De elektronische studiegids voor het academiejaar 2025 - 2026 is onder voorbehoud.





Juridische, maatschappelijke en sociale aspecten van informatica (9012)

  
Coördinerend verantwoordelijke :Prof. dr. Ken ANDRIES 
  
Co-titularis :Prof. dr. Stephanie KOZIEJ 


Onderwijstaal : Nederlands


Studiepunten: 5,0
  
Periode: semester 2 (5sp)
  
2de Examenkans1: Ja
  
Eindcijfer2: Numeriek
 
Volgtijdelijkheid
 
   Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Project- en Communicatievaardigheden – deel 3 (9013) 3.0 stptn
 

Begincompetenties

Basisbegrip informatie- en communicatietechnologieën.
Basisbegrip analytische vaardigheden en kritisch denken.



Inhoud

Dit opleidingsonderdeel bestaat uit twee samengevoegde luiken : het luik "juridische aspecten van Informatica" en het luik "maatschappelijke en sociale aspecten van informatica".

In het eerste luik worden juridische aspecten belicht vanuit een praktische invalshoek. Het opleidingsonderdeel bestaat uit een combinatie van interactieve colleges en oefeningen op basis van casussen. Een aantal van de topics die in dit opleidingsonderdeel aan bod komen zijn: intellectuele eigendom, privacybescherming, elektronische contracten, elektronische handel, informaticamisdrijven, telecommunicatierecht, productaansprakelijkheid, consumentenbescherming en netwerkzoeking.

Het luik maatschappelijke en sociale aspecten heeft als doel moreel handelende en kritisch denkende informatici te vormen. Het beoogt informatici te leren omgaan met hun verantwoordelijkheid in de samenleving. Het geeft hen de tools om de impact van technologie op de verschillende facetten van de maatschappij te kunnen detecteren. Om dit te realiseren hebben informatici behoefte aan kritische denkkaders. Tijdens de hoorcolleges zullen verschillende kritische denkkaders voorgesteld worden. Tijdens de werkzittingen zullen concrete sociaal-maatschappelijke casussen besproken worden waarin studenten deze kritische kaders toepassen. Enkele topics die aan bod zullen komen: technologie is niet neutraal en biassen in de informatica.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Werkzittingen  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  
Werkvormen  
Paper  


Evaluatie

Periode 2    Studiepunten 5,00

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode20 %
Behoud van deelcijfer in academiejaar
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarMinstens 50% behaald
Paper
Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode20 %
Behoud van deelcijfer in academiejaar
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarMinstens 50% behaald
Presentatie
Schriftelijk examen60 %
Open-boek
Casus
Extra info

De mondelinge evaluatie tijdens de onderwijsperiode omvat ook een evaluatie van de aanwezigheid en participatie tijdens de werkzittingen. 


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm De groepspaper uit de evaluatie tijdens de onderwijsperiode krijgt een individuele vervangopdracht.
 

Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel)
 

Codex-tekst

 

Verplicht studiemateriaal
 

Het nodige studiemateriaal wordt ter beschikking gesteld via blackboard. 



Eindcompetenties
bachelor in de informatica
  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor beschikt over een breed referentiekader waardoor hij/zij de eigen kennis en vaardigheden van het vakgebied voortdurend kan actualiseren. 

     
  •  DC 
  • De student heeft inzicht in andere disciplines waarop informatica wordt toegepast of die een toepassing vinden in de informatica.

     
  •  DC 
  • De student kan denken en handelen vanuit de fundamenten van de informatica.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica is in staat informatie uit vakliteratuur en onderzoek op wetenschappelijk verantwoorde wijze te verwerken.

     
  •  DC 
  • De student kan informatie uit vakliteratuur en wetenschappelijk onderzoek kritisch interpreteren.

     
  •  DC 
  • De student kan informatie uit vakliteratuur en wetenschappelijk onderzoek opzoeken.

     
  •  DC 
  • De student kan relevante informatie uit vakliteratuur en wetenschappelijk onderzoek gebruiken.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica is zich bewust van de ethisch-maatschappelijke context waarin informatica gebruikt wordt. Hij/zij kan ethische en deontologische problemen herkennen en analyseren, en hiernaar handelen.

     
  •  DC 
  • De student kan de maatschappelijke impact van wetenschap, en in het bijzonder informatica, duiden.

     
  •  DC 
  • De student kan ethische problemen en dilemma’s gerelateerd aan informatica herkennen en analyseren en een gepaste aanpak formuleren om hiermee om te gaan.

     
  •  DC 
  • De student kan het belang van integriteit uitleggen en daarnaar handelen.

     
  •  DC 
  • De student kan maatschappelijke aspecten en uitdagingen gerelateerd aan informatica uitleggen.

     
  •  DC 
  • De student kan rekening houden met relevante maatschappelijke aspecten en uitdagingen van de informatica tijdens de uitvoering van het eigen werk.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica is zich bewust van informatica als wetenschappelijke discipline, toont een kritische ingesteldheid en kan een standpunt innemen en verdedigen op basis van verworven kennis en inzicht.

     
  •  DC 
  • De student kan informatica als wetenschappelijke discipline situeren.

     
  •  DC 
  • De student kan informatie en inzichten uit diverse (wetenschappelijke) bronnen afwegen en combineren om een eigen standpunt te formuleren en te verdedigen.

     
  •  DC 
  • De student kan problemen van matige tot redelijke complexiteit op een wetenschappelijke manier onderzoeken en systematisch aanpakken.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren en analyseren, de eigen creativiteit aanwenden om deelproblemen op te lossen en de gevonden oplossingen te combineren tot een oplossing voor het oorspronkelijke probleem.

     
  •  DC 
  • De student kan de eigen creativiteit aanwenden om een matig complex informaticaprobleem op te lossen en deze oplossing te beschrijven.

     
  •  DC 
  • De student kan een informaticaprobleem analyseren door het op te splitsen in meer beheersbare deelproblemen.

     
  •  DC 
  • De student kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren.

     
  •  DC 
  • De student kan oplossingen van deelproblemen combineren tot een oplossing van het grotere probleem, en deze totaaloplossing beschrijven.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan in teamverband werken aan een project van matige complexiteit. Hierbij zijn niet alleen vakinhoudelijke aspecten van belang maar ook communicatieve en sociale vaardigheden en het kunnen maken van goede taakafspraken.

     
  •  DC 
  • De student is vertrouwd met de principes van effectief en efficiënt groepswerk.

     
  •  DC 
  • De student kan constructief samenwerken aan een opdracht of project.

     
  •  DC 
  • De student kan in samenwerking met groepsleden de prioriteiten van een opdracht of project bepalen.

     
  •  DC 
  • De student kan in samenwerking met groepsleden een taakverdeling opstellen en, indien nodig, bijsturen.

     
  •  DC 
  • De student kan in samenwerking met groepsleden een werkplan opstellen en, indien nodig, bijsturen.

     
  •  DC 
  • De student kan op een constructieve manier communiceren met groepsleden over het project.

     
  •  DC 
  • De student kan reflecteren op het eigen functioneren in een groepswerk en, indien nodig, het eigen handelen bijsturen.

     
  •  DC 
  • De student kan reflecteren op het functioneren van de groepsleden binnen de samenwerking.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan over het eigen werk rapporteren en communiceren, en kan het presenteren, aan informatici.

     
  •  DC 
  • De student kan de principes van een goede communicatie uitleggen.

     
  •  DC 
  • De student kan een geschikte tool voor een presentatie selecteren en gebruiken.

     
  •  DC 
  • De student kan het eigen werk mondeling presenteren aan informatici.

     
  •  DC 
  • De student kan het eigen werk mondeling verdedigen tegenover informatici.

     
  •  DC 
  • De student kan over het eigen werk schriftelijk rapporteren op het niveau van informatici.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan reflecteren over kritiek en kan op basis hiervan het eigen functioneren aanpassen.

     
  •  DC 
  • De student kan de beschikbare tijd efficiënt indelen, en deze tijdsindeling evalueren en bijsturen.

     
  •  DC 
  • De student kan op een systematische manier reflecteren over feedback van docenten, medestudenten of externen en deze gebruiken om het eigen werk te verbeteren.

     
  •  DC 
  • De student kan reflecteren op het eigen functioneren en, indien nodig, bijsturen.

 

  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Aangeboden inTolerantie3
3de bachelorjaar in de informatica J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.