Culturele diversiteit en recht (1891) |
| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: kwartiel 2 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Basiskennis van de hoofdgebieden van het recht. Meer in het bijzonder dient student basiskennis te hebben van: - De verhouding tussen internationaal recht, Europees recht, nationaal recht (federaal recht en het recht van de gewesten) (monistisch/dualistisch stelsel)
- De belangrijkste mensenrechtelijke verdragen, en hun rechtsprekende organen
- Belgische rechterlijke organisatie en procesvoering
- Belgisch staatsrecht
- Belgisch strafrecht (waaronder in ieder geval het beslismodel – rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden, verschoningsgronden) en strafprocesrecht (m.n. processuele fundamentele waarborgen)
De student kan zowel Belgische als Nederlandse rechterlijke uitspraken lezen, deze ontleden en analyseren, alsook hierin de voor de beantwoording van de rechtsvraag relevante rechtsoverwegingen en argumenten onderscheiden. Student heeft deze vaardigheden zowel met betrekking tot Nederlandstalige, Engelstalige en ook Franstalige rechtspraak. De student heeft geleerd en is in staat om bij bestudering van literatuur de voor het desbetreffende opleidingsonderdeel relevante hoofd- en bijzaken te onderscheiden. De student kan een kritische houding innemen ten aanzien van ontwikkelingen in het recht. De student kan zich openstellen voor verschillende visies op maatschappelijk relevante juridische thema’s.
|
|
|
|
|
De Belgische en Nederlandse samenleving zijn in toenemende mate samenlevingen waarin mensen van verschillende culturele herkomst samenleven. Deze samenleving, die in belangrijke mate het gevolg is van immigratie, stelt ons voor de vraag hoe de rechtsordes met hun eigen historisch gegroeide normen en waarden moeten reageren op deze ontwikkelingen. Al decennia lang is het thema “culturele diversiteit en recht” een actueel en uiterst relevant maatschappelijk thema, dat, mede afhankelijk van de politieke wind die waait en de gebeurtenissen die maatschappelijk en politiek spelen, nu eens wordt belicht vanuit mensenrechten perspectief of vanuit een integratieperspectief dan weer vanuit het perspectief van veiligheid, of nog, vanuit het principe van individuele autonomie en zelfbeschikking. Een eenduidig antwoord is nog niet gevonden. Ook niet in het recht, al zijn we anno 2026-2027 al een stuk verder gevorderd dan pakweg 50 jaar geleden. De vragen die rijzen laten zich gelden op alle terreinen van het recht: van islamitische verstotingen in het familierecht, eergerelateerd geweld kwesties in het strafrecht, discriminatie op de werkvloer, in het onderwijs of bij de dienstverlening, tot de vraag naar een verbod op het dragen van boerka’s in het openbare leven en de vraag naar de begrenzingen van de vrijheid van meningsuiting. De ontwikkeling op dit gebied vindt niet op federaal overheidsniveau plaats maar in belangrijke mate ook via de rechtspraak. Ook aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg worden steeds vaker zaken voorgelegd waarin het Hof zich moet uitlaten over de reikwijdte en de grenzen van de godsdienstvrijheid, de vrijheid van meningsuiting, het gelijkheidsbeginsel, en andere vrijheden in een multiculturele samenleving. Ook het EU Hof van Justitie in Luxemburg laat zich niet onbetuigd en voorziet de juridische markt met enige regelmaat van rechtspraak, handreikingen en handleidingen, op het gebied van non-discriminatie en het vrij verkeer van personen binnen de EU. Centraal in het blok staat een bestudering van het recht (en beleid) van België, vanuit een casuïstische benadering: bestudering van casuïstiek, rechtspraak, beleid, en regelgeving. Een aantal onderwerpen wordt rechtsvergelijkend (België - Nederland) bestudeerd. Daarnaast verdiepen studenten zich in theoretische grondslagen van een cultureel divers samengestelde samenleving en bestuderen zij rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), in het bijzonder op de volgende gebieden:
- vrijheid van godsdienst en godsdienstuitoefening (artikel 9 EVRM)
- bescherming van het gezinsleven (family life) (artikel 8 EVRM)
- vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) en van het Hof van Justitie EU (verbod van discriminatie).
Ruime aandacht bestaat ook voor de bestudering van achtergronden van culturen en religies, zoals de beginselen van islamitisch familierecht, traditioneel bepaalde beginselen van eerwraak en dergelijke. Bestudeerd wordt met welke kwesties Belgische en Nederlandse autoriteiten in aanraking komen, hoe zij tot oplossingen komen, welke argumenten in de overwegingen worden betrokken, en op welk niveau oplossingen worden gezocht. De te bestuderen onderwerpen liggen op verschillende rechtsgebieden: mensenrechten, grondslagen van het recht, strafrecht, strafprocesrecht, internationaal privaatrecht, staats- en bestuursrecht, arbeidsrecht, familierecht, Europees recht en grondslagen van het recht.
Thema’s die aan de orde komen, zijn:
- denken over pluriformiteit in het recht;
- strafrecht (eergerelateerd geweld en andere kwesties) en strafprocesrecht (bejegening van culturele diversiteit in opsporingsonderzoeksfase, ter terechtzitting, en bij de uitvoering van straffen);
- vrijheid van meningsuiting;
- culturele praktijken in de opvoeding;
- familierecht (religieuze huwelijken en religieuze scheidingen);
- godsdienstvrijheid;
- het discriminatieverbod;
- etnisch profileren.
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Handboek 1:
Culturele diversiteit en recht, Susan Rutten, Elles Ramakers en Annick van den Eshof (eds.), 2023, Larcier-Intersentia
ISBN: 9789400015890 |
|
 
|
| Eerder aangekochte verplichte handboeken |
| |
VRG Codex,Recentste editie,Kluwer |
|
 
|
| Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
| |
Cursus 1:
Subtitel: Reader. Extra info:
Cursus 2:
Subtitel: Blokboek. Extra info: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Onderwijsgroep ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Huiswerktaken ✔
|
|
|
|
Kwartiel 2 (6,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode | 5 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
|
| Extra info | Dit examen zal open vragen bevatten. De vragen zullen bestaan uit een casus met te beantwoorden deelvragen, en kunnen voorts ook bestaan uit één of meer stellingen die moeten worden besproken.
De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Als uitgangspunt geldt dat de tweede examenkans gelijk is aan de eerste (reguliere) examenkans. Dat wil zeggen: - Tijdens de onderwijsperiode: presentaties (5%). De tijdens de onderwijsperiode behaalde punten kunnen worden ingebracht in de tweede examenkans. De tweede examenkans zelf geeft geen herkansing van de presentaties. - Afsluitend examen: schriftelijk (95%). Het schriftelijk examen zal open vragen bevatten. De vragen zullen bestaan uit een casus met te beantwoorden deelvragen, en kunnen voorts ook bestaan uit één of meer stellingen die moeten worden besproken. Bij een gering aantal deelnemers aan de tweede examenkans (minder dan 10), kan worden besloten tot het afnemen van mondelinge examens. De mondelinge examens worden individueel afgenomen. Tijdens het mondelinge examen worden open vragen gesteld, bestaande uit naar aanleiding van casussen te beantwoorden vragen en kennis, inzichts- en toepassingsvragen over de theorie. De vragen worden niet voorafgaande aan het examen aan de student ter inzage gegeven. Behaalde punten voor de presentaties (5%) kunnen ook bij een afsluitend mondeling examen worden ingebracht. Het afsluitend mondeling examen bepaalt 95% van de beoordeling. De vorm waarin het tweede-kans-examen wordt afgenomen, zal ten laatste bij de bekendmaking van het examenrooster worden meegedeeld. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de rechten
|
- EC
| EC01 - De bachelor in de rechten heeft juridische (basis)kennis van en inzicht in de leerstukken en systematiek van de belangrijkste rechtsgebieden behorende tot het nationale, internationale en supranationale recht gekoppeld aan de recente ontwikkelingen en aan het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied en met aandacht voor de maatschappelijke realiteit. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student heeft juridische (basis)kennis van en inzicht in de leerstukken en systematiek van de belangrijkste rechtsgebieden behorende tot het nationale, internationale en supranationale recht gekoppeld aan de recente ontwikkelingen en aan het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied ‘Culturele diversiteit en recht’ en met aandacht voor de maatschappelijke realiteit. | - EC
| EC02 - De bachelor in de rechten heeft (basis)kennis van metajuridische wetenschappen, waaronder historische, filosofische, sociale en politieke aspecten van het recht, economische beginselen, en redeneerkunst. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student heeft (basis)kennis van metajuridische wetenschappen, waaronder historische, filosofische, sociale, antropologische en politieke aspecten van het recht, en redeneerkunst. De student heeft kennis van en inzicht in de grondslagen van het recht in een plurale multiculturele samenleving en in metajuridische aspecten van rechtspluralisme, en heeft een open oog ontwikkeld voor culturele achtergronden van rechtskwesties. | - EC
| EC05 - De bachelor in de rechten kan een nationaal rechtsgebied benaderen vanuit een Europees, internationaal en rechtsvergelijkend perspectief. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student kan het vakgebied ‘Culturele diversiteit en recht ’ benaderen vanuit een nationaal (Belgisch), Europees, internationaal en rechtsvergelijkend (m.n. Nederlands, waar dit wordt aangegeven) en interdisciplinair (strafrecht, strafprocesrecht, familierecht, internationaal familierecht, staatsrecht, godsdienstvrijheid, expressievrijheid, discriminatierecht, arbeidsrecht en mensenrechten) perspectief. | - EC
| EC06 - De bachelor in de rechten kan wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, en andere juridische teksten en bronnenmateriaal verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie) | | | - DC
| De student kan wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, en andere juridische teksten en bronnenmateriaal op het vakgebied ‘Culturele diversiteit en recht’ verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken. | - EC
| EC07 - De bachelor in de rechten kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie) | | | - DC
| De student kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, alsook van aan het vakgebied gerelateerde rechtshistorische, rechtsfilosofische, rechtssociale, rechtsantropologische en rechtspolitieke aspecten, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. | - EC
| EC09 - De bachelor in de rechten kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen vanuit het betrokken rechtsgebied, en de bijhorende elementen en relevante rechtsregels detecteren. De bachelor in de rechten kan een casus op bachelorniveau oplossen door het toepassen van oplossingsstrategieën, onder andere vanuit een rechtsvergelijkende benadering. (algemene competentie) | | | - DC
| De student heeft inzicht in de uitdagingen en dilemma’s die de culturele diversiteit in het recht met zich meebrengt en in het juridisch instrumentarium waarmee de culturele diversiteit in het recht kan worden ondervangen. De student kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen vanuit het betrokken rechtsgebied, en de bijhorende elementen, relevante feiten en omstandigheden, relevante rechtsregels en relevante rechtsoverwegingen detecteren en analyseren. De student kan een casus op bachelor niveau oplossen door het toepassen van oplossingsstrategieën, onder andere vanuit een rechtsvergelijkende benadering, en is daarbij in staat de relevante ontwikkelingen in het Europees recht en de Europese rechtspraak te betrekken. | - EC
| EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, idee ën, argumenten, problemen en oplossingen in het vakgebied ‘Culturele diversiteit en recht’. De student maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. | - EC
| EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie) | | | - DC
| De student onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context op het gebied van ‘Culturele diversiteit en recht’. De student kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. | - EC
| EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie) | | | - DC
| De student toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische en niet juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De student kan een juridisch relevante argumentatie opbouwen en verdedigen. | - EC
| EC15 - De bachelor in de rechten kan op een actieve en constructieve manier bijdragen aan een gemeenschappelijke doelstelling, en dit al dan niet in teamverband (formeel of informeel). (algemene competentie) | - EC
| EC16 - De bachelor in de rechten is in staat de eigen aanpak en leerprocessen (in toenemende mate zelfstandig en zelfgestuurd) te plannen en te evalueren, en doet dit vanuit een ingesteldheid tot levenslang leren. (algemene competentie) |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3de bachelorjaar in de rechten
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|