Materiaalkunde en productietechnologie 2 (5546) |
Onderwijstaal : Nederlands |
Studiepunten: 5,0 | | | Periode: semester 1 (5sp) | | | 2de Examenkans1: Ja | | | Eindcijfer2: Numeriek |
| Examencontract: niet mogelijk |
Volgtijdelijkheid
|
|
Geen volgtijdelijkheid
|
|
De student kent de voornaamste eigenschappen van alle materiaalklassen en kan die verklaren vanuit hun inwendige structuur. De student kent de basisprincipes van evenwichtsdiagrammen en kan met behulp hiervan evenwichtsstructuren verklaren in binaire legeringen. De student kan op veilige en nauwkeurige wijze materiaaltesten uitvoeren, metingen verwerken tot meetresultaten, deze verifiëren aan de hand van externe bronnen, en hierover gestructureerd rapporteren. De student heeft een basiskennis van de voornaamste verspanende technieken zoals boren, draaien, frezen en slijpen voor het bewerken van metalen. De student kan ook technische tekeningen lezen.
|
|
|
Materiaalkunde 2: De materiaalkunde zal voor de ingenieur de brug zijn tussen de fundamentele wetenschappen als fysica, mechanica en chemie en de technische wereld waarin hij of zij de materiële wereld aanpast aan de noden van mens en maatschappij. Hierbij is heel wat inzicht in materiaalgedrag nodig, wat geleidelijk wordt opgebouwd doorheen de opleiding.In Materiaalkunde 1 bestudeerden we de materiaalstructuur en het meten van mechanische materiaaleigenschappen om te kunnen komen tot een verantwoorde materiaalkeuze.InMateriaalkunde 2zullen we de materiaalkeuze breder onderbouwen door inzicht bij te brengen in het thermisch behandelen van metalen, het legeren van metalen, niet-destructieve testtechnieken en andere technische materialen. Inhoud:
1. Materiaalkeuze 2. Industriële bereiding van staal 3. Evenwichtsdiagrammen enmicrostructuren van metalen 4. Warmtebehandelingen van metalen 5. Niet-destructief materiaalonderzoek 6. Keramische materialen, kunststoffen en polymeercomposieten Labo: 1. Niet-destructieve testen voor foutdetectie 2. Evenwichtsstructuren in staal en hardingsbehandelingen 3. Microhardheidsmetingen en metallografie 4. Materiaalanalyse en mobiele testapparatuur Productietechnologie 2: - Verspaningstechnieken - Aandrijvingen en positioneren van werkstuk en gereedschap. - Beschrijving van machines voor verspanende bewerkingen - verspanende gereedschappen en materialen - opstellen van een werkplan Tijdens de eerste labozitting wordt de student vertrouwd gemaakt met de machines in de werkplaats.De begeleidende docent legt de werking uit van de machines. Tevens wordt voldoende aandacht besteed aan veiligheid. Dit door het werkplaatsreglementte overlopen en tijdens de oefeningen voortdurend te wijzen op mogelijk gevaarlijke handelingen. Daarna leert de student individueel werken met werktuigmachines zoals draaibank, freesmachine, boormachine, slijpbank. Ook enkele verbindingstechnieken komen aan bod: elektrisch enMIG/MAG lassen.
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
Practicum ✔
|
|
|
|
|
|
Groepswerk ✔
|
|
|
Paper ✔
|
|
|
Verslag ✔
|
|
|
|
Periode 1 Studiepunten 5,00
Evaluatievorm | |
|
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 20 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | De gesloten-boek evaluatie (5%) over productietechnologie kan in tweede
zit hernomen worden. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 35 % |
|
Behoud van deelcijfer in academiejaar | ✔ |
|
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Dit deelcijfer over productietechnologie wordt behouden in tweede zit. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
Voorwaarden | Verplichte aanwezigheid tijdens de labozittingen. Om te slagen voor het volledige opleidingsonderdeel dient de student een minimum van 8/20 te behalen voor elk van de deelevaluaties (schriftelijk examen 45%, toets productietechnologie 5%, laboverslagen materiaalkunde 15%, praktijkevaluatie productietechnologie 35%). |
|
|
|
Gevolg | Indien een student minder dan 8/20 haalt op het deel productietechnologie of het deel materiaaltechnologie, dan is het totaalcijfer voor het ganse opleidingsonderdeel maximaal 7/20. Bij het behalen van minimaal 12/20 op één van deze delen wordt de score van dat gedeelte overgedragen naar tweede zit en naar volgend academiejaar. |
|
|
|
Extra info | Voor de permanente evaluatie van de practica is het kunnen afronden van de opdracht(en) in het voorziene tijdsbestek onderdeel van de evaluatie. Studenten in bijzondere omstandigheden die als faciliteit een relatieve meertijd kregen toegekend kunnen hierop daarom geen beroep doen voor de bovenstaande deelevaluaties. |
|
Tweede examenkans
Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
Toelichting evaluatievorm | Herkansing is enkel mogelijk voor het schriftelijk examen materiaalkunde
(45%) en de schriftelijke toets productietechnologie (5%). De student
verwittigt de betrokken docenten vooraf welke deelevaluaties hij/zij
herneemt. Overdracht van de cijfers permanente evaluatie (labo
materiaalkunde 15%, praktijklabo productietechnologie 35%) naar het
volgend academiejaar gebeurt automatisch indien de student minimum 12/20
behaalde. |
|
|
|
|
 
|
Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
|
Cursus 1:
Subtitel: Productietechnologie 2, enkel voor studenten EM Extra info:
Cursus 2:
Subtitel: Labotekst productietechnologie 2, enkel voor studenten EM Extra info: |
|
 
|
Verplicht studiemateriaal |
|
Eigen nota's en presentaties gebruikt in de hoorcolleges. Electronisch leerplatform met aanvullende informatie. EduPack software. |
|
 
|
Aanbevolen literatuur |
|
Materiaalkunde,K.G. Budinski en M.K. Budinski,Negende,Pearson Benelux B.V.,9789043026130 |
|
 
|
Opmerkingen |
|
Situering binnen het leerdomein/curriculum: Dit opleidingsonderdeel is de tweede stap in de materiaalkundige vorming van de bachelor elektomechanica en nucleaire technologie. In het eerste bachelorjaar werden alle materiaalklassen behandeld op het vlak van mechanische eigenschappen, inwendige structuur en situering in het systeem van Ashby. In het tweede bachelorjaar wordt ingegaan op de warmtebehandelingen waarmee structuur en eigenschappen kunnen gestuurd worden, en worden niet-destructieve testen behandeld. Voor de studenten elektromechanica worden de theoretische principes van de verspaningstechnologie gezien en in de praktijk gebracht in de labozittingen. Relatie met het werkveld: Alhoewel deze cursus vooral theoretische inzichten wil meegeven, komen vele voorbeelden uit de industriële praktijk en wordt gewerkt met industriële legeringen en gegevens. Veel ingenieurs elektromechanica komen ook terecht in een productieomgeving. Relatie met onderzoek: In het labo materiaalkunde komen onderzoeksgerelateerde opdrachten aan bod: de studenten voeren proeven uit, verwerken resultaten en rapporteren hierover. De studenten die kiezen voor een vrije opdracht binnen het luik materiaalkunde verzamelen, analyseren en bespreken teksten uit vaktijdschriften en wetenschappelijke literatuur. |
|
|
Eindcompetenties bachelor in de industriële wetenschappen
|
- EC
| EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten) | | - DC
| EM 1.9 De student heeft kennis van verspanings- en verbindingstechnieken en de kernbegrippen in ''rapid prototyping - tooling - manufacturing''. | | | - BC
| heeft basiskennis van conventionele verspaningstechnieken, plaatbewerkingstechnieken en lastechnieken | | - DC
| EM 1.10 De student heeft kennis van eigenschappen en toepassingen van verschillende materiaalgroepen en van meetmethodes voor het opmeten van werkstukken en karakteriseren van materiaaleigenschappen. | | | - BC
| kent de voornaamste microstructuren in metalen en de manier waarop ze ontstaan tijdens thermomechanische verwerkingsprocessen
kent de verbanden tussen deze microstructuren en materiaaleigenschappen
kent basisprincipes van kunststoffen,ke ramische materialen en composieten op vlak van structuur, eigenschappen en gedrag bij thermomechanische verwerkingsprocessen
kent de belangrijkste niet-destructieve testen en analysetechnieken
kent de belangrijkstewarmtebehandelingen van staalsoorten en andere metaallegeringen | - EC
| EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen) | | - DC
| EM 2.11 De student heeft inzicht in de verspanings- en verbindingstechnieken de kernbegrippen van ''rapid prototyping - tooling - manufacturing''. | | | - BC
| heeft inzicht in de belangrijkste verspaningsparameters en de relatie met machine en gereedschappen | | - DC
| EM 2.12 De student heeft inzicht in materiaalkeuze, eigenschappen en toepassingen voor verschillende materiaalgroepen en in meetmethodes voor het opmeten van werkstukken en karakteriseren van materiaaleigenschappen. | | | - BC
| heeft inzicht in de aanpak van materiaalkeuze volgens CES en de afleiding van materiaalindices
kan op basis van evenwic hts- en TTT-diagrammen uitleggen hoe microstructuren in metalen tot stand komen
begrijpt verbanden tussenmicrostructur en en materiaaleigenschappen van metalen
kan voor kunststoffen, keramische materialen en composieten verbanden leggen t ussen microstructuren, materiaaleigenschappen en de toegepaste thermomechanischeverwerkingsprocessen
heeft inzicht in de belangrijkste warmtebehandelingstechnieken voor metalen
begrijpt de principes van de voornaamste niet-destructieve t esten en analysetechnieken | - EC
| EC4 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven) | | - DC
| 4.1 De student kan doelgericht wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken. | | | - BC
| kan ervoor kiezen om vanuit een vrije opdracht in te gaan op een materiaal, een materiaaltoepassing of verwerkingstechniek op basis van eigen interesse, en hierrond informatie te verzamelen. | | - DC
| 4.2 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten verzamelen. | | | - BC
| verwerft in het labo gegevens over metalen aan de hand van metallografisch onderzoek, hardheidsmetingen, niet-destructieve testen en analysetechnieken. | - EC
| EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren) | | - DC
| 5.1 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten, resultaten uit simulaties, statistische data en/of technische informatie interpreteren. | | | - BC
| analyseert alle in het labo gebruikte meetmethodes en -resultaten.
structureert en analyseert de verzamelde informatie in het kader van de vrije opdracht. | - EC
| EC6 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen) | | - DC
| EM 6.8 De student kan een gepast materiaal en/of materiaalverwerking selecteren. | | | - BC
| kan in functie van de toepassing een geschikte warmtebehandeling selecteren. | - EC
| EC7 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan de geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om domeinspecifieke oplossingen en ontwerpen planmatig te implementeren met aandacht voor de praktische en economische randvoorwaarden en bedrijfsgebonden implicaties. (implementeren en operationaliseren) | | - DC
| EM 7.6 De student kan verspanings- of verbindingsgerichte productietechnieken toepassen. | | | - BC
| kan de verspanings- en plaatbewerkingsmachines in de werkplaats correct bedienen en de onderdelen van de labo-opdracht volgens tekening afwerken. | - EC
| EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren) | | - DC
| 8.2 De student kan kritisch reflecteren met betrekking tot een technisch-wetenschappelijk project. | | | - BC
| reflecteert kritisch over de meetmethodes en -resultaten in het labo. In het kader van de vrije opdracht vormt de student zich een eigen mening over het bestudeerde onderwerp. | - EC
| EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren) | | - DC
| 9.1 De student kan correct, gestructureerd en gepast schriftelijk communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied. | | | - BC
| rapporteert over alle labo-activiteiten. In het kader van de vrije opdracht schrijft de student een beknopt verslag met motivatie voor keuze van het onderwerp en kritische bedenkingen. | - EC
| EC12 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude) | | - DC
| 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...). | | | - BC
| past de geldende veiligheidsvoorschriften toe in labo en werkplaats.
werkt nauwgezet en taak- en oplossingsgericht. |
|
|
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
Aangeboden in | Tolerantie3 |
3de bachelor in de industriële wetenschappen - elektromechanica- optie automatisering
|
J
|
3de bachelor in de industriële wetenschappen - elektromechanica- optie ontwerp & productie
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|