| Studiepunten: 4,0 | | Studiebelastingsuren: 108 | Periode: kwartiel 1 (0sp) + kwartiel 2 (4sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
| |
| |
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
|
| |
|
Internationaal en Europees recht (1880)
|
12.0 stptn | |
| |
|
|
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
| |
| |
Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
|
| |
|
Legal English (1877)
|
3.0 stptn | |
| |
|
|
|
|
De student herkent uit een casus over internationaal recht, Europees recht of Europese mensenrechten de relevante rechtsvragen en standpunten van de verschillende partijen
De student is in staat om de rechtsvragen die in gerechtelijke uitspraken aan de orde zijn correct te identificeren, de bijbehorende feitelijke elementen en rechtsregels te detecteren en hierover in eigen woorden te communiceren
De student heeft een dusdanige kennis van het internationaal recht, Europees recht of Europese mensenrechten dat een casus over een dergelijk rechtsgebied te begrijpen valt en dat deze kennis kan worden toegepast bij het innemen van een standpunt
De student is in staat de rechtsbronnen te analyseren en rechtssubjecten te identificeren zoals aan bod komen in het vak Internationaal en Europees Recht
De student kan met de relevante rechtsbronnen werken en deze neerschrijven volgens de V&A-regels
|
|
|
|
|
Het practicum Moot Court biedt studenten de kans om op een actieve manier hun schrijfvaardigheden alsook hun mondelinge vaardigheden te ontwikkelen in het kader van een moot court. Studenten zullen een zaak (juridisch geschil) gepresenteerd krijgen die zich situeert op het Europese dan wel het internationaalrechtelijke terrein. Studenten zullen een van de partijen dienen te verdedigingen en zullen hierbij papers dienen te schrijven en een pleidooi dienen voor te bereiden. Nadruk zal liggen op het verwerven van vaardigheden. Aan het einde van het practicum zullen de studenten hun partij mondeling moeten verdedigen en dienen te pleiten tegen elkaar. Studenten leren om te gaan met verschillende juridische bronnen. Zij ontwikkelen schrijf- en spreekvaardigheden. Studenten verkrijgen een goed probleemonderkennend -en oplossend vermogen. Het wordt van studenten gevraagd elkaar te beoordelen.
|
|
| Eerder aangekochte verplichte handboeken |
| |
VRG Codex, Wolters Kluwer, recentste editie. |
|
 
|
| Opmerkingen |
| |
Binnen dit opleidingsonderdeel kan er gebruikgemaakt worden van anderstalige (waaronder Franstalige en Engelstalige) literatuur. |
|
|
|
Kwartiel 2 (4,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 70 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, met voorwaarde |
|
| Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Indien minstens 50% van de deelpunten behaald werd, zal het deelpunt
worden overgedragen naar de tweede examenkans. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode | 30 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, met voorwaarde |
|
| Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Indien minstens 50% van de deelpunten behaald werd, zal het deelpunt
worden overgedragen naar de tweede examenkans. |
|
|
|
|
|
|
|
| Extra info | Deelname aan alle onderdelen is een voorwaarde om in eerste zittijd een examencijfer voor het practicum te bekomen. Al de taken dienen daarenboven ingeleverd te worden. U dient verder ook deelgenomen te hebben aan de finale moot court sessie.
50% van de punten staat op de taken, 20% op de peer reviews en 30% op het mondelinge luik.
Afhankelijk van het aantal deelnemers kan de evaluatievorm bij de tweede kans gewijzigd worden. Het totale eindcijfer voor dit opleidingsonderdeel zal bekend gemaakt worden via de gebruikelijke kanalen van de universiteit Hasselt. Er zullen geen individuele punten worden medegedeeld alvorens het eindcijfer kenbaar wordt gemaakt.
De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | De tweede kans zal een vorm aannemen die een combinatie van de schriftelijke opdrachten (met name het schriftelijke pleidooi) en het mondeling pleidooi inhoudt. Dit gezien er mogelijk niet meer binnen een groep zal worden gewerkt.
Afhankelijk van het aantal deelnemers kan de evaluatievorm bij de tweede kans gewijzigd worden. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de rechten
|
- EC
| EC01 - De bachelor in de rechten heeft juridische (basis)kennis van en inzicht in de leerstukken en systematiek van de belangrijkste rechtsgebieden behorende tot het nationale, internationale en supranationale recht gekoppeld aan de recente ontwikkelingen en aan het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied en met aandacht voor de maatschappelijke realiteit. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student kan juridische (basis)kennis van en inzicht in de leerstukken en systematiek van de belangrijkste rechtsgebieden inzetten bij de analyse van een juridisch geschil. | - EC
| EC03 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de problematiek van eenmaking van het recht, in het bijzonder binnen de Europese context. | | | - DC
| De student kan de verworven kennis uit eerdere vakken inzetten voor de doeleinden van dit vak om zo tot relevante bronnen en argumenten te komen. | - EC
| EC04 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de voortdurende interactie tussen nationaal, supranationaal en internationaal recht. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student kan dit inzicht inzetten om de gekozen partij goed te vertegenwoordigen door relevante bronnen te gebruiken en relevante argumenten te formuleren. | - EC
| EC05 - De bachelor in de rechten kan een nationaal rechtsgebied benaderen vanuit een Europees, internationaal en rechtsvergelijkend perspectief. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student kan inzien hoe het grensoverschrijdende recht een invloed heeft op een casus die speelt binnen een bepaalde staat of tussen enkele staten en dit meenemen in de argumentatie. | - EC
| EC06 - De bachelor in de rechten kan wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, en andere juridische teksten en bronnenmateriaal verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie) | | | - DC
| De student kan de relevante rechtsbronnen verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken om de partij te vertegenwoordigen. | - EC
| EC07 - De bachelor in de rechten kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie) | | | - DC
| De student kan zelfstandig relevante juridische bronnen vinden, selecteren en analyseren in functie van een juridisch vraagstuk binnen een aangereikte juridische casus en deze gebruiken in de argumentatie. | - EC
| EC09 - De bachelor in de rechten kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen vanuit het betrokken rechtsgebied, en de bijhorende elementen en relevante rechtsregels detecteren. De bachelor in de rechten kan een casus op bachelorniveau oplossen door het toepassen van oplossingsstrategieën, onder andere vanuit een rechtsvergelijkende benadering. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan een aangereikte juridische casus analyseren en een passende argumentatie ontwikkelen voor de te vertegenwoordigen partij. | - EC
| EC10 - De bachelor in de rechten kan de verschillende belanghebbenden en hun specifieke belangen in een eenvoudige probleemstelling identificeren, en houdt hiermee rekening in de eigen redenering en aanpak. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan een aangereikte casus analyseren en tot een kwaliteitsvolle en onderbouwde argumentatie komen voor de te vertegenwoordigen partij. De student kan mogelijke tegenargumenten van de tegenpartij identificeren en ondervangen. | - EC
| EC11 - De bachelor in de rechten kan de Nederlandse, Engelse en Franse (rechts)taal adequaat gebruiken in een juridische context. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan de relevante rechtsbronnen, die met name in het Engels beschikbaar zijn, op een kwaliteitsvolle manier analyseren en toepassen op de casus. | - EC
| EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan een juridische argumentatie schriftelijk vormgeven en kan een juridisch pleidooi op een gestructureerde en overtuigende wijze mondeling presenteren/verdedigen. | - EC
| EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie) | | | - DC
| Waar relevant kan de student verschillende invalshoeken, naast de rechtswetenschap, identificeren en meenemen in de argumentatie. | - EC
| EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan kritisch reflecteren op de inhoud en opbouw van de eigen juridische argumentatie en die van anderen en kan constructieve feedback geven. De student gebruikt feedback om de eigen argumentatie bij te sturen/te verbeteren. | - EC
| EC15 - De bachelor in de rechten kan op een actieve en constructieve manier bijdragen aan een gemeenschappelijke doelstelling, en dit al dan niet in teamverband (formeel of informeel). (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan op actieve en constructieve wijze samenwerken en bijdragen aan een gemeenschappelijke argumentatie/pleidooi. Daarnaast draagt de student eraan bij dat de samenwerking binnen het groepje vlot verloopt. | - EC
| EC16 - De bachelor in de rechten is in staat de eigen aanpak en leerprocessen (in toenemende mate zelfstandig en zelfgestuurd) te plannen en te evalueren, en doet dit vanuit een ingesteldheid tot levenslang leren. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan zelfstandig het werk plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen waar nodig. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3de bachelorjaar in de rechten
|
J
|
|
exchange rechten Erasmus Belgica
|
J
|
|
Optie Erasmus Belgica 2+2+1 V
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|