De elektronische studiegids voor het academiejaar 2025 - 2026 is onder voorbehoud.





Software Engineering Skills (5547)

  
Coördinerend verantwoordelijke :Prof. dr. ir. Koen YSKOUT 
  
Lid van het onderwijsteam :ing. Arne DUYVER 


Onderwijstaal : Nederlands


Studiepunten: 6,0
  
Periode: semester 2 (6sp)
  
2de Examenkans1: Ja
  
Eindcijfer2: Numeriek
 
Examencontract: niet mogelijk


 
Volgtijdelijkheid
 
   Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
    Software-ontwerp in Java (3826) 4.0 stptn
 

Begincompetenties

De student kan object-gericht programmeren. Er zal in het deel rond programmeer- en ontwerpvaardighedenop voorkennis van Java verder gewerkt worden, en studenten die ervaring hebben in een andere programmeertaal moeten dat verschil in begincompetenties zelfstandig wegwerken.



Inhoud

In dit opleidingsonderdeel leer je de nodige vaardigheden om een softwareproject te voltooien volgens de regels van de kunst en met het aandacht voor de courante industriële praktijk. We behandelen topics rond de Software Development Life Cycle (SDLC) alsook algemene programmeer- en ontwerpvaardigheden.



Mogelijke onderwerpen die aan bod komen in het deel SDLC (Software Development Life Cycle):

  • versiebeheer
  • issue tracking
  • beheer van afhankelijkheden op externe bibliotheken
  • test-driven development (debugging & testing)
  • end 2 end build environments m.i.v. deployment (CI/CD)
  • Agile developmentt (SCRUM)



Mogelijke onderwerpen die aan bod komen in het deel programmeer- en ontwerpvaardigheden:

  • Java records en generics
  • Programmeren met collecties en streams
  • Recursieve algoritmes en backtracking
  • Modelleren met UML
  • Software-vereisten en specificatie
  • Modulair software-ontwerp, koppeling, ontwerppatronen


Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Applicatiecollege  
Werkvormen  
Demonstraties  
Huiswerktaken  
Oefeningen  
Onderwijsleergesprek  
Workshop  


Evaluatie

Periode 2    Studiepunten 6,00

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode50 %
Behoud van deelcijfer in academiejaar
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarVanaf 12/20
Casus
Huiswerktaken
Schriftelijk examen50 %
Behoud van deelcijfer in academiejaar
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarVanaf 10/20
Gesloten-boek
Meerkeuzevragen
Open vragen
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingIndien nodig, zal op het schriftelijk examen de nodige documentatie van de benodigde klassen en API's (bv. Java Collections) meegegeven worden of op voorhand aangegeven worden welke documentatie meegebracht mag worden naar het examen.
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
VoorwaardenDe student moet zowel op het deel van de evaluatie tijdens de onderwijsperiode als op het deel van de evaluatie tijdens de examenperiode minstens 8,0/20 halen.
GevolgIndien de student op minstens een of beide delen minder dan 8,0/20 behaalde, is de score het gewogen gemiddelde met een maximum van 9/20.

Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Ja
Toelichting evaluatievorm De opdracht van de evaluatie tijdens de onderwijsperiode wordt vervangen door een nieuwe of aangepaste opdracht waarin de verschillende onderdelen van de permanente evaluatie geïntegreerd worden.
 

Verplicht studiemateriaal
 

Alle leermateriaal wordt via het elektronisch leerplatform of via links op het elektronisch leerplatform verspreid.

 

Verplichte software
 

Eigen laptop met zelf te installeren software-pakketten (open source of met gratis licentie), bijvoorbeeld VSCode, git, en JetBrains IntelliJ (via het Student Pack).



Eindcompetenties
bachelor in de industriële wetenschappen
  •  EC 
  • EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten)

     
  •  DC 
  • EA-INF 1.1 De student kent ontwerpprincipes en architecturen om software op een gestructureerde manier te ontwerpen en ontwikkelen.

      
  •  BC 
  • kent de stappen in het software-ontwikkelingsproces en de uitdagingen die daarbij komen kijken.

    kan uitleggen wat de verschillende aangebrachte softwareontwikkelingstools en -technieken inhouden en waarvoor deze gebruikt worden

    kan deaan gebrachte datastructuren en programmeerconcepten benoemen en hun eigenschappen uitleggen

    kent de aangeleerde software-o ntwerppatronen en kan deze patronen herkennen

     
  •  DC 
  • INF 1.7 De student kent manieren om niet-technische facetten te betrekken bij de ontwikkeling en uitrol van software.

      
  •  BC 
  • kan de rol schetsen van verschillende belanghebbenden in de stappen van een hedendaags software-ontwikkelingsproces
  •  EC 
  • EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen)

     
  •  DC 
  • EA-INF 2.1 De student begrijpt waarom het nodig is om gepaste ontwerpprincipes en architecturen te gebruiken bij het ontwerp en de ontwikkeling van software.

      
  •  BC 
  • heeft inzicht in de rol en belang van de verschillende aangebrachte technieken en tools in het software-ontwikkelingsproces

    kan uitleggen hoe de aangebrachte technieken, tools en methodes de ontwikkeling van software verbeteren

    begrijpthoe recursieve en backtracking-algoritmes werken en gebruikt kunnen worden als oplossingsstrategie

     
  •  DC 
  • INF 2.7 De student heeft inzicht in het belang van aandacht voor niet-technische facetten bij de ontwikkeling en uitrol van software.

      
  •  BC 
  • kan het belang duiden van de kwaliteit van broncode (waaronder leesbaarheid, modulariteit, aanpasbaarheid, en testbaarheid)

  •  EC 
  • EC3 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan zelfstandig problemen herkennen, op eigen initiatief activiteiten plannen en actie ondernemen. (initiëren en plannen)

     
  •  DC 
  • 3.2 De student kan op gestructureerde wijze een technisch-wetenschappelijk project plannen.

      
  •  BC 
  • kan gepaste tools selecteren en configureren ter ondersteuning van de verschillende fases van een software-ontwikkelingsproject
  •  EC 
  • EC4 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven)

     
  •  DC 
  • 4.2 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten verzamelen.

      
  •  BC 
  • kan de aangeleerde software-tools in de verschillende fases van het ontwikkelproces van software correct gebruiken.
  •  EC 
  • EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren)

     
  •  DC 
  • 5.1 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten, resultaten uit simulaties, statistische data en/of technische informatie interpreteren.

      
  •  BC 
  • kan de juiste conclusies trekken uit de data en meldingen van de verschillende software-tools in het ontwikkelproces van software

    kan doelmatig fouten opsporen in een software-systeem en/of algoritme

     
  •  DC 
  • EA-INF 5.1 De student kan voor een specifieke probleemstelling of toepassing analyseren op welke manieren de software ontworpen en gebouwd kan worden en alternatieven afwegen op basis van relevante criteria.

      
  •  BC 
  • kan via de aangeleverde tools nagaan wat er gebeurt tijdens de uitvoering van de software.

    kan beargumenteerd een gepaste oplossing voorstellen voor een software-ontwerpprobleem (bv. datastructuur, generics, ...)

    kan redeneren oversoftware in termen van de kwalitatieve aspecten van de verschillende onderdelen (waaronder leesbaarheid, modulariteit, aanpasbaarheid, en testbaarheid)

  •  EC 
  • EC6 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen)

     
  •  DC 
  • 6.4 De student kan een gegeven probleemstelling symbolisch/parametrisch correct oplossen.

      
  •  BC 
  • kan recursieve deelproblemen identificeren om zo te komen tot een recursief oplossingsalgoritme

    kan een aanpak bedenken om op een systematische manier de zoekruimte te exploreren en dit omzetten in een backtracking-algoritme.

     
  •  DC 
  • 6.7 De student kan een modulair en onderhoudbaar ontwerp van software maken.

      
  •  BC 
  • kan door middel van technieken, principes, en eigen inzichten software op een gepaste manier ontwerpen en opdelen.

  •  EC 
  • EC7 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan de geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om domeinspecifieke oplossingen en ontwerpen planmatig te implementeren met aandacht voor de praktische en economische randvoorwaarden en bedrijfsgebonden implicaties. (implementeren en operationaliseren)

     
  •  DC 
  • 7.3 De student kan correcte en kwaliteitsvolle code schrijven aan de hand van een gepaste ontwikkel-, test- en onderhoudsstrategie. 

      
  •  BC 
  • kan alle stappen in het ontwikkelproces van software grondig doorlopen.

    kan de gegeven opgaves correct en kwaliteitsvol uitwerken tot op het niveau van een werkende toepassing.

    kan een recursief en backtracking-algoritme correctimplementeren.

    kan correct gebruik maken van een gepaste oplossing (bv. datastructuur, Java streams, generische parameters, ...)

  •  EC 
  • EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren)

     
  •  DC 
  • 8.2 De student kan kritisch reflecteren met betrekking tot een technisch-wetenschappelijk project.

      
  •  BC 
  • kan minderwaardige aanpakken op gebied van ontwerp en implementatie herkennen, verklaren waarom dit minderwaardige software oplevert en refactoren om de aanpak te verbeteren.

  •  EC 
  • EC12 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude)

     
  •  DC 
  • 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...).

      
  •  BC 
  • zet de nodige tools in om efficiënt de verschillende stappen in het ontwikkelproces van software te doorlopen.
 

  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Aangeboden inTolerantie3
2de bachelor in de industriële wetenschappen - informatica J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.