De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Beginselen van het recht (1874)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Petra FOUBERT 
Co-titularis:Prof. dr. Sara VANCLEEF 
Lid van het onderwijsteam:De heer Diego SERRE 
 Mevrouw Hafize NURDOGAN 
 dr. Michelle SCHOUTEDEN 
 De heer Tim GREVEN 
 De heer Vincent LOENDERS 


Studiepunten: 8,0
Studiebelastingsuren: 216
Periode: kwartiel 1 (8sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Inhoud

Inhoud

Het opleidingsonderdeel Beginselen van het recht beoogt de studenten kennis te laten maken met de hoofdlijnen van het recht, hen enthousiast te maken voor het recht en hen een eerste, doch betrouwbare indruk te geven van wat de rechtenstudie inhoudt.

Wat de inhoud van dit opleidingsonderdeel betreft, ligt de nadruk niet zozeer op het uiteenzetten van juridische leerstukken, maar eerder op de soorten problemen die in de samenleving voorkomen en waarvoor vanuit een juridische invalshoek een oplossing wordt gezocht.

Daarbij komen onder meer de volgende onderwerpen aan bod: de aard, het doel en de functies van het recht; de rechtsstaat en de scheiding der machten; algemene rechtsbeginselen; positief recht; gemeen recht en uitzonderingsrecht; diverse vormen van afdwingbaarheid van het recht; institutionele structuur en bevoegdheidsverdeling; onderscheid nationale en internationale rechtsorde; hiërarchie der normen; toepassing van de wet in de tijd en in de ruimte; de interpretatie van het recht; algemene begrippen van het burgerlijk recht: subjectief recht, rechtssubject, rechtsobject/ rechtsfeit, rechtshandelingen, waaronder overeenkomsten; bronnen van verbintenissen; fundamentele begrippen uit het publiek recht: formele en materiële wetten; formele en materiële bronnen van het recht; objectief en subjectief recht.

Vermits juridische vragen niet altijd en overal op dezelfde manier worden beantwoord, besteedt dit opleidingsonderdeel ook aandacht aan de uiteenlopende manieren waarop de Belgische rechtsorde, maar ook andere rechtsordes, omgaan met bepaalde algemene rechtsvragen.

Behalve op juridisch-inhoudelijke onderwerpen gaat dit opleidingsonderdeel ook in op meer algemene onderwerpen, zoals interpretatiemethoden.

Opzet

Studenten lezen wetgeving, rechtspraak en rechtsleer en leren hieruit de nuttige informatie te halen in het licht van een opdracht. Zij leren kritisch met deze bronnen om te gaan; ze interpreteren ze en schatten ze naar waarde. Studenten moeten nu en dan een juridische bron zelf opzoeken.De bronnen zijn geschreven in het Nederlands, Frans of Engels.

De studenten moeten vooral leren de opgedane kennis daadwerkelijk te gebruiken. Daarom wordt veel aandacht besteed aan het oplossen van problemen en het maken van opdrachten (opdrachtgestuurd onderwijs). De studenten leren dat het recht soms verschilt naargelang het land waarin het juridisch probleem zich voordoet (nut van de rechtsvergelijking). Studenten krijgen ook opdrachten waarin zij een juridisch onderbouwd standpunt moeten innemen. Bepaalde opdrachten bevatten ethische aspecten. Het is dan de taak van de student om in zijn antwoord tevens dit aspect te schetsen, er zijn oordeel over te vormen en het mee te delen.

Van de studenten wordt verwacht dat zij juridische vragen schriftelijk kunnen beantwoorden of problemen kunnen oplossen, en dit op zelfstandige en heldere wijze. Tijdens de onderwijsbijeenkomsten in kleine groep bespreekt de student zijn oplossingen met de medestudenten, onder leiding van een tutor.

Sleutelwoorden

  • Rechtsbronnen, formele en materiële
  • Gewoonte
  • Billijkheid
  • Rechtsvinding
  • Normenhiërarchie
  • Privaatrecht
  • Publiekrecht
  • < li>Strafrecht
  • Bijzondere rechtsgebieden
  • Formele en materiële wetten
  • Discretionaire en gebonden bevoegdheden
  • Subjectieve rechten en objectief recht
  • Grondrechten
  • Absolute en relatieve rechten
  • Soorten verbintenissen
  • Bronnen van verbintenissen
  • Overeenkomst
  • Personenrecht
  • Onrechtmat ige daad
  • Rechtsmisbruik
  • Rechtsbevoegdheid
  • Handelingsbekw aamheid
  • Nietigheid
  • Vernietigbaarheid


Verplichte handboeken (boekhandel)
 

Handboek 1:

Een kennismaking met recht en rechtspraktijk, G. Martyn e.a., 2026, Die Keure

ISBN: nog te bepalen

 

Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel)
 

Cursus 1:

Subtitel: Blokboek 2026-2027
Extra info:

 

Verplicht studiemateriaal
 

VRG Codex, Wolters Kluwer, 2026-2027.

 

Aanbevolen literatuur
 

Handboek 1:

De Valks Juridisch Woordenboek (pocketversie), B. Tilleman, S. Lierman & V. Sagaert (eds.), recentste editie, Intersentia

ISBN: 9789400018877 

 

Verplichte software
 

Naam: SchoolYear



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Onderwijsgroep  


Evaluatie

Kwartiel 1 (8,00sp)

Evaluatievorm
Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode10 %
Andere:2 van de 20 punten worden gekoppeld aan de wijze waarop de student
optreedt als gespreksleider en deelneemt aan de discussies tijdens de
onderwijsbijeenkomsten. Een scoretabel is opgenomen in het blokboek.
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, geen tweede examenkans
Schriftelijk examen90 %
Gesloten-boek
Casus
Meerkeuzevragen
Open vragen
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
VoorwaardenTeneinde een cijfer te kunnen krijgen voor de permanente evaluatie, moet de student minimum 8 van de 11 onderwijsbijeenkomsten bijwonen. De student kan, met andere woorden, slechts 3 keer ongewettigd afwezig zijn.
GevolgIndien de student geen 8 onderwijsbijeenkomsten bijwoont, zal de student voor het onderdeel permanente evaluatie 0/2 krijgen.
Extra info

Voor de meerkeuzevragen wordt geen giscorrectie toegepast.

De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm De examenvorm voor de tweede examenkans is dezelfde als die voor de
eerste examenkans. Bemerk dat het cijfer voor de permanente evaluatie
uit de eerste examenkans behouden blijft voor de tweede examenkans!


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de rechten
  •  EC 
  • EC01 - De bachelor in de rechten heeft juridische (basis)kennis van en inzicht in de leerstukken en systematiek van de belangrijkste rechtsgebieden behorende tot het nationale, internationale en supranationale recht gekoppeld aan de recente ontwikkelingen en aan het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied en met aandacht voor de maatschappelijke realiteit. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student kan de belangrijkste rechtsgebieden toelichten en voorbeelden geven van rechtsregels die tot deze rechtsgebieden behoren.

     
  •  DC 
  • De student kan de indeling van rechtsregels in publiekrecht en privaatrecht beschrijven. De student kan een concrete rechtsregel toewijzen aan het publiekrecht of het privaatrecht.

  •  EC 
  • EC02 - De bachelor in de rechten heeft (basis)kennis van metajuridische wetenschappen, waaronder historische, filosofische, sociale en politieke aspecten van het recht, economische beginselen, en redeneerkunst. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student is zich ervan bewust dat het recht diep geworteld is in de samenleving en voortdurend in interactie gaat met andere disciplines zoals geschiedenis, filosofie, sociologie, economie en politicologie. De student kan de invloed van deze metajuridische wetenschappen aanwijzen en toelichten in een eenvoudige casus over een leerstuk dat aan bod komt in het opleidingsonderdeel.

  •  EC 
  • EC04 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de voortdurende interactie tussen nationaal, supranationaal en internationaal recht. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student kan de interactie tussen het nationale recht enerzijds en het internationale en supranationale recht anderzijds identificeren en toelichten in een eenvoudige casus over een leerstuk dat aan bod komt in het opleidingsonderdeel.

  •  EC 
  • EC06 - De bachelor in de rechten kan wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, en andere juridische teksten en bronnenmateriaal verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student herkent de verschillende bronnen van het recht en kan ze toewijzen aan de juiste categorie.

     
  •  DC 
  • De student kan voor eenvoudige juridische vragen die verband houden met een leerstuk dat aan bod komt in het opleidingsonderdeel de relevante juridische bepalingen terugvinden in zijn/haar wetboek.

  •  EC 
  • EC07 - De bachelor in de rechten kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student heeft een beginnend begrip van de verschillende wijzen waarop rechtsbronnen geïnterpreteerd kunnen worden en kan deze interpretatiewijzen herkennen en toelichten.

     
  •  DC 
  • De student kan verschillende bronnen van recht naar waarde inschatten.

  •  EC 
  • EC09 - De bachelor in de rechten kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen vanuit het betrokken rechtsgebied, en de bijhorende elementen en relevante rechtsregels detecteren. De bachelor in de rechten kan een casus op bachelorniveau oplossen door het toepassen van oplossingsstrategieën, onder andere vanuit een rechtsvergelijkende benadering. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan in een eenvoudige casus die betrekking heeft op een leerstuk dat aan bod komt in het opleidingsonderdeel een juridisch probleem herkennen en toelichten. De student kan een begin van een oplossing formuleren en maakt daartoe gebruik van zijn/haar wetboek.

  •  EC 
  • EC10 - De bachelor in de rechten kan de verschillende belanghebbenden en hun specifieke belangen in een eenvoudige probleemstelling identificeren, en houdt hiermee rekening in de eigen redenering en aanpak. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan de verschillende belanghebbende partijen herkennen in een eenvoudige casus die betrekking heeft op een leerstuk dat aan bod komt in het opleidingsonderdeel.

     
  •  DC 
  • De student kan een begin van een advies formuleren voor een belanghebbende in een eenvoudige casus die betrekking heeft op een leerstuk dat aan bod komt in het opleidingsonderdeel.

  •  EC 
  • EC11 - De bachelor in de rechten kan de Nederlandse, Engelse en Franse (rechts)taal adequaat gebruiken in een juridische context. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student is zich bewust van het onderscheid tussen juridische terminologie en alledaags taalgebruik. De student begrijpt in welke situaties het gebruik van juridische termen belangrijk is.

     
  •  DC 
  • De student kan de Nederlandstalige juridische termen die aan bod komen in het opleidingsonderdeel correct gebruiken in zijn/haar mondelinge en schriftelijke communicatie.

     
  •  DC 
  • De student kan de Nederlandstalige juridische termen die aan bod komen in het opleidingsonderdeel uitleggen.

  •  EC 
  • EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan tijdens een onderwijsbijeenkomst zijn/haar voorbereide oplossing van een juridische opdracht op een bevattelijke manier uitleggen aan de medestudenten. De student kan aanwijzen welke problemen hij/zij bij de voorbereiding heeft ervaren.

  •  EC 
  • EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan in een eenvoudige casus die betrekking heeft op een leerstuk dat aan bod komt in het opleidingsonderdeel ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten herkennen en toelichten.

  •  EC 
  • EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan zijn/haar eigen standpunt over een eenvoudig juridisch probleem onderbouwen op basis van juridische begrippen en op een respectvolle manier mondeling of schriftelijk toelichten aan zijn/haar medestudenten.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
1ste bachelorjaar in de rechten J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.