Rechten van de mens (2119) |
| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: kwartiel 2 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
De studenten hebben een minimale vertrouwdheid met de basisconcepten van het (internationaal)publiek recht.
|
|
|
|
|
Dit blok beoogt in te gaan op een aantal basiselementen van het (inter)nationale recht van de rechten van de mens. Na een korte inleiding over enkele kenmerken van grondrechten en over de nationale en de internationale bronnen van het recht inzake de grondrechten, worden twee grote thema's behandeld. In een eerste thema wordt een aantal toezichts- en handhavingsmechanismen besproken, voornamelijk op het internationale vlak. De aandacht gaat hierbij vooral uit naar het de evoluties op het niveau van de UNO en de Raad van Europa (EVRM). Een tweede thema gaat over het materieel recht terzake (normen). Daartoe worden een aantal grondrechten in het bijzonder behandeld, met name een aantal burgerlijke en politieke rechten, de economische, sociale en culturele rechten, de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie en de bijzondere waarborgen voor bepaalde kwetsbare groepen, en de collectieve rechten. Een aantal van de hiervoor besproken grondrechten wordt nader verdiept, met name aan de hand van concrete gevallen. Er zal ook praktisch worden gewerkt met het vinden, lezen en interpreteren van relevante grondwets- en verdragsbepalingen. Er wordt gepoogd tot een kritische reflectie te komen over de rechten van het individu, in verhouding tot de rechten van andere personen en de belangen van de samenleving. Tevens wordt gepoogd het belang van de grondrechten voor de dagelijkse rechtspraktijk duidelijk te maken. - Rechten van de mens: algemene begrippen (theoretische grondslag; houders van grondrechten, instanties en personen die erdoor gebonden zijn; soorten grondrechten) - Nationale bronnen van het recht van de rechten van de mens (voornamelijk Grondwet) - Internationale bronnen van het recht van de rechten van de mens (internationale verdragen) - Burgerlijke en politieke rechten (capita selecta) - Economische, sociale en culturele rechten (capita selecta) - Gelijkheid en niet-discriminatie; rechten van kwetsbare groepen; collectieve rechten (capita selecta) - Handhavings- en toezichtsmechanismen (op internationaal vlak)
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Handboek 1:
Handboek mensenrechten, MIRGAUX S.; SMIS S., 2024, Lea Uitgevers
|
|
 
|
| Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
| |
Cursus 1: Subtitel: Blokboek 2026-2027 Extra info: |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
VRG Codex, Wolters Kluwer, recentste editie.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Onderwijsgroep ✔
|
|
|
|
Kwartiel 2 (6,00sp)
|
| Extra info | De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Afhankelijk van het aantal deelnemers kan de evaluatievorm bij de tweede kans gewijzigd worden. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de rechten
|
- EC
| EC01 - De bachelor in de rechten heeft juridische (basis)kennis van en inzicht in de leerstukken en systematiek van de belangrijkste rechtsgebieden behorende tot het nationale, internationale en supranationale recht gekoppeld aan de recente ontwikkelingen en aan het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied en met aandacht voor de maatschappelijke realiteit. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student beheerst de (basis)kennis van mensenrechten en heeft inzicht in de doorwerking hiervan op regionaal, nationaal en globaal niveau. | - EC
| EC04 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de voortdurende interactie tussen nationaal, supranationaal en internationaal recht. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student heeft inzicht in de doorwerking van mensenrechten op regionaal, nationaal en globaal niveau en de interactie hiertussen. | - EC
| EC05 - De bachelor in de rechten kan een nationaal rechtsgebied benaderen vanuit een Europees, internationaal en rechtsvergelijkend perspectief. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student kan mensenrechten benaderen vanuit een regionaal, nationaal en globaal perspectief. | - EC
| EC06 - De bachelor in de rechten kan wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, en andere juridische teksten en bronnenmateriaal verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie) | | | - DC
| De student kan Nederlandstalige, Engelstalige en Franstalige arresten en doctrinaire teksten binnen mensenrechten analyseren en kritisch verwerken. | - EC
| EC07 - De bachelor in de rechten kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie) | | | - DC
| De student kan omgaan met de verschillende Nederlandstalige, Engelstalige en Franstalige arresten en doctrinaire teksten die in het blokboek worden aangereikt. | - EC
| EC09 - De bachelor in de rechten kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen vanuit het betrokken rechtsgebied, en de bijhorende elementen en relevante rechtsregels detecteren. De bachelor in de rechten kan een casus op bachelorniveau oplossen door het toepassen van oplossingsstrategieën, onder andere vanuit een rechtsvergelijkende benadering. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan mensenrechtelijke vraagstukken analyseren en juridisch oplossen aan de hand van de leerinhouden aangereikt in de hoorcolleges en de onderwijsgroepen. | - EC
| EC11 - De bachelor in de rechten kan de Nederlandse, Engelse en Franse (rechts)taal adequaat gebruiken in een juridische context. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan gebruikmaken van Nederlands- en anderstalige literatuur bij de analyse van mensenrechtelijke juridische vraagstukken. | - EC
| EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan reflecteren over de ethische dilemma’s in een mensenrechtelijke casus. | - EC
| EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan kritisch reflecteren over mensenrechtelijke vraagstukken aan de hand van gerichte vragen. De student brengt deze inzichten mee in rekening om zijn/haar argumentatie juridisch te onderbouwen. | - EC
| EC15 - De bachelor in de rechten kan op een actieve en constructieve manier bijdragen aan een gemeenschappelijke doelstelling, en dit al dan niet in teamverband (formeel of informeel). (algemene competentie) | | | - DC
| De student draagt actief en constructief bij aan de collectieve discussies tijdens de onderwijsbijeenkomsten. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
2de bachelorjaar in de rechten
|
J
|
|
exchange rechten Erasmus Belgica
|
J
|
|
Optie Erasmus Belgica 2+2+1 V
|
J
|
|
Optie Erasmus Belgica Semester 1 V
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|