De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Grondige studie staatsrecht (2160)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Aleydis NISSEN 
Co-titularis:Prof. dr. Jan THEUNIS 
Lid van het onderwijsteam:De heer Nick PARTHOENS 


Studiepunten: 6,0
Studiebelastingsuren: 162
Periode: semester 2 (6sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
    Staatsrecht (3843) 6.0 stptn  
 


Begincompetenties

De student beheerst de basisbeginselen van het Belgische staatsrecht (scheiding der machten, horizontale en verticale bevoegdheidsverdeling, verhouding verdrag/Grondwet, wetgevingsprocedure, wettigheids- en grondwettigheidstoetsing, fundamentele rechten) en kan die in eenvoudige casussen toepassen.

De student kan op zelfstandige basis relevante bronnen (wetgeving, rechtspraak en literatuur) vinden bij het voeren van onderzoek over een actueel juridisch vraagstuk of thema.

De student kan op effectieve wijze in groep samenwerken bij het voeren van onderzoek over een actueel juridisch vraagstuk of thema.

De student is in staat om relevante verbanden te leggen tussen de politieke en maatschappelijke actualiteit, enerzijds, en de leerstof van juridische opleidingsonderdelen, anderzijds.

 



Inhoud

In het opleidingsonderdeel Grondige studie staatsrecht verwerven de studenten diepgaande kennis over en inzicht in centrale beginselen en actuele thema's van grondwettelijk recht. Ze oefenen tevens de vaardigheden om verworven kennis en inzichten in te zetten bij het oplossen van concrete casussen of het zelfstandig schrijven van een werkstuk in groep.

De hoorcolleges focussen op enkele centrale beginselen van het grondwettelijk recht, zoals het gelijkheidsbeginsel, het wettigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel inzake grondrechten. Deze worden aangevuld met thema's gekozen in het licht van de actualiteit of met gastcolleges. De thema's van de hoorcolleges zullen bijgevolg van jaar tot jaar verschillen (bv. staatshervorming, religieuze neutraliteit, noodtoestand, lopende zaken, bijzondere machten).

De studenten oefenen tijdens de onderwijsgroepbijeenkomsten ook praktische vaardigheden, met name onderzoeksvaardigheden, analyse, synthese, kritische reflectie en rapportering met betrekking tot concrete casussen die de studenten oplossen of actuele thema's in het staatsrecht waarrond de studenten een werkstuk schrijven (bv. analyse van regeerakkoorden, ondersteunend onderzoek bij voorbereiding staatshervorming, uitwerken van casussen in zaken hangende voor het Grondwettelijk Hof). De studenten stellen in de loop van het blok een werkstuk op in kleine groep. Aan het einde van het blok worden alle werkstukken gepresenteerd aan de gehele groep.

Wanneer de actualiteit zich daartoe leent, nemen de studenten ook deel aan een studiedag (bv. over de volgende grondwetsherziening of over de impact van COVID-19 op mensenrechten) of vindt een plaatsbezoek plaats (bv. aan het Vlaams Parlement).



Verplicht studiemateriaal
 

In dit opleidingsonderdeel wordt geen handboek of blokboek gebruikt. Voor de hoorcolleges worden de nodige bronnen (rechtsleer en rechtspraak) via Blackboard gedeeld met de studenten. Voor de onderwijsgroepen zoeken de studenten zelf de nodige bronnen op (zowel wetgeving, rechtspraak als rechtsleer), aan de hand waarvan ze vervolgens de casussen oplossen of het werkstuk opstellen.

 

Opmerkingen
 

Binnen dit opleidingsonderdeel kan er gebruikgemaakt worden van anderstalige (waaronder Franstalige en Engelstalige) literatuur. 



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Onderwijsgroep  
Werkvormen  
Casestudy  
Discussies /debat  
Groepswerk  
Huiswerktaken  
Paper  
Presentatie  
Workshop  


Evaluatie

Semester 2 (6,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode50 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarDe toegekende punten voor permanente evaluatie (onderdeel werkstuk) worden behouden indien de student hiervoor geslaagd was. Indien de student niet geslaagd was voor het werkstuk, dient de student over het betrokken probleem een korte paper te schrijven (50% van de evaluatie van het opleidingsonderdeel).
Paper
Mondelinge toelichting
Mondeling examen50 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarDe punten voor periodieke evaluatie (mondeling examen) worden behouden, indien de student geslaagd was voor het mondelinge examen. Indien de student niet geslaagd was, dient de student in beginsel een nieuw mondeling examen met schriftelijke voorbereiding af te leggen (50% van de evaluatie van het opleidingsonderdeel). Afhankelijk van het aantal deelnemers kan de vorm van het examen tweede kans evenwel worden gewijzigd (bv. een vervangende korte paper).
Open vragen
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden

1. Tijdig indienen van het werkstuk en deelname aan de presentatie daarvan op de voorziene datum tijdens de onderwijsperiode.
2. Deelname aan beide deelevaluaties.

Gevolg

1. Geen examenresultaat voor het deel werkstuk.
2. Geen examenresultaat voor het gehele opleidingsonderdeel.

Extra info

De docent bepaalt in overleg met het Onderwijsmanagementteam en de studentenadministratie de planning en de examenvorm voor een eventueel inhaalexamen. De examenvorm kan afwijken van de examenvorm die werd gebruikt tijdens de reguliere examenperiode. De planning en examenvorm worden aan de student meegedeeld nadat de aanvraag van een inhaalexamen is goedgekeurd.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm De toegekende punten voor permanente evaluatie (onderdeel werkstuk)
worden behouden indien de student hiervoor geslaagd was. Indien de
student niet geslaagd was voor het werkstuk, dient de student over het
betrokken probleem een korte paper te schrijven (50% van de evaluatie
van het opleidingsonderdeel).

De punten voor periodieke evaluatie (mondeling examen) worden behouden,
indien de student geslaagd was voor het mondelinge examen. Indien de
student niet geslaagd was, dient de student in beginsel een nieuw
mondeling examen met schriftelijke voorbereiding af te leggen (50% van
de evaluatie van het opleidingsonderdeel).

Afhankelijk van het aantal deelnemers kan de vorm van het examen tweede
kans evenwel worden gewijzigd (bv. een vervangende
korte paper).


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
master in de rechten
  •  EC 
  • EC02 - De master in de rechten heeft een gespecialiseerde wetenschappelijk disciplinaire kennis van en inzicht in de leerstukken en in de systematiek(en) van de rechtsgebieden behorende tot de keuzevakken van de masteropleiding, mede vanuit Europees en rechtsvergelijkend perspectief. De master in de rechten kan deze kennis, inzichten en systematiek(en) toepassen, mede vanuit Europees en rechtsvergelijkend perspectief. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student kan de centrale begrippen in de behandelde leerstukken van staatsrecht uitleggen en plaatsen, kan de besproken problemen situeren in de huidige stand van het recht en de staatsrechtelijke realiteit en kan de besproken evoluties beoordelen in het licht van de samenhang en de doelen van het grondwettelijk stelsel.
  •  EC 
  • EC03 - De master in de rechten heeft inzicht in de recente maatschappelijke ontwikkelingen en het wetenschappelijk onderzoek in het vakgebied. (wetenschappelijk-disciplinaire kennis)

     
  •  DC 
  • De student kan de actuele maatschappelijke discussies omtrent de staatsinrichting plaatsen in hun juridische context en weet waar hij hieromtrent de nodige juridisch-wetenschappelijke duiding kan vinden.
  •  EC 
  • EC06 - De master in de rechten kan kritisch en op zelfstandige wijze verschillende (digitale) bronnen van het juridische vakgebied opzoeken, raadplegen en selecteren, zowel Nederlandstalige, Engelstalige als Franstalige bronnen. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student kan de nodige bronnen verzamelen om tot een zinvol voorstel van oplossing te komen voor een nieuw probleem van grondwettelijk recht, zoals de opgegeven casussen.
  •  EC 
  • EC07 - De master in de rechten kan wetgevingen, rechtspraak, rechtsleer en andere juridische teksten analyseren, interpreteren en verantwoord aanwenden. (algemeen wetenschappelijke onderzoekscompetentie)

     
  •  DC 
  • De student kan de door hem en door de andere studenten verzamelde bronnen omtrent nieuwe problemen van grondwettelijk recht, zoals de opgegeven casussen, correct interpreteren en kan op basis daarvan advies geven over de juiste aanpak van de betrokken en verwante casussen.
  •  EC 
  • EC09 - De master in de rechten is in staat om de verschillende elementen en de relevante rechtsregels in een complexe probleemstelling te detecteren en één of meerdere adequate oplossingsstrategieën te selecteren, de gemaakte keuze te verantwoorden, en de gekozen oplossingstrategie(ën) toe te passen. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan een nieuw probleem van grondwettelijk recht uit de meer klassieke leerstukken ontrafelen in verschillende onderzoeksvragen en de nodige stappen zetten om deze te beantwoorden.
  •  EC 
  • EC10 - De master in de rechten kan de verschillende belanghebbenden en hun specifieke belangen in een complexe probleemstelling identificeren en deze belangen integreren in de eigen redenering en aanpak. (algemene competentie)

  •  EC 
  • EC13 - De master in de rechten onderkent ethische en sociaal-maatschappelijke aspecten in een juridische context, kan er kritisch over reflecteren en kan op basis van ethische aspecten, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheden als jurist, richting geven aan een eigen oordeelsvorming. (algemene competentie)

  •  EC 
  • EC15 - De master in de rechten toont een kritische attitude, en is in staat het recht en de verschillende juridische standpunten in kaart te brengen, kritisch te benaderen en zo te komen tot een eigen juridisch onderbouwd oordeel. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan deelnemen aan en bijdragen in gedachtewisselingen omtrent staatsrechtelijke kwesties. De student kan bij het uitklaren van een probleem van grondwettelijk recht de verschillende visies opsporen, met elkaar confronteren en na gedachtewisseling hieromtrent met medestudenten en in de onderwijsgroep, deze verwerken tot een eigen benadering.
  •  EC 
  • EC16 - De master in de rechten kan in teamverband, op een actieve en constructieve manier, bijdragen aan een gemeenschappelijke doelstelling in een multidisciplinaire context. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student is in staat om, in samenwerking met enkele medestudenten, casussen en problemen van grondwettelijk recht op te lossen en hiervan een schriftelijke weerslag op te stellen op basis waarvan het onderwijsteam en medestudenten geïnformeerd worden over de oplossing van dit probleem, of de mate waarvoor hieromtrent een eenduidige juridische oplossing mogelijk is, en op basis waarvan studenten de betrokken leerstukken kunnen verwerken.
  •  EC 
  • EC17 - De master in de rechten is in staat om de eigen aanpak en leerprocessen zelfstandig en zelfgestuurd te plannen, te evalueren, en, in voorkomend geval, ook bij te sturen. (algemene competentie)

     
  •  DC 
  • De student kan zijn werkzaamheden zo plannen dat zij/hij, in samenwerking met enkele medestudenten, tegen een afgesproken datum een schriftelijk werkstuk kan opstellen over problemen van grondwettelijk recht en deze op een opgegeven datum mondeling kan presenteren.
 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
2de masterjaar in de rechten: overheid en recht J
keuze master voor corporate (UH) J
keuze master voor private (UH) J
Master in de rechten grondige studies J
Master in de rechten vrije keuze J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.