De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Methodologie 5: Bachelorscriptie (2126)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Jonas VOORTER 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Marie-Laure LUYKX 


Studiepunten: 6,0
Studiebelastingsuren: 162
Periode: kwartiel 1 (0sp) + kwartiel 2 (0sp) + kwartiel 3 (0sp) + kwartiel 4 (6sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Methodologie 1: Oplossen van juridische problemen (1876) 3.0 stptn  
    Methodologie 2: Juridisch schrijven (1878) 3.0 stptn  
    Methodologie 3: Rechtsvergelijking (1881) 4.0 stptn  
 


Begincompetenties
  • De student kan reflecteren over het eigen leerproces en is in staat om de eigen sterkte- en zwaktepunten te identificeren.
  • De student kan nauwgezet de tijd monitoren die hij spendeert aan de verschillende stappen in een schrijfproces en kan zich strikt houden aan de opgelegde deadlines.
  • De student is in staat om zelf te zoeken naar manieren om zijn opzoekingstechnieken van bronnenmateriaal te verbeteren.
  • De student kan een goed afgebakende onderzoeksvraag formuleren.
  • De student kan op gerichte wijze juridische bronnen verzamelen vereist voor het beantwoorden van een onderzoeksvraag en het onderbouwen van een juridisch standpunt.
  • De student kan juridische bronnen naar waarde correct inschatten.
  • De student kan zowel Nederlandstalige als Franstalige bronnen selecteren.
  • De student kan het gehanteerde bronnenmateriaal op een gestructureerde en onderbouwde manier verwerken tot een eigen analyse en synthese.
  • De student kan een wetenschappelijke schrijfstijl (onpersoonlijk, objectief en overtuigend) hanteren.
  • De student kan de regels voor juridische verwijzingen en afkorten (V&A, www.vena.be) correct toepassen.
  • De student kan een rechtswetenschappelijke tekst logisch opbouwen in het licht van het beantwoorden van een onderzoeksvraag en zorgen voor voldoende samenhang tussen de verschillende tekstonderdelen.
  • De student kan de juridische terminologie correct toepassen.
  • De student kan een juridische tekst schrijven zonder spellings- en grammaticafouten.
  • De student kan een onderzoeksvraag daadwerkelijk en op zinvolle wijze beantwoorden.
  • De student kan een eigen juridisch standpunt innemen en hierover een argumentatie opbouwen.
  • De student is zich bewust van de ethische en sociaal-maatschappelijke achtergrond en gevolgen van rechtsregels, juridische opinies en oordelen en houdt hiermee rekening bij het innemen, beoordelen en verwoorden van juridische opinies.
  • De student kan de beschrijvende onderzoeksmethode correct toepassen bij het beantwoorden van een concrete onderzoeksvraag door het hanteren van één of meerdere interpretatiemethoden (bv. grammaticale, teleologische, jurisprudentiële, systematische, enz.).
  • De student kan een rechtsvergelijkend onderzoek correct uitvoeren (vergelijking van het recht van verschillende rechtsstelsels met het oog op het vinden van gelijkenissen en verschillen en het verklaren daarvan, met het oog op het verbeteren van het eigen recht dan wel het tot stand brengen van geharmoniseerd of uniform recht).
  • De student is in staat om het eigen recht in vraag te stellen.
  • De student kan op onbevooroordeelde wijze kennis nemen van buitenlandse rechtsstelsels en de geschiktheid daarvan beoordelen in het kader van een voorgenomen rechtsvergelijkend onderzoek.


Inhoud

De Bachelorscriptie is een bijzondere vorm van academisch onderwijs die gericht is op enerzijds het leren opstellen van beschrijvende onderzoeksvragen en de bijhorende onderzoeksmethodologie en anderzijds het leren verzamelen, analyseren en vervolgens selectief en kritisch verwerken van bronnenmateriaal (wetgeving, rechtspraak, rechtsleer en ander relevant bronnenmateriaal) met betrekking tot een probleem of onderwerp dat aansluit bij één van de opleidingsonderdelen van de bacheloropleiding in de rechten aan de Universiteit Hasselt.

De inhoud van het probleem of onderwerp waar rond wordt gewerkt, wordt aangezien als ondergeschikt ten aanzien van het verwerven van de beoogde vaardigheden.

Het eindresultaat is een individueel geschreven werkstuk, de Bachelorscriptie, dat wordt verdedigd en waarover, indien mogelijk, in groep wordt gediscussieerd.

Studenten die geselecteerd zijn om deel te nemen aan de Moot Court Grondwettelijk recht, zullen voor het opleidingsonderdeel van de Bachelorscriptie een methodologische opdracht moeten maken in het domein van het grondwettelijk recht (voor 3 SP) en opdrachten moeten maken in het raam van hun deelname aan de Moot Court Grondwettelijk recht (voor 3 SP). Beide opdrachten komen tot stand na overleg van de coördinerende verantwoordelijke van de Bachelorscriptie en de promotor die zowel de methodologische opdracht als de deelname aan de Moot Court begeleidt.



Verplichte handboeken (boekhandel)
 

Handboek 1:

Rechtswetenschappelijk schrijven, KESTEMONT, L., SCHOUKENS, P., HENDRICKX, K. en TERRYN, E., 2017, Acco

ISBN: 9789463442206

 

Verplicht studiemateriaal
 

Leidraad Bachelorscriptie 2026-2027



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Individueel begeleidingsmoment  


Evaluatie

Kwartiel 4 (6,00sp)

Evaluatievorm
Ander examen100 %
Andere:85% Bachelorscriptie (schriftelijk) en 15% mondelinge verdediging
Bachelorscriptie
Extra infoZie reglement Bachelorscriptie. De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd. Het inhaalexamen neemt de vorm aan van een uitstel van de deadline voor het indienen van de scriptie en/of een uitstel voor de verdediging ervan en/of de toelating om online te verdedigen.

Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm Zie Reglement Bachelorscriptie.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de rechten
  •  EC 
  • EC06 - De bachelor in de rechten kan wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, en andere juridische teksten en bronnenmateriaal verzamelen, selecteren, analyseren en kritisch verwerken. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

  •  EC 
  • EC07 - De bachelor in de rechten kan in toenemende mate van zelfstandigheid omgaan met verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

  •  EC 
  • EC08 - De bachelor in de rechten kan een individueel werkstuk schrijven en verdedigen met betrekking tot een probleem of onderwerp dat aansluit bij één van de opleidingsonderdelen van de bacheloropleiding in de rechten aan de Universiteit Hasselt. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

  •  EC 
  • EC09 - De bachelor in de rechten kan een eenvoudig juridisch probleem onderkennen, benaderen vanuit het betrokken rechtsgebied, en de bijhorende elementen en relevante rechtsregels detecteren. De bachelor in de rechten kan een casus op bachelorniveau oplossen door het toepassen van oplossingsstrategieën, onder andere vanuit een rechtsvergelijkende benadering. (algemene competentie)

  •  EC 
  • EC11 - De bachelor in de rechten kan de Nederlandse, Engelse en Franse (rechts)taal adequaat gebruiken in een juridische context. (algemene competentie)

  •  EC 
  • EC12 - De bachelor in de rechten kan op zelfstandige en heldere wijze mondeling en schriftelijk adequaat communiceren over juridische informatie, ideeën, argumenten, problemen en oplossingen. De bachelor in de rechten maakt hierbij desgevallend gebruik van de meest adequate gespreks- of presentatietechnieken. (algemene competentie)

  •  EC 
  • EC13 - De bachelor in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context. De bachelor in de rechten kan deze aspecten mee in rekening brengen bij het richting geven aan de oordeelsvorming. (algemene competentie)

  •  EC 
  • EC14 - De bachelor in de rechten toont een kritische attitude en is in staat het recht en juridische standpunten naar waarde te schatten, in vraag te stellen, en hierover te reflecteren. De bachelor in de rechten kan een argumentatie opbouwen en verdedigen. (algemene competentie)

  •  EC 
  • EC16 - De bachelor in de rechten is in staat de eigen aanpak en leerprocessen (in toenemende mate zelfstandig en zelfgestuurd) te plannen en te evalueren, en doet dit vanuit een ingesteldheid tot levenslang leren. (algemene competentie)

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
3de bachelorjaar in de rechten N
exchange rechten Erasmus Belgica N
Optie Erasmus Belgica 2+2+1 V N
Schakelprogramma Rechten, jaar 2, verplichte opleidingsonderdelen N



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.