De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Databases (2196)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Len FEREMANS 
Co-titularis:dr. Brecht VANDEVOORT 
 Prof. dr. Frank NEVEN 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Liese BEKKERS 
 De heer Olaf VAN BYLEN 


Studiepunten: 6,0
Studiebelastingsuren: 162
Periode: semester 2 (6sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

Studenten beschikken over een basiskennis van programmeren.



Inhoud
In dit opleidingsonderdeel worden concepten en technieken behandeld die aan de basis liggen van database management:
  • bouwstenen en architectuur van databasesystemen
  • conceptueel en logisch databaseontwerp
  • het relationele model, sleutels en integriteitsconstraints
  • relationele algebra als formele basis voor queryverwerking
  • SQL voor het definiëren, manipuleren en bevragen van databases
  • SQL joins, aggregatie, subqueries en views
  • normalisatie en ontwerpkwaliteit
  • transacties en concurrentie controle
  • basisprincipes van indexen en query-efficiëntie
  • beperkingen van relationele databases en situering van alternatieve databank modellen


Verplichte handboeken (boekhandel)
 

Handboek 1:

Database Systems: The Complete Book, Hector Garcia-Molina, Jeffrey D. Ullman, Jennifer Widom, 2nd Edition, Prentice Hall

ISBN: 9781292024479

 

Verplicht studiemateriaal
 

Studieleidraad



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Project  
Responsiecollege  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  


Evaluatie

Semester 2 (6,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode20 %
Gesloten-boek
Huiswerktaken
Meerkeuzevragen
Open vragen
Vaardigheidstoets
Schriftelijk examen80 %
Gesloten-boek
Open vragen
Meerkeuzevragen, giscorrectie

Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Ja
Toelichting evaluatievorm De tweede examenkans bestaat uit een schriftelijk examen op 100% van de
punten.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de wiskunde
  •  EC 
  • EC 11: De bachelor Wiskunde heeft elementaire kennis verworven in nog een ander wetenschappelijk vakgebied.

 

bachelor in de informatica
  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor beschikt over een breed referentiekader waardoor hij/zij de eigen kennis en vaardigheden van het vakgebied voortdurend kan actualiseren. 

     
  •  DC 
  • De student heeft grondige kennis over belangrijke deelgebieden van de informatica: programmeertalen en -paradigma''s, computerarchitectuur, human computer interaction, data management, algoritmen en datastructuren, software engineering, computernetwerken, logica, theoretische informatica, besturingssystemen en computer graphics.

     
  •  DC 
  • De student kan denken en handelen vanuit de fundamenten van de informatica.

     
  •  DC 
  • De student kan toepassingsgericht denken en handelen in informatica.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica hecht belang aan de technische kwaliteit van het geleverde eindproduct, werkt nauwgezet en systematisch en kan de hieraan verbonden specificaties correct naar software vertalen.

     
  •  DC 
  • De student kan nauwgezet werken aan opdrachten en projecten.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica is zich bewust van de ethisch-maatschappelijke context waarin informatica gebruikt wordt. Hij/zij kan ethische en deontologische problemen herkennen en analyseren, en hiernaar handelen.

     
  •  DC 
  • De student kan maatschappelijke aspecten en uitdagingen gerelateerd aan informatica uitleggen.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica is zich bewust van informatica als wetenschappelijke discipline, toont een kritische ingesteldheid en kan een standpunt innemen en verdedigen op basis van verworven kennis en inzicht.

     
  •  DC 
  • De student kan problemen van matige tot redelijke complexiteit op een wetenschappelijke manier onderzoeken en systematisch aanpakken.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan gefundeerd redeneren, abstraheren en formaliseren, gebruik makend van kennis van en inzicht in de wiskundige basis van de informatica.

     
  •  DC 
  • De student kan een correcte logische redenering opbouwen.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan het oplossen van problemen algoritmisch benaderen en is vertrouwd met diverse programmeerparadigma's, -technieken en -methoden.

     
  •  DC 
  • De student kan uitleggen wat een algoritme is en een algoritmische aanpak definiëren voor het oplossen van een probleem.

     
  •  DC 
  • De student kan redeneren over de correctheid van een algoritme.

     
  •  DC 
  • De student begrijpt het belang van precieze syntaxis en semantiek van programmeertalen en kent het onderscheid tussen beide.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan mogelijkheden om een informaticaprobleem op te lossen en de tools die hiervoor beschikbaar zijn, vergelijken en afwegen op hun bruikbaarheid, correctheid en efficiëntie.

     
  •  DC 
  • De student kan oplossingsmogelijkheden voor een probleem beschrijven.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
1ste bachelorjaar in de informatica J
bachelor in de wiskunde - verbreding informatica J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.