Europese Integratie (2120) |
| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: kwartiel 1 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Voor dit vak zijn in beginsel geen begincompetenties vereist. Wel is het aangewezen dat studenten de opleidingsonderdelen Europees en Internationaal Recht en Foundations of Law van de leerlijn Europees Recht met succes gevolgd hebben of de erin beoogde competenties op een andere manier hebben verworven.
|
|
|
|
|
De cursus Europese Integratie is een multidisciplinaire, meta-juridische cursus die studenten uitnodigt om open te staan voor inzichten buiten het juridische domein. De cursus maakt gebruik van benaderingen uit de geschiedenis, politicologie en economie, aangezien deze disciplines onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn bij het bestuderen van het Europese integratieproces.
We starten met een historisch overzicht van de Europese integratie en verdiepen ons in de belangrijkste theoretische kaders die gebruikt worden om dit proces te analyseren. Vervolgens onderzoeken we hoe de EU heeft gereageerd op recente crises, zoals de Eurozone crisis, de migratiecrisis en de Brexit. Ook bespreken we actuele uitdagingen zoals het opkomend Euroscepticisme, de rechtsstaatcrisis en de uitbreiding van de EU in tijden van crisis. De cursus sluit af met een kritische reflectie op de toekomst van het Europese integratieproces.
Het doel van deze cursus is om studenten een brede en kritische kijk te geven op het Europese project. Studenten leren om na te denken over het ‘waarom’ achter bepaalde ontwikkelingen en om de gevolgen van historische en actuele gebeurtenissen te doorgronden. Omdat Europese integratie zich blijft ontwikkelen—vaak als reactie op interne spanningen of externe schokken—is het essentieel dat toekomstige juristen inzicht hebben in het geheel van de EU, de achtergronden van crises, en hun (mogelijke) impact op beleid en wetgeving.
Naast hoorcolleges wordt in onderwijsgroepen (OWG’s) gewerkt volgens het Probleemgestuurd Onderwijs (PGO). In de OWG’s worden ook debatten gevoerd om actuele kwesties en EU-gerelateerde thema’s vanuit verschillende invalshoeken te bespreken.
|
|
| Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
| |
Cursus 1:
Subtitel: Europese Integratie Literatuurbundel Extra info: |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Blokboek en literatuurbundel. Het blokboek wordt op Blackboard digitaal ter beschikking gesteld. Een literatuurbundel met cursusteksten zal ter beschikking worden gesteld via de campus boekhandel. |
|
 
|
| Opmerkingen |
| |
Binnen dit opleidingsonderdeel kan er gebruikgemaakt worden van anderstalige (waaronder Engelstalige) literatuur. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Onderwijsgroep ✔
|
|
|
|
Kwartiel 1 (6,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode | 10 % |
|
| Andere: | De student wordt beoordeeld op de wijze waarop hij/zij optreedt als gespreksleider en deelneemt aan de discussies tijdens de onderwijsbijeenkomsten. |
|
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | Teneinde een cijfer te kunnen krijgen voor de permanente evaluatie, moet de student minimum 5 van de 7 onderwijsbijeenkomsten bijwonen. De student kan, met andere woorden, slechts 2 keer ongewettigd afwezig zijn. |
|
|
|
| Gevolg | Indien de student geen 5 onderwijsbijeenkomsten bijwoont, zal de student voor het onderdeel permanente evaluatie 0/2 krijgen. |
|
|
|
| Extra info | Het reguliere examen bestaat uit een combi-examen van dranghekvragen en open vragen (Studenten krijgen de mogelijkheid om oefenvragen te maken, via Blackboard of in de onderwijsgroepen) (90%).
De overige 10% staan op de wijze waarop de student optreedt als gespreksleider en deelneemt aan de discussies tijdens de onderwijsbijeenkomsten.
De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | De tweede examenkans zal volledig worden bepaald door 100% schriftelijk examen.
In principe blijft de examenvorm dezelfde. Echter, afhankelijk van het aantal deelnemers kan de evaluatievorm bij de tweede kans gewijzigd worden: - beperkt aantal open (drang hek) vragen; - een of meer essay vragen; - volledig meerkeuze; - mondeling examen. De vorm wordt bekendgemaakt op Blackboard voorafgaand aan de herkansing. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de rechten
|
- EC
| EC02 - De bachelor in de rechten heeft (basis)kennis van metajuridische wetenschappen, waaronder historische, filosofische, sociale en politieke aspecten van het recht, economische beginselen, en redeneerkunst. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student kan de voornaamste historische, politieke, sociale of economische inzichten identificeren en toepassen op actuele vraagstukken inzake het Europese integratieproces. | - EC
| EC03 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de problematiek van eenmaking van het recht, in het bijzonder binnen de Europese context. | | | - DC
| De student kan de achtergrond van de eenmaking van het recht in de Europese context duiden; hij kan de verschillende theorieën die hierover bestaan weergeven; en hij kan het belang en de complexiteit van een eenmaking beschrijven. | - EC
| EC04 - De bachelor in de rechten heeft inzicht in de voortdurende interactie tussen nationaal, supranationaal en internationaal recht. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis) | | | - DC
| De student kan de verschillen in de nationale, supranationale en internationale dimensie van de behandelde thema's duiden en de interacties tussen deze dimensies weergeven. | - EC
| EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan de aangereikte leerstof en eigen ideeën, standpunten, argumenten of oplossingen op heldere wijze mondeling en schriftelijk communiceren tijdens de onderwijsbijeenkomsten. | - EC
| EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie) | | | - DC
| De student kan een theoretisch onderbouwd standpunt (met inachtneming van ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten) innemen met betrekking tot de verschillende taken die hij voorbereidt voor de onderwijsbijeenkomsten. | - EC
| EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie) | | | - DC
| De student leert kritisch verschillende opties en mogelijke gevolgen te beoordelen op basis van de aangereikte theorie/begrippen en kan een eigen (evenwichtige) conclusie trekken. | - EC
| EC15 - De bachelor in de rechten kan op een actieve en constructieve manier bijdragen aan een gemeenschappelijke doelstelling, en dit al dan niet in teamverband (formeel of informeel). (algemene competentie) | | | - DC
| De student bereidt de taken voor de onderwijsbijeenkomst voor en neemt geïnformeerd en actief deel aan de discussies tijdens de onderwijsbijeenkomsten, waar de student eventueel ook optreedt als gespreksleider. | - EC
| EC16 - De bachelor in de rechten is in staat de eigen aanpak en leerprocessen (in toenemende mate zelfstandig en zelfgestuurd) te plannen en te evalueren, en doet dit vanuit een ingesteldheid tot levenslang leren. (algemene competentie) | | | - DC
| De student heeft de ingesteldheid bij de voorbereiding van de onderwijsbijeenkomst om het onderwijsmateriaal grondig te bestuderen en de taken zelfstandig voor te bereiden. De student volgt de actualiteit op het gebied van Europese integratie en specifiek op het gebied van de besproken thema’s. De student kan de actualiteit plaatsen in het licht van het besproken thema in de cursus. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3de bachelorjaar in de rechten
|
J
|
|
Schakelprogramma Rechten, jaar 2, verplichte opleidingsonderdelen
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|