| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: kwartiel 3 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Studenten hebben kennis genomen van de beginselen van OpdrachtGestuurd Onderwijs en kunnen deze toepassen.
Van studenten wordt verwacht dat ze in staat zijn tot begrijpend lezen.
|
|
|
|
|
In het blok Rechtsfilosofie benaderen wij het recht als ‘vraag’ of als ‘probleem’ (cfm. Westermans Recht als raadsel), i.p.v. een simpel gegeven. Waarom roept het recht vragen op, waarom is het problematisch? Recht is toch een (goed) middel om menselijke problemen en conflicten mee op te lossen? Ja, maar zowel op theoretisch als op praktisch niveau blijkt dat het niet zo eenvoudig is om een antwoord te kunnen geven op de vraag “Wat is (goed) recht?” respectievelijk “Wat is de (juiste) juridische oplossing?” Een belangrijke reden hiervoor is dat het recht op minstens twee verschillende manieren kan worden begrepen. Namelijk als een waardevrij (wetenschappelijk) concept dat antwoord moet geven op de vraag “Wat is het recht?” en als normatief (moreel/politiek) begrip dat antwoord behoort te geven op de vraag “Wat is goed of juist recht?”.
Deze en andere vragen zullen gedurende dit vak eerst meer theoretisch (week 1, 2 en 3) en vervolgens meer praktisch (week 4, 5 en 6) worden benaderd.
Ten slotte zal de balans van al deze vragen (week 7) worden opgemaakt.
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Handboek 1:
Recht als raadsel, Westerman P., tweede editie, Paris
ISBN: 9789490962876 |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Blokboek rechtsfilosofie (op blackboard)
Aanvullende literatuur wordt in het Blokboek en via Blackboard gepubliceerd. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Onderwijsgroep ✔
|
|
|
|
Kwartiel 3 (6,00sp)
|
| Extra info | De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Afhankelijk van het aantal deelnemers kan de evaluatievorm bij de tweede kans gewijzigd worden. Namelijk, er kan dan gekozen worden voor een mondeling examen, met open vragen (al dan niet aan de hand van casus). |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de rechten
|
- EC
| EC02 - De bachelor in de rechten heeft (basis)kennis van metajuridische wetenschappen, waaronder historische, filosofische, sociale en politieke aspecten van het recht, economische beginselen, en redeneerkunst. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student is in staat om een aantal rechtsfilosofische basisvraagstukken te herkennen en te beoordelen, zoals de relatie tussen recht en moraal, de oppositie rechtspositivisme-natuurrechtsdenken en de betekenis van wetgeving en rechtspraak. | - EC
| EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie) | | | - DC
| De student is in staat om zowel mondeling als schriftelijk rechtsfilosofische ideeën en argumenten over te brengen, en toe te passen op positiefrechtelijke casus. | - EC
| EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie) | | | - DC
| De student is in staat om in zijn oordeelsvorming naast juridische ook morele overwegingen te betrekken. | - EC
| EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie) | | | - DC
| De student is in staat om het recht vanuit verschillende rechtsfilosofische gezichtspunten te beschouwen en te analyseren, en op die manier een kritische houding ten opzichte van het recht aan te nemen. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
1ste bachelorjaar in de rechten
|
J
|
|
exchange rechten Erasmus Belgica
|
J
|
|
Optie Erasmus Belgica 2+2+1 V
|
J
|
|
Schakelprogramma Rechten, jaar 1, verplichte opleidingsonderdelen
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|