De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Methodologie 1: Oplossen van juridische problemen (1876)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Emma Suzanne VAN AGGELEN 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Britt BOCKEN 
 Mevrouw Isabel FRESON 
 De heer Jochen PANIS 
 De heer Lode VOS 


Studiepunten: 3,0
Studiebelastingsuren: 81
Periode: kwartiel 1 (3sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Inhoud

Het opleidingsonderdeel Methodologie 1: Oplossen van Juridische Problemen beoogt eerstejaarsstudenten te bekwamen in de basisvaardigheden waarover zij in de rest van zijn studie moeten beschikken. Daarbij wordt gekeken naar alle aspecten van de juridische studie.

De vaardigheden worden verworven door het uitvoeren van opdrachten (oefeningen), het grondig analyseren van rechtspraak en het gezamenlijk evalueren hiervan, en het zoeken van relevante bronnen rond een rechtsvraag. De inhoud van de opdrachten sluit zo veel mogelijk aan bij verschillende essentiële thema's: waar vinden we het recht, welke rechtbanken bestaan en hoe lezen we hun gerechtelijke uitspraken, wat is de waarde van rechtsleer als bron van recht, e.d.m. Studeervaardigheden stellen de student in staat zo efficiënt mogelijk juridische kennis te verwerven. Dat betreft in de eerste plaats het vinden, evalueren, beoordelen, selecteren en gebruiken van bronnen. Daarnaast gaat het over het werken met het wetboek en het lezen van juridische teksten.

Mondelinge vaardigheden worden hoofdzakelijk geoefend door actieve participatie tijdens onderwijsbijeenkomsten, o.m. via het formuleren van feiten, rechtsvragen, argumenten.

De studenten zullen concreet leren werken met een wetboek en zelfstandig eenvoudige concrete casussen leren oplossen. De studenten worden ook geoefend in het zoeken van relevante bronnen voor de beoordeling van een rechtsvraag.

Schriftelijke vaardigheden (in ruime zin) worden hoofdzakelijk georiënteerd op het schrijven van een motivering bij gevonden bronnen relevant voor een rechtsvraag, maar kunnen bijvoorbeeld ook geoefend worden via o.m. het analyseren van een contract, een argumentatie ... De studenten leren ook correct verwijzen naar de juridische bronnen (V&A).

Vaardigheden: functioneren in groep, studeervaardigheden, analytische vaardigheden, leesvaardigheden, mondelinge vaardigheden, schriftelijke vaardigheden.



Verplichte handboeken (boekhandel)
 

Handboek 1:

Praktijkboek Rechtsmethodologie, F. Eggermont, S. Smis, P. Paepe en W. Schreurs, Laatste editie, die Keure

ISBN: 9789048650408

 

Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel)
 

Cursus 1:

Subtitel: Blokboek.
Extra info:

 

Verplicht studiemateriaal
 

VRG Codex, Kluwer, recentste editie.

 

Aanbevolen literatuur
 

Handboek 1:

De Valks Juridisch Woordenboek (pocketversie), B. Tilleman, S. Lierman & V. Sagaert (eds.), recentste editie, Intersentia

ISBN: 9789400018877 

 

Verplichte software
 
​Naam: SchoolYear


Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Practicum  


Evaluatie

Kwartiel 1 (3,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode25 %
Huiswerktaken
Schriftelijk examen75 %
Gesloten-boek
Casus
Open vragen
Extra info

Schriftelijk examen (telt mee voor 15 van de in totaal te behalen 20 punten) en een praktische opdracht (telt mee voor 5 van de in totaal te behalen 20 punten).

De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Ja
Toelichting evaluatievorm Het cijfer is volledig gebaseerd op een schriftelijk examen dat wordt
afgenomen tijdens de examenperiode.
De schriftelijke opdracht wordt geïntegreerd in het examen.
Afhankelijk van het aantal deelnemers kan de evaluatievorm bij de tweede
kans gewijzigd worden.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de rechten
  •  EC 
  • EC06 - De bachelor in de rechten kan wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, en andere juridische teksten en bronnenmateriaal verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student kan de fiscale wetgeving, rechtspraak, rechtsleer en andere fiscaal bronnenmateriaal verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken.

  •  EC 
  • EC07 - De bachelor in de rechten kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student kan in toenemende mate zelfstandig verschillende juridische (digitale) bronnen zoeken, selecteren, begrijpen en analyseren (zowel Nederlandstalige, Franstalige als Engelstalige).

  •  EC 
  • EC09 - De bachelor in de rechten kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen vanuit het betrokken rechtsgebied, en de bijhorende elementen en relevante rechtsregels detecteren. De bachelor in de rechten kan een casus op bachelorniveau oplossen door het toepassen van oplossingsstrategieën, onder andere vanuit een rechtsvergelijkende benadering. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan een juridisch probleem herkennen en ontleden. Tevens is de student in staat de relevante rechtsregels te detecteren en toe te passen op een op bachelorniveau aangepaste casus.

  •  EC 
  • EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan op een zakelijke en juridisch onderbouwde manier communiceren in het Nederlands, zowel mondeling als schriftelijk.

  •  EC 
  • EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student herkent en erkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context.

  •  EC 
  • EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan een juridische argumentatie herkennen en ontleden.

  •  EC 
  • EC15 - De bachelor in de rechten kan op een actieve en constructieve manier bijdragen aan een gemeenschappelijke doelstelling, en dit al dan niet in teamverband (formeel of informeel). (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student is in staat om te werken in groep en constructief bij te dragen aan een gemeenschappelijke doelstelling, zoals het oplossen van diverse juridische problemen.

  •  EC 
  • EC16 - De bachelor in de rechten is in staat de eigen aanpak en leerprocessen (in toenemende mate zelfstandig en zelfgestuurd) te plannen en te evalueren, en doet dit vanuit een ingesteldheid tot levenslang leren. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student is in staat om zijn eigen aanpak te bepalen en dit leerproces te evalueren.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
1ste bachelorjaar in de rechten J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.