Software Quality and Security (9014) |
Onderwijstaal : Nederlands |
Studiepunten: 3,0 | | | Periode: semester 1 (3sp) | | | 2de Examenkans1: Ja | | | Eindcijfer2: Numeriek |
| Examencontract: niet mogelijk |
Volgtijdelijkheid
|
|
Geen volgtijdelijkheid
|
|
De studenten leren in dit opleidingsonderdeel de basisprincipes achter:
- Het schrijven van software die kwalitatief voldoet aan zowel objectieve kwaliteitscriteria als situatie-specifieke vereisten m.b.t. kwaliteit;
- De verschillende referentiekaders die bestaan m.b.t. kwaliteitsnormen;
- Het schrijven van veilige en resilient software;
- De verschillende programmeerfouten die gemaakt kunnen worden die een impact hebben op de veiligheid en hoe deze te voorkomen.
|
|
|
Periode 1 Studiepunten 3,00
Evaluatievorm | |
|
Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
Andere: | Verplicht bijwonen van de presentaties. Schrijven van 2 persoonlijke
reflectiepapers over de inhoud van de presentaties. Studenten krijgen de
nodige informatie over deze paper aan het begin van het vak. |
|
|
|
|
|
Tweede examenkans
Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
|
 
|
Verplicht studiemateriaal |
|
Er worden slide sets gebruikt door de gastsprekers in hun presentaties. Deze slidesets worden in beperkte vorm ter beschikking gesteld van de studenten ; de studenten dienen deze aan te vullen met eigen notities. |
|
|
Eindcompetenties bachelor in de informatica
|
- EC
| De afgestudeerde bachelor beschikt over een breed referentiekader waardoor hij/zij de eigen kennis en vaardigheden van het vakgebied voortdurend kan actualiseren. | | - DC
| De student begrijpt de samenhang tussen belangrijke deelgebieden van de informatica en kan de kennis daaruit combineren. | | - DC
| De student heeft grondige kennis over belangrijke deelgebieden van de informatica: programmeertalen en -paradigma''s, computerarchitectuur, human computer interaction, data management, algoritmen en datastructuren, software engineering, computernetwerken, logica, theoretische informatica, besturingssystemen en computer graphics. | | - DC
| De student kan doelgericht zijn/haar (informatica)kennis actualiseren, vertrekkend van het bestaand referentiekader. | | - DC
| De student kan toepassingsgericht denken en handelen in informatica. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica is in staat informatie uit vakliteratuur en onderzoek op wetenschappelijk verantwoorde wijze te verwerken. | | - DC
| De student kan informatie uit vakliteratuur en wetenschappelijk onderzoek kritisch interpreteren. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren en analyseren, de eigen creativiteit aanwenden om deelproblemen op te lossen en de gevonden oplossingen te combineren tot een oplossing voor het oorspronkelijke probleem. | | - DC
| De student kan een informaticaprobleem analyseren door het op te splitsen in meer beheersbare deelproblemen. | - EC
| De afgestudeerde bachelor informatica kan over het eigen werk rapporteren en communiceren, en kan het presenteren, aan informatici. | | - DC
| De student kan over het eigen werk schriftelijk rapporteren op het niveau van informatici. |
|
|
|
| EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
Aangeboden in | Tolerantie3 |
3de bachelorjaar in de informatica
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|