Internationaal en Europees recht (1880) |
| Studiepunten: 12,0 | | Studiebelastingsuren: 324 | Periode: kwartiel 4 (12sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
De student heeft een elementair begrip van het staatsrecht, in het bijzonder van de organisatie van de Belgische federale staat.
De student heeft een elementair begrip van de Europese en internationale geschiedenis sinds 1945.
De student is op de hoogte van recente ontwikkelingen in de Europese en internationale politiek, zoals die aan bod komen in niet-gespecialiseerde kwaliteitsmedia (bv. VRT, De Standaard, De Morgen, etc.).
|
|
|
|
|
Het blok Internationaal en Europees Recht bestaat uit twee wezenlijke componenten: internationaal publiekrecht en Europees recht. De opbouw van het blok volgt de fundamentele groeicurve van de transnationale rechtsvorming, nl. van coëxistentie en coöperatie tot integratie van Staten. In het onderdeel Europees recht wordt ingegaan op de Europese integratie; de structuur van de EU, met nadruk het supranationale karakter van het EU-recht; de bronnen van EU-recht; de doorwerking van Europees recht in de nationale rechtsordes, met bijzondere aandacht voor de principes van voorrang en rechtstreekse werking van EU-recht; de Europese instellingen; de materiële werkingssfeer van het Europees recht, waarbij onder meer gekeken wordt naar de doelstellingen, de bevoegdheden, de principes van subsidiariteit en evenredigheid; de besluitvorming op Europees vlak; de rechtsbescherming, zowel ten aanzien van handelingen van de lidstaten als van de Europese instellingen; het burgerschap van de Unie; de beginselen van de vier vrijheden. In het onderdeel internationaal recht komen de volgende onderwerpen aan bod: de aard van het internationaal recht en de verhouding met nationaal en Europees recht; de bronnen van internationaal recht, met speciale aandacht voor verdragsrecht en gewoonterecht; de volkenrechtelijke subjecten, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen Staten en niet-statelijke actoren (internationale organisaties, NGO's, transnationale ondernemingen, individuen); de beginselen van rechtsmacht (met inbegrip van territoriale en functionele jurisdictie, alsook rechtsmacht over globale rechtsgebieden) en volkenrechtelijke immuniteiten; staatsaansprakelijkheid; geschillenbeslechting en rechtshandhaving. - Verhouding nationaal/internationaal recht, rechtsbronnen, rechtssubjecten, rechtsmacht, immuniteit, staatsaansprakelijkheid, geschillenbeslechting, rechtshandhaving, internationale organisaties, VN-organisaties, Wereldhandelsorganisatie, regionale intergouvernementele organisaties in Europa.
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Handboek 1:
Internationaal Recht in Kort Bestek, Jan Wouters, 2024 4e editie (studenteneditie), Intersentia
Handboek 2:
Europees recht, Koen Lenaerts, Piet Van Nuffel, 7e editie, Intersentia, paperback
ISBN: 9789400014572 |
|
 
|
| Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
| |
Cursus 1:
Subtitel: Blokboek. Extra info: |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
VRG Codex, Wolters Kluwer, recentste editie. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Onderwijsgroep ✔
|
|
|
|
Kwartiel 4 (12,00sp)
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | Er mag gebruik worden gemaakt van verschillende middelen, zolang deze maar op papier zijn. Elektronische middelen zijn dus niet toegestaan. Dit omvat, maar is niet beperkt tot: de handboeken voor het deel internationaal recht en het deel Europees recht, het blokboek, de geprinte slides, notities gemaakt in de les en de VRG-codex. |
|
|
|
| Extra info | De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de rechten
|
- EC
| EC01 - De bachelor in de rechten heeft juridische (basis)kennis van en inzicht in de leerstukken en systematiek van de belangrijkste rechtsgebieden behorende tot het nationale, internationale en supranationale recht gekoppeld aan de recente ontwikkelingen en aan het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied en met aandacht voor de maatschappelijke realiteit. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student begrijpt de rol van het internationaal en Europees recht in het sturen van ontwikkelingen op (internationaal) politiek vlak. | - EC
| EC03 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de problematiek van eenmaking van het recht, in het bijzonder binnen de Europese context. | | | - DC
| De student begrijpt hoe Europese integratie door Verdragen, wetgeving en rechtspraak plaatsvindt. | - EC
| EC04 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de voortdurende interactie tussen nationaal, supranationaal en internationaal recht. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student begrijpt hoe internationaal en Europees recht ingang vinden in de nationale rechtsorde. | - EC
| EC06 - De bachelor in de rechten kan wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, en andere juridische teksten en bronnenmateriaal verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie) | | | - DC
| De student kan Europese en internationale rechtspraak begrijpen en in zijn context plaatsen, en kan de juridische relevantie ervan beoordelen. | - EC
| EC07 - De bachelor in de rechten kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie) | | | - DC
| De student kan Europees- en internationaalrechtelijke bronnen, in het bijzonder rechtspraak, in het Engels lezen en kent de vertaling van essentiële termen van Europees en internationaal recht in het Engels en Frans. | - EC
| EC09 - De bachelor in de rechten kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen vanuit het betrokken rechtsgebied, en de bijhorende elementen en relevante rechtsregels detecteren. De bachelor in de rechten kan een casus op bachelorniveau oplossen door het toepassen van oplossingsstrategieën, onder andere vanuit een rechtsvergelijkende benadering. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan een casus met een Europees- of internationaalrechtelijke rechtsvraag begrijpen en oplossen aan de hand van de leerstukken aangereikt in het vak. | - EC
| EC10 - De bachelor in de rechten kan de verschillende belanghebbenden en hun specifieke belangen in een eenvoudige probleemstelling identificeren, en houdt hiermee rekening in de eigen redenering en aanpak. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan een casus ontleden om de verschillende belangen van de partijen in een geschil te identificeren. | - EC
| EC11 - De bachelor in de rechten kan de Nederlandse, Engelse en Franse (rechts)taal adequaat gebruiken in een juridische context. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kent de unieke begrippen van internationaal en Europees recht en gebruikt ze nauwkeurig om juridische problemen te analyseren. | - EC
| EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan tijdens onderwijsbijeenkomst helder uitleggen welk juridisch probleem er uit een casus voortvloeit en welke juridische oplossing het internationaal of Europees recht ervoor biedt. | - EC
| EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan kritisch nadenken over de maatschappelijke implicaties van evoluties in het internationaal en Europees recht. | - EC
| EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan zijn/haar onderbouwde mening/visie geven op leerstukken van internationaal en Europees recht. | - EC
| EC15 - De bachelor in de rechten kan op een actieve en constructieve manier bijdragen aan een gemeenschappelijke doelstelling, en dit al dan niet in teamverband (formeel of informeel). (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan actief deelnemen aan een onderwijsbijeenkomst door zich voldoende voor te bereiden, mee te denken over de taak en te bespreken met groepsgenoten. | - EC
| EC16 - De bachelor in de rechten is in staat de eigen aanpak en leerprocessen (in toenemende mate zelfstandig en zelfgestuurd) te plannen en te evalueren, en doet dit vanuit een ingesteldheid tot levenslang leren. (algemene competentie) | | | - DC
| De student bereidt de onderwijsbijeenkomsten zelfstandig voor en herhaalt reeds geziene leerstof terwijl nieuwe onderwerpen aan bod komen. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
1ste bachelorjaar in de rechten
|
J
|
|
Schakelprogramma Rechten, jaar 1, verplichte opleidingsonderdelen
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|