Français juridique (1882) |
| Studiepunten: 4,0 | | Studiebelastingsuren: 108 | Periode: kwartiel 1 (4sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
De student kent en begrijpt elementaire Nederlandse juridische begrippen zoals ‘rechtshandeling’, ‘vruchtgebruik’, ‘seponering’, ‘overmacht’, ‘verjaring’ e.d. De student is in staat om van die begrippen een correcte definitie in het Nederlands op schrift te stellen.
De student kan een Nederlandstalige gerechtelijke uitspraak, qua moeilijkheidsgraad te vergelijken met de rechtspraak die wordt geanalyseerd in het kader van het OPO Beginselen van het recht (1874), begrijpen en op correcte wijze ontleden in: (1) de belangrijkste feitelijke elementen; (2) de relevante rechtsvragen; (3) de toepasselijke rechtsregels; (4) de argumenten van de verschillende partijen; en (5) de juridische beoordeling door het rechtscollege. De student is in staat om deze onderdelen met eigen woorden in het Nederlands samen te vatten.
De student beschikt over een taalbeheersing van het algemeen, niet-juridisch Frans dat overeenstemt met een ERK-niveau van B1 voor lezen en van A2 voor schrijven en spreken.
|
|
|
|
|
Het blok Français Juridique richt zich op de behoefte van de studenten aan een elementaire juridische kennis van de Franse taal, zowel in functie van hun opleiding als voor de toekomst. Het blok besteedt daarom voornamelijk aandacht aan het opdoen en gebruiken van terminologische kennis omtrent een aantal rechtstakken en aan het analyseren en synthetiseren van teksten (wetten en decreten, arresten en vonnissen, publicaties in vaktijdschriften, opiniestukken....). Aandacht gaat uit naar schrijf- en lees- en spreekvaardigheid.
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Handboek 1:
Le Français juridique. Maitrisez le jargon juridique à travers des exercices pratiques., Werner-Edouard de Saeger van Nattenhaesdonck, Studentenversie
ISBN: 9789464983364 |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Het blokboek wordt op Blackboard ter beschikking gesteld. |
|
 
|
| Opmerkingen |
| |
Het doel is dat de studenten zich actief en passief het gebruik van de Franse juridische rechtstaal tot op zekere hoogte eigen maken. |
|
|
|
Kwartiel 1 (4,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode | 25 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | - Mondelinge evaluatie tijdens de onderwijsperiode gebeurt aan de hand van een presentatie en het optreden van de student als respondent tijdens de discussies.
- Om voor dit vak te kunnen slagen moet de student aan elk van de examencomponenten deelnemen. |
|
|
|
| Gevolg | De student die niet aan alle examencomponenten deelneemt, krijgt geen punt. In bijzondere gevallen, indien een student om gegronde redenen niet aanwezig kan zijn of niet kan deelnemen aan de presentatie, kan een vervangende opdracht worden voorgeschreven. |
|
|
|
| Extra info | De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Studenten kunnen alleen het schriftelijk examen herkansen. De deelpunten voor de presentatie blijven behouden. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de rechten
|
- EC
| EC07 - De bachelor in de rechten kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie) | | | - DC
| De student kan verschillende juridische (digitale) bronnen in het Frans lezen, begrijpen en bediscussiëren. | - EC
| EC11 - De bachelor in de rechten kan de Nederlandse, Engelse en Franse (rechts)taal adequaat gebruiken in een juridische context. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan de aangereikte juridische begrippen correct vertalen in het Nederlands en het Frans. | - EC
| EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan op een heldere wijze mondeling en schriftelijk communiceren in het Frans tijdens de onderwijsbijeenkomsten. De student maakt hierbij gebruik van de aangereikte juridische begrippen. | - EC
| EC15 - De bachelor in de rechten kan op een actieve en constructieve manier bijdragen aan een gemeenschappelijke doelstelling, en dit al dan niet in teamverband (formeel of informeel). (algemene competentie) | | | - DC
| De student draagt actief en constructief bij aan de gemeenschappelijke bespreking tijdens de onderwijsbijeenkomsten. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
2de bachelorjaar in de rechten
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|