De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Bachelorproef (1615)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Evelien POLDERS 
Lid van het onderwijsteam:Prof. dr. An NEVEN 
 Prof. dr. Ariane CUENEN 
 De heer Brent PETERS 
 dr. Hélène DIRIX 
 De heer Jeroen LUYCK 
 Mevrouw Nadine SMEYERS 
 De heer Roeland PAUL 
 Prof. dr. ir. Wim ECTORS 


Studiepunten: 12,0
Studiebelastingsuren: 324
Periode: semester 1 (0sp) semester 2 (12sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Algemene economie (5417) 6.0 stptn  
    Algemene milieukunde en klimaat (3568) 3.0 stptn  
    Casestudie 1 (1558) 6.0 stptn  
    Casestudie 2 (1382) 6.0 stptn  
    Mobiliteitsrecht (2110) 6.0 stptn  
    Ontwerpvaardigheden (5460) 6.0 stptn  
    Ruimtelijke ontwikkeling 1 (3498) 6.0 stptn  
    Verkeerskunde 1 (1255) 6.0 stptn  
    Verkeerskundig onderzoek (5478) 6.0 stptn  
    Verkeersonderzoeksmethodologie (3499) 6.0 stptn  
 
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
Advies Om de bachelorproef aan te vatten, dient de student over voldoende kennis en vaardigheden op vlak van de bachelor mobiliteitswetenschappen te beschikken. De bachelorproef vindt best plaats in het laatste bachelorjaar


Begincompetenties

De student dient na te vragen in het kader van het specifieke bachelorproefonderwerp welke noodzakelijke kennis en vaardigheden nodig zijn uit diverse OPO’s van de bacheloropleiding om de bachelorproef aan te vangen. Hieronder volgt alvast een niet-limitatieve opsomming:

  • De student kan verschillende invalshoeken van een mobiliteitsuitdaging identificeren (bv. ruimtelijke planning, verkeerstechniek, gedrag, verkeersonderzoek, verkeersveiligheid) en voor elk van deze invalshoeken relevante informatie verzamelen om te komen tot een geïntegreerde benadering;
  • De student kan beschrijven en beredeneren welke stakeholders invloeden ondervinden van een mobiliteitsprobleem/-uitdaging en welke stakeholders betrokken zijn in eenvoudige en concrete mobiliteitsproblemen;
  • De student is vertrouwd met de basisprincipes van een plan van aanpak (probleemstelling, doelstelling, onderzoeksvragen, keuze onderzoeksmethode en literatuurstudie) en kan dit opstellen volgens de aangeboden voorschriften;
  • De student kan zelfstandig een heldere planning opstellen, deze planning bewaken en gepast met de beschikbare tijd omgaan;
  • De student is vertrouwd met het opzoeken van geschikte wetenschappelijke literatuur (i.e., artikelen, boeken, rapporten) via de website van de bibliotheek van de Universiteit Hasselt en kan de wetenschappelijke literatuur structureren en samenvatten met correcte bronvermelding (APA-richtlijnen);
  • De student is vertrouwd met de verschillende onderzoeksmethoden binnen de mobiliteitswetenschappen en kan hieruit op basis van een bepaalde context de gepaste onderzoeksmethode(n) kiezen, deze keuze verantwoorden, en de onderzoeksmethode(n) vervolgens correct toepassen;
  • De student kan op basis van een bepaalde context de meest geschikte (statische) analysemethode selecteren en toepassen om de verzamelde data te analyseren en kan de resultaten correct interpreteren;
  • De student kan een rapport maken dat een duidelijke structuur heeft en hierin de aanpak en resultaten op een heldere en wetenschappelijke wijze bespreken;
  • De student kan een presentatie maken die een duidelijke structuur heeft en hierin de belangrijkste onderdelen van een wetenschappelijk onderzoek op begrijpelijke wijze overbrengen;
  • De student kan op basis van de interpretatie van de onderzoeksresultaten gepaste duurzame oplossingen aanreiken.



Inhoud

De bachelorproef is je eindwerk als bachelorstudent waarin je aantoont dat je een verkeerskundig vraagstuk (volledig zelfstandig) op wetenschappelijke wijze kunt onderzoeken en voorstellen van oplossingen kunt uitwerken die bijdragen tot een duurzame verkeers- en mobiliteitsontwikkeling. De onderwerpen voor de bachelorproef zijn realistische vraagstukken die typisch door verkeersdiensten (gemeentelijk, provinciaal, federaal), adviesbureaus of onderzoeksinstellingen behandeld worden. De probleemstelling, de analyse en de voorgestelde oplossing(en) vormen de inhoud van een rapport dat je aflevert en presenteert. Dit rapport moet een bruikbaar instrument zijn, dat in de praktijk kan worden ingezet om tot een gefundeerde en duurzame oplossing voor een gesteld probleem te komen.

Voor de keuze van het onderwerp van de bachelorproef zijn er twee mogelijkheden. Ofwel stel je zelf een onderwerp voor, ofwel kies je een onderwerp uit de lijst. De lijst bevat concrete verkeerskundige vraagstukken, die al dan niet in samenspraak met een externe partner werden geformuleerd. Indien je zelf een onderwerp voorstelt betekent dit dat je een voorstel moet indienen bij het onderwijsteam waarin je een korte toelichting/motivatie geeft i.v.m. het te onderzoeken onderwerp. Enkel goedgekeurde voorstellen kunnen worden uitgewerkt.



Verplicht studiemateriaal
 

De noodzakelijke documenten voor de bachelorproef worden via blackboard ter beschikking gesteld. Artikels en ander ondersteunend materiaal worden indien van toepassing ter beschikking gesteld door de begeleider(s) van de bachelorproef.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Individueel begeleidingsmoment  
Project  
Werkvormen  
Casestudy  
Paper  
Presentatie  
Seminarie  


Evaluatie

Semester 2 (12,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode35 %
Reflectieopdracht
Verslag
Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode30 %
Andere:De student krijgt een evaluatiecijfer voor het proces van de
bachelorproef (procesevaluatie).
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, geen tweede examenkans
Mondeling examen35 %
Presentatie
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingDe student mag zijn/haar eindrapport en presentatie gebruiken tijdens het mondeling examen.
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden

1) Het tijdig indienen van alle vereiste evaluatie-onderdelen (vermeld in de studieleidraad) is verplicht om een eindcijfer te kunnen verkrijgen.

2) De student wordt geacht actief deel te nemen aan de tussentijdse evaluatiemomenten die kaderen in de procesevaluatie

3) Een student moet geslaagd zijn (>=10/20) op de schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode (het eindrapport van de bachelorproef) en het mondeling examen (de presentatie en verdediging van de bachelorproef) om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.

Gevolg

1) Het niet of laattijdig indienen van van de vereiste evaluatie-onderdelen (vermeld in de studieleidraad) kan leiden tot een 0 voor de specifieke deelevaluatie.

Gewettigde afwezigheid wordt tijdig gemeld door de student met de nodige stukken. Indien mogelijk, wordt een vervangopdracht opgelegd.

2) Onvoldoende of niet-actieve deelname aan de tussentijdse evaluatiemomenten die kaderen in de procesevaluatie kan leiden tot een aangepaste score.

3) Een student die minder dan 10/20 behaalt op de schriftelijke evaluatie tijdens de onderwijsperiode (het eindrapport van de bachelorproef) en/of op het mondeling examen (de presentatie en verdediging van de bachelorproef), krijgt als eindresultaat voor het opleidingsonderdeel maximaal 9/20.

Extra info

Het reflectieverslag maakt onderdeel uit van het eindrapport.

De student levert een eindproduct (plan van aanpak, eindrapport en mondelinge verdediging op academisch niveau) af op basis waarvan wordt bepaald op welke manier de specifieke eindcompetenties van de bachelorproef gehaald werden. De beoordeling van de bachelorproef gebeurt op basis van de inhoud en kwaliteit van het geleverde werk en een procesevaluatie).

De bachelorproef dient in de eerste plaats om aan te tonen dat je in staat bent zelfstandig een mobiliteitsprobleem aan te pakken en tot een goed einde te brengen. Iedere student krijgt een begeleider toegewezen. Maar de taak van de begeleider is louter sturend. De verantwoordelijkheid voor de inhoud en de kwaliteit van het geleverde werk ligt bij de student. De begeleider zal hier zoveel mogelijk over proberen te waken, maar heeft uitsluitend een adviserende rol. Het effectieve werk wordt door de student geleverd. Ook de verantwoordelijkheid voor de opvolging, de planning, en de studievoortgang ligt bij de student.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Ja
Toelichting evaluatievorm Het deelcijfer op het proces wordt overgenomen uit de eerste examenkans,
ook indien het om een onvoldoende resultaat gaat.

Het eindrapport (35% van de punten) moet worden herwerkt en er dient een
nieuwe presentatie te worden gedaan (35% van de punten).

Indien de student een tweede examenkans heeft, is het de
verantwoordelijkheid van de student om tijdig contact op te nemen met de
docent indien het onduidelijk is welke deelevaluatie(s) de student moet
afleggen in tweede kans.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de mobiliteitswetenschappen
  •  EC 
  • EC1: De afgestudeerde bouwt zelfstandig, zelfsturend en kritisch kennis op. De afgestudeerde is in staat de eigen leerprocessen te plannen, te bewaken, te sturen en te evalueren en zorg te dragen voor eigen (kwaliteits-) controle.

     
  •  DC 
  • DC3: De student plant zelfstandig zijn/haar werk en bewaakt deze planning. De student houdt hierbij een heldere planning aan en gaat passend met de beschikbare tijd om.

     
  •  DC 
  • DC4: De student leert zichzelf kennen door schriftelijke zelfreflectie en door discussie over zijn/haar werk.

  •  EC 
  • EC2: De afgestudeerde heeft een gedegen kennis en inzicht in de concepten, methodes, en (onderzoeks)technieken van de mobiliteitswetenschappen en past deze adequaat toe.

     
  •  DC 
  • DC1: De student kan op een zelfstandige wijze (anderstalige) vakliteratuur opzoeken, beoordelen en samenvatten i.f.v. de kennis die nodig is.

     
  •  DC 
  • DC2: De student kan informatie m.b.t. het eigen vakgebied kritisch beoordelen en synthetiseren.

     
  •  DC 
  • DC4: De student kan uit veel voorkomende concepten, onderzoeks- en evaluatietechnieken, zelfstandig de juiste keuze maken in functie van de context en kan deze keuze verantwoorden.

     
  •  DC 
  • DC5: De student kan de onderzoeksmethode of techniek op een adequate wijze uitvoeren en interpreteren, al dan niet met de hulp van courante computertechnieken zoals softwarepakketten.

     
  •  DC 
  • DC6: De student kan de belangrijkste theoretische denkkaders toepassen in de praktijk.

     
  •  DC 
  • DC7: De student kan belangrijke theorieën m.b.t. een duurzame mobiliteit toepassen op eenvoudige en concrete mobiliteitsproblemen.

  •  EC 
  • EC3: De afgestudeerde is in staat om op basis van verworven kennis en inzicht te komen tot duurzame oplossingen voor complexe mobiliteitsvraagstukken. Daarnaast benadert de bachelor mobiliteitsproblemen vanuit het ruimere systeem door verbanden te leggen binnen het domein van mobiliteit en in relatie tot andere disciplines.

     
  •  DC 
  • DC2: De student kan de samenhang tussen het vakgebied van mobiliteitswetenschappen en aanverwante disciplines aantonen.

     
  •  DC 
  • DC3: De student heeft een gedegen interdisciplinaire kennis en inzicht in de belangrijkste theorieën en bevindingen van de verschillende basisdisciplines in mobiliteitswetenschappen.

     
  •  DC 
  • DC4: De student formuleert een duurzame oplossing waarin hij/zij de relevante kennis en inzichten samenbrengt.

  •  EC 
  • EC4: De afgestudeerde beschouwt de maatschappij inclusief alle belanghebbenden als belangrijke stakeholder en denkt kritisch na over de maatschappelijke relevantie en consequenties van adviezen en opdrachten.

     
  •  DC 
  • DC1: De student reflecteert over de maatschappelijke relevantie van mobiliteitsgerelateerde onderwerpen.

     
  •  DC 
  • DC2: De student kan naast de maatschappij ook de andere stakeholders (belanghebbenden) en hun specifieke belangen identificeren.

     
  •  DC 
  • DC3: De student kan beredeneren en beschrijven welke invloed stakeholders mogelijk zullen ervaren van een advies en kan hierover een standpunt innemen en dit beargumenteren.

     
  •  DC 
  • DC4: De student houdt in zijn/haar aanpak rekening met de belangen en standpunten van stakeholders en/of consequenties van adviezen bij het uitwerken van verschillende oplossingsmogelijkheden.

     
  •  DC 
  • DC5: De student koppelt de resultaten op een duidelijke manier terug naar de stakeholders.

  •  EC 
  • EC6: De afgestudeerde is in staat om te communiceren - zowel schriftelijk als mondeling - over zijn vakgebied met wetenschappers uit het eigen of aangrenzende vakgebieden en met brede maatschappelijke groeperingen.

     
  •  DC 
  • DC1: De student is in staat om op een professionele manier schriftelijk te communiceren.

     
  •  DC 
  • DC2: De student is in staat om op een professionele manier mondeling te communiceren.

     
  •  DC 
  • DC3: De student communiceert gepast met brede maatschappelijke groeperingen (zoals bewoners, overheden, handelaars).

  •  EC 
  • EC8: De afgestudeerde handelt en reflecteert op een ethische en duurzame manier.

     
  •  DC 
  • DC1: De student gaat systematisch te werk en reflecteert bij iedere stap in het proces.

     
  •  DC 
  • DC2: De student handelt volgens de deontologische codes van onderzoek.

     
  •  DC 
  • DC3: De student gaat na wat de impact is op zichzelf, de mens en de maatschappij

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
3de bachelor jaar in de mobiliteitswetenschappen N



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.