmethodes
- Methodes om een oplossing voor een probleem te rapporteren
- Berekenen, simuleren en visualiseren in Python
- Hoe tekent een ingenieur een bouwkundige constructie?
- Hoe zet een ingenieur computers en softwarepakketten efficiënt en gestructureerd in?
- Essentiële computervaardigheden
|
|
|
|
|
|
|
Applicatiecollege ✔
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
Werkzittingen ✔
|
|
|
Zelfstudieopdracht (ZSO) ✔
|
|
|
|
|
|
Demonstraties ✔
|
|
|
Huiswerktaken ✔
|
|
|
Oefeningen ✔
|
|
|
Onderwijsleergesprek ✔
|
|
|
|
Periode 1 Studiepunten 2,00
Evaluatievorm | |
|
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Deze twee studiepunten zijn onderdeel van Probleemoplossend Denken
(PoD).
Het deel van Python als Ingenieurstool (PIT) telt mee voor 1,25
studiepunt. Voor dit deel is er overdracht van het deelcijfer vanaf
10/20 op het gewogen gemiddelde van taak en toets.
Het andere deel (0,75 studiepunt) telt mee voor het deel van
Multidisciplinaire Oefeningen (M.OEF) en wordt NIET afzonderlijk
behouden. Er is enkel voor het totaal van M.OEF behoud van deelcijfer
indien het gewogen gemiddelde van dat deel + het deel M.OEF van het 2e
kwartiel minstens 10/20 is. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden |
- De student moet geslaagd zijn op elk van de 4 delen ('Hoe rapporteert een ingenieur?' (Academische verslaggeving), 'Hoe pakt een ingenieur een (multi-disciplinair) probleem aan?' (Probleemoplossend Denken), 'Hoe tekent een ingenieur een bouwkundige constructie?' (Bouwkundig Ontwerpen) en 'Hoe zet een ingenieur computers en softwarepakketten efficiënt en gestructureerd in?' (Essentiële Computervaardigheden)) (minstens 10,O/20 of Pass) om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.
- De student moet aanwezig zijn op alle testmomenten en moet alle opdrachten indienen.
- Aanwezigheid op aangekondigde verplichte extra activiteiten (bv. Avond der Jonge Professionals, Internationale Dag, ...) is vereist.
|
|
|
|
Gevolg |
- Een student die een Fail haalt op het deel 'Hoe rapporteert een ingenieur?' (Academische Verslaggeving) of het deel 'Hoe zet een ingenieur computers en softwarepakketten efficiënt en gestructureerd in?' (Essentiële Computervaardigheden), of die minder dan 10,0/20 haalt op het deel 'Hoe pakt een ingenieur een (multi-disciplinair) probleem aan?' (Probleemoplossend Denken), of minder dan 10/20 op het deel 'Hoe tekent een ingenieur een bouwkundige constructie?' (Bouwkundig Ontwerpen), krijgt als eindresultaat Fail.
- Indien de student afwezig is tijdens één of meerdere testmomenten of indien hij 1 of meerdere opdrachten niet indient krijgt de student een code N (examenonderdeel niet volledig afgelegd: ongewettigd afwezig voor onderde(e)len van de evaluatie) op het geheel.
- De student die afwezig is tijdens één van de verplichte extra activiteiten moet een vervangopdracht uitvoeren.
|
|
|
|
Extra info | De testen 'Hoe rapporteert een ingenieur?' (Academische Verslaggeving) en 'Hoe zet een ingenieur computers en softwarepakketten efficiënt en gestructureerd in?' (Essentiële Computervaardigheden) worden geëvalueerd via een PASS/FAIL-systeem. De evaluatie vindt plaats in het eerste kwartiel met een eventuele herkansing in het tweede kwartiel. De student die een FAIL behaalt op een van beide delen (ook na herkansing), behaalt een FAIL op het hele opleidingsonderdeel. In het andere geval is het effectieve totaalpunt samengesteld uit het gewogen gemiddelde van Hoe pakt een ingenieur een probleem aan (4 studiepunten in het totaal) en Hoe tekent een ingenieur een bouwkundige constructie? (2 studiepunten).
Voor de testen van Probleemoplossend Denken is er wél extra examentijd voor de studenten die van deze faciliteit genieten, maar voor de test van Bouwkundig Ontwerpen is die er niet omdat het voldoende snel kunnen selecteren van een efficiënte oplossingsmethode en het kunnen onderscheiden van het essentiële van het minder essentiële belangrijke onderdelen van die evaluatie zijn, en onder tijdsdruk kunnen werken dus een essentiële vaardigheid is. |
|
Periode 2 Studiepunten 4,00
Evaluatievorm | |
|
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Deze 4 studiepunten bestaan uit 2 studiepunten M.OEF en 2 studiepunten
Bouwkundig Ontwerpen (B.ONT), met daarnaast PASS/FAIL-toetsen voor
Academische Verslaggeving en Essentiële Computervaardigheden.
Voor het deel van M.OEF is er behoud van deelcijfer indien het gewogen
gemiddelde van dat deel + het deel M.OEF van het 1e kwartiel samen
minstens 10/20 is.
Voor het deel B.ONT is er behoud van deelcijfer vanaf 10/20.
Eventuele PASS op Academische Verslaggeving en/of Essentiële
Computervaardigheden blijft behouden. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden |
- De student moet geslaagd zijn op elk van de 4 delen ('Hoe rapporteert een ingenieur?' (Academische verslaggeving), 'Hoe pakt een ingenieur een (multi-disciplinair) probleem aan?' (Probleemoplossend Denken), 'Hoe tekent een ingenieur een bouwkundige constructie?' (Bouwkundig Ontwerpen) en 'Hoe zet een ingenieur computers en softwarepakketten efficiënt en gestructureerd in?' (Essentiële Computervaardigheden)) (minstens 10,O/20 of Pass) om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.
- De student moet aanwezig zijn op alle testmomenten en moet alle opdrachten indienen.
- Aanwezigheid op aangekondigde verplichte extra activiteiten (bv. Avond der Jonge Professionals, Internationale Dag, ...) is vereist.
|
|
|
|
Gevolg |
- Een student die een Fail haalt op het deel 'Hoe rapporteert een ingenieur?' (Academische Verslaggeving) of het deel 'Hoe zet een ingenieur computers en softwarepakketten efficiënt en gestructureerd in?' (Essentiële Computervaardigheden), of die minder dan 10,0/20 haalt op het deel 'Hoe pakt een ingenieur een (multi-disciplinair) probleem aan?' (Probleemoplossend Denken), of minder dan 10/20 op het deel 'Hoe tekent een ingenieur een bouwkundige constructie?' (Bouwkundig Ontwerpen), krijgt als eindresultaat Fail.
- Indien de student afwezig is tijdens één of meerdere testmomenten of indien hij 1 of meerdere opdrachten niet indient krijgt de student een code N (examenonderdeel niet volledig afgelegd: ongewettigd afwezig voor onderde(e)len van de evaluatie) op het geheel.
- De student die afwezig is tijdens één van de verplichte extra activiteiten moet een vervangopdracht uitvoeren.
|
|
|
|
Extra info | De testen 'Hoe rapporteert een ingenieur?' (Academische Verslaggeving) en 'Hoe zet een ingenieur computers en softwarepakketten efficiënt en gestructureerd in?' (Essentiële Computervaardigheden) worden geëvalueerd via een PASS/FAIL-systeem. De evaluatie vindt plaats in het eerste kwartiel met een eventuele herkansing in het tweede kwartiel. De student die een FAIL behaalt op een van beide delen (ook na herkansing), behaalt een FAIL op het hele opleidingsonderdeel. In het andere geval is het effectieve totaalpunt samengesteld uit het gewogen gemiddelde van Hoe pakt een ingenieur een probleem aan (4 studiepunten in het totaal) en Hoe tekent een ingenieur een bouwkundige constructie? (2 studiepunten).
Voor de testen van Probleemoplossend Denken is er wél extra examentijd voor de studenten die van deze faciliteit genieten, maar voor de test van Bouwkundig Ontwerpen is die er niet omdat het voldoende snel kunnen selecteren van een efficiënte oplossingsmethode en het kunnen onderscheiden van het essentiële van het minder essentiële belangrijke onderdelen van die evaluatie zijn, en onder tijdsdruk kunnen werken dus een essentiële vaardigheid is. |
|
Tweede examenkans
Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
Toelichting evaluatievorm | De evaluatie van Probleemoplossend Denken wijzigt:
- Voor Python als Ingenieurstool valt de eerste taak weg. De
Take-home-opdracht blijft wel behouden. De evaluatie gebeurt volledig op
de test die voor de rest vergelijkbaar is met de test van kwartiel 1.
- Voor het deel Multidisciplinaire oefeningen is er één test die een
combinatie is van de test in kwartiel 1 en 2.
De andere evaluaties (Bouwkundig Ontwerpen, Academische Verslaggeving,
Essentiële Computervaardigheden) veranderen niet: m.a.w. respectievelijk
een test en een PASS/FAIL-evaluatie via een computertest + eventueel een
taak. |
|
|
|
|
 
|
Verplichte handboeken (boekhandel) |
|
 
|
Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
|
Cursus 1:
Subtitel: BES-PoD: Python als IngenieursTool (PIT)
Cursus 2:
Subtitel: BES-PoD: Multidisciplinaire oefeningen (kwartiel 1)
Cursus 3:
Subtitel: BES-PoD: Multidisciplinaire oefeningen (kwartiel 2) |
|
 
|
Verplicht studiemateriaal |
|
Voor Academische verslaggeving is er het Vademecum IIW van Wim Deferme, Bart Dreesen, Karine Evers, Jeroen Lievens, Bram Vandoren (ISBN: 978VADEMECUMIIW). Dit wordt online aangeboden.
Studiemateriaal en adaptieve leermodules die aangeboden worden via het elektronisch leerplatform.
Voor het deel Python als Ingenieurstool (PIT) wordt ofwel een cloud-platform gebruikt ofwel Pycharm. |
|
 
|
Opmerkingen |
|
Situering binnen het leerdomein/curriculum BES vormt de eerste stap binnen de leerlijn Ingenieursvaardigheden. De basisvaardigheden in dit opleidingsonderdeel bestaan uit: - bouwkundig tekenen,
- academische verslaggeving,
- essentiële computervaardigheden,
- multidisciplinaire oefeningen waarin vooral strategieën en aandachtspunten aan bod komen om een ingenieursgetint probleem succesvol op te lossen m.i.v. het gebruik van Python.
Vanuit deze basisvaardigheden die individueel beoordeeld worden, gaat het leerdomein verder in het tweede semester met Project Engineering Skills (PES) met daarin werktuigkundig tekenen en een groepsproject. In het derde semester sluit het polyvalent deel van het leerdomein af met Research Engineering Skills (RES). |
|
|
Eindcompetenties bachelor in de industriële wetenschappen
|
- EC
| EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten) | | - DC
| 1.3 De student kent basisprincipes en bijhorende syntax van programmeertalen. | | | - BC
|
- kent de aangebrachte controlestructuren en bijhorende syntax in Python.
| | - DC
| 1.10 De student kent de basisprincipes en tekenconventies van technisch tekenen. | | | - BC
|
- kent de tekenconventies voor zowel het tekenen als het opmaken van bouwkundige tekeningen (bv. lijntypes en -diktes, maatlijnen, ... ).
- kent de symbolische voorstellingen van de bijhorende bouwtechnische legende (bv noordpijl,arceringen, ).
- kent de tekennormen voor het genereren van projecties, doorsneden, bemating en toleranties in bouwkundige tekeningen.
| | - DC
| 1.11 De student kent de basis van bouwmaterialen, constructieonderdelen en constructies (inclusief gebouwen en civieltechnische constructies). | | | - BC
|
- kent de mogelijke toepassingen van enkele standaard bouwmaterialen, alsook bijhorende constructieve basisprincipes in het kader van een eenvoudige bouwkundige constructie.
| - EC
| EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen) | | - DC
| 2.3 De student heeft inzicht in methodologieën om onderhoudbare software te bouwen. | | | - BC
|
- ziet van de aangebrachte Python-bibliotheken zowel het nut als de beperkingen in.
- begrijpt het abstractiemechanisme van functies met generieke parameters.
| | - DC
| 2.10 De student kan technische tekeningen lezen. | | | - BC
|
- kan de symbolische voorstellingen van bouwkundige elementen aanduiden op een technische tekening.
- kan de verbanden tussen de verschillende aanzichten in een technische tekening aangeven en correct interpreteren.
| - EC
| EC4 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven) | | - DC
| 4.1 De student kan doelgericht wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken. | | | - BC
|
- kan de noodzakelijke formules opzoeken om de gegeven problemen op te lossen.
| | - DC
| 4.2 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten verzamelen. | | | - BC
|
- kan zelf bouwtechnische meetresultaten verzamelen (bv. oppervlaktes, volumes, oriëntatie, ... ).
- kan de aangebrachte Python-bibliotheken en -functies op de juiste manier gebruiken om nieuwe gegevens te genereren en/of ruwemeetresultaten om te zet ten naar nog beter bruikbare gegevens.
| | - DC
| 4.3 De student kan correct refereren. | | | - BC
| past de richtlijnen van het vademecum Academische Verslaggeving toe. | - EC
| EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren) | | - DC
| 5.1 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten, resultaten uit simulaties, statistische data en/of technische informatie interpreteren. | | | - BC
| ontwikkelt een ruimtelijk inzicht in bouwkundige plannen en kan de verzamelde bouwkundige info vertalen.
kan de verband en tussen de verschillende aanzichten in een technische tekening aangeven en correct interpreteren.
kan een analysemak en die rekening houdt met de onvolledigheid, onnauwkeurigheid en/of onzekerheid van de gegevens en de oplossing.
kan ee n gegeven grafiek op de juiste manier interpreteren. | | - DC
| 5.2 De student kan toepassingsgerichte opgaven vertalen naar een 'gegeven-gevraagde-formule'-structuur. | | | - BC
| kan een ontwerpopgave (2D of 3D) lezen, interpreteren en vertalen naar een correct bouwkundig plan via de aangeleerde technieken en conventies.
kan uit een tekst de aangereikte gegevens en de bijhorende vraagstelling afleiden en vertalen in eenc oncrete opgave. | | - DC
| 5.3 De student kan een gegeven probleemstelling symbolisch/parametrisch correct (her)formuleren. | | | - BC
| kan een gepaste grafiek maken bij een gegeven probleem.
kan variaties in een probleem herkennen en vertalen in een gene riek model. | - EC
| EC6 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen) | | - DC
| 6.1 De student kan een gepaste oplossingsmethode selecteren. | | | - BC
| kan, afhankelijk van het probleem, gepaste oplossingsmethodes benoemen en de beste selecteren. | | - DC
| 6.2 De student kan de gekozen oplossingsmethode correct uitvoeren. | | | - BC
| toont in zijn oplossing de opeenvolgende stappen van de oplossingsmethode.
kan een probleem oplossen in Python door fun cties voor deelproblemen te ontwikkelen en/of te (her)gebruiken. | | - DC
| 6.4 De student kan een gegeven probleemstelling symbolisch/parametrisch correct oplossen. | | | - BC
| kan veranderlijken met gepaste symbolen benoemen en daarmee zijn oplossing doorrekenen.
kan een parametrische oplossing uitwerken met behulp van Python. | | - DC
| 6.15 De student kan zijn ontwerp uit de werktuigbouw of bouwkunde staven met technisch verantwoorde tekeningen. | | | - BC
| kan een ontwerpopgave (2D of 3D) lezen, interpreteren en vertalen naar een correct bouwkundig plan via de aangeleerde technieken en conventies.
kan uitgaande van een onvolledige 2 dimensionele voorstelling de tekening vervolledigen.
kanv ertrekkende van een 3D tekening of voorwerp, de aanzichten (en/of doorsneden) en bemating correct tekenen, zowel op hardcopy als met AutoCAD. | - EC
| EC7 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan de geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om domeinspecifieke oplossingen en ontwerpen planmatig te implementeren met aandacht voor de praktische en economische randvoorwaarden en bedrijfsgebonden implicaties. (implementeren en operationaliseren) | | - DC
| 7.2 De student kan technische hulpmiddelen zoals rekentoestellen, meettoestellen en software gebruiken. | | | - BC
| is vaardig in het werken met computers en kan niet-triviale, maar essentiële taken efficiënt en gestructureerd uitvoeren met beh ulp van courante softwarepakketten.
kan het grafisch rekentoestel deskundig gebruiken.
kan Python inzettenals een ingenieurstool om over multidisciplinaire problemen te redeneren en om tot oplossingen te komen. | | - DC
| 7.3 De student kan correcte en kwaliteitsvolle code schrijven aan de hand van een gepaste ontwikkel-, test- en onderhoudsstrategie. | | | - BC
| kan een programma in Python schrijven om een multidisciplinair probleem op te lossen. | | - DC
| 7.6 De student kan ontwerpopdrachten uit de werktuigbouw of bouwkunde uitvoeren. | | | - BC
| kan de aangeleerde conventies algemeen interpreteren en eigenhandig toepassen voor de opmaak van eender welk (eenvoudig) bouwkun dig ontwerp. | - EC
| EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren) | | - DC
| 8.1 De student kan (berekende, gemeten of gesimuleerde) resultaten toetsen aan de literatuur en de werkelijkheid. | | | - BC
| kan nagaan of zijn berekende oplossing realistisch mogelijk is. | | - DC
| 8.2 De student kan kritisch reflecteren met betrekking tot een technisch-wetenschappelijk project. | | | - BC
| ontwikkelt een kritische kijk en kan hierdoor onvolmaakt- of onvolledigheden op een bouwkundig plan herkennen, analyseren en ver beteren volgens de aangeleerde conventies.
kan aangeven in welke mate zijn gekozen oplossingsmethode snel tot eenresul taat geleid heeft. | | - DC
| 8.3 De student kan door kritische reflectie eigen denken en handelen bijsturen. | | | - BC
| neemt bij resultaten die sterk afwijkend zijn van de verwachte waarde zelf initiatief om de oplossingsstrategie van oefeningen t e herevalueren.
kan de adaptieve leermodules gebruiken om zijn leerproces te sturen. | | - DC
| 8.4 De student kan omgaan met onzekere en/of beperkende context. | | | - BC
| kan omgaan met te veel en te weinig gegevens in een probleemstelling.
kan de onzekerheid in zijn metingen en/of resulta ten benoemen en duiden. | - EC
| EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren) | | - DC
| 9.1 De student kan correct, gestructureerd en gepast schriftelijk communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied. | | | - BC
| werkt op een correcte, gestructureerde en ordelijke manier de oefeningen uit.
beheerst de principes van academische ver slaggeving. | | - DC
| 9.3 De student kan correct, gestructureerd en gepast grafisch communiceren. | | | - BC
| begrijpt het belang van de leesbaarheid, correctheid en volledigheid van een plan/tekening .
past de conventies voor he t opmaken van een correcte bouwkundige planlayout tekening toe met nadruk op de leesbaarheid, correctheid envolledigheid. < br/>kan m.b.v. grafische vaktaal (coderingen, legendes, arceringen, symbolen, afkortingen ... ) correct communiceren via een bou wkundig plan.
kan eigenhandig een layout opstellen voor een (eenvoudig)bouwkundig/werktuigkundig ontwerp.
kan uitkomsten van berekeningen visualiseren m.b.v. Python. | - EC
| EC12 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude) | | - DC
| 12.1 De student heeft een open houding om te leren uit ervaring, feedback en fouten. | | | - BC
|
- kan de foutmeldingen van de Python-vertolker interpreteren om zo het programma te verbeteren.
| | - DC
| 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...). | | | - BC
|
- zoekt naar handige tekenmethodes zodat de tekeningen (op papier en op CAD) op een efficiënte en ordelijke wijze afgeleverd worden.
- heeft de attitude om de aangeleerde bouwtechnische inzichten en methodes als algemene tools tekunnen hanteren. Hierdoor is de student bij een ongekend probleem in staat de relevante kennis te filteren, te vertalen en via analoge afleiding een oplossing te formuleren.
- kan een probleem zo modelleren dat de complexiteit om het op te lossenvermindert.
- kiest een efficiënte methode om de problemen en/of vraagstukken op te lossen.
|
|
|
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
Aangeboden in | Tolerantie3 |
1ste bachelorjaar in de industriële wetenschappen
|
N
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|