| Studiepunten: 4,0 | | Studiebelastingsuren: 108 | Periode: semester 2 (4sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
|
Deel Algemene chemie
- Algemene inleiding
- Metalen en niet-metalen
- Basen en oxiden
- Zuren en zouten
- Sterke en zwakke zuren en basen
- Zuur-base neutralisatiereacties
- pH van oplossingen
- Redoxreacties
Deel Organische chemie en procestechnologie
- Scheidingstechnieken: deel 1
- Scheidingstechnieken: deel 2
Practicum: 2 labo's
- Identificatie van een reactie/bepaling vh watergehalte in een hydraat
- Gefractionneerde destillatie van wijn
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Periodiek systeem IIW
ISBN: PERSYSIIW |
|
 
|
| Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
De studenten kopen een periodiek systeem van de elementen bij XOD. |
|
 
|
| Aanbevolen literatuur |
| |
Algemene chemie,Lucien Viaene,LannooCampus,9789020966817
Milieuproblemen en -technologie lucht, water en bodem, rol van de industrie,Vandecasteele, Carlo; Block, Chantal,LannooCampus,9789020966831 |
|
 
|
| Opmerkingen |
| |
Situering in het curriculum / Volgtijdelijkheid: Basisvak, basiswetenschap Kennis is nodig om bepaalde aspecten van ingenieursvakken te ondersteunen.
Relatie met onderzoek: De student verwerft voldoende inzicht en vaardigheid om de belangrijkste chemische begrippen zelfstandig toe te passen, nieuwe informatie te verwerven en te structureren. In de oefeningen wordt aangeleerd om probleemoplossend te werken. Relatie met werkveld: De inhoud van dit opleidingsonderdeel is vakdomeingebonden maar draagt bij tot de algemene ingenieursvorming van de studenten. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Practicum ✔
|
|
|
|
Werkzittingen ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Oefeningen ✔
|
|
|
|
Semester 2 (4,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 10 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | Studenten mogen tijdens het examen een periodiek systeem en een formularium gebruiken. |
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden |
-
Een student moet zowel op het schriftelijk examen als op de schriftelijke evalatie van het practicum een tolereerbaar resultaat (>= 8,0/20) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.
-
Verplichte aanwezigheid tijdens alle practica.
|
|
|
|
| Gevolg |
-
Een student die op het schriftelijk examen of op de schriftelijke evaluatie van het practicum een niet-tolereerbaar cijfer (<8,0/20) behaalt en een rekenkundig gewogen gemiddeld behaalt ≥ 9/20, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier een 9/20, ongeacht het rekenkundig gewogen gemiddelde.
-
Bij gewettigde afwezigheid voor een practicum dient de student de betrokken docent binnen de 24 uur te contacteren met de reden van afwezigheid en met de vraag om het practicum te kunnen inhalen. Bij één of meer ongewettigde afwezigheden voor een practicum krijgt de student als eindresultaat voor het gehele opleidingsonderdeel een 'N' (een examenonderdeel niet volledig afgelegd: ongewettigd afwezig voor onderde(e)len van de evaluatie). Dit betekent dat dit opleidingsonderdeel volgend academiejaar moet hernomen worden.
|
|
|
|
| Extra info | Voor specifieke richtlijnen en mogelijke gevolgen met betrekking tot het gebruik van AI, raadpleeg Toledo.
Voor de permanente evaluatie is het kunnen afronden van de opdracht(en) in het voorziene tijdsbestek onderdeel van de evaluatie. Studenten in bijzondere omstandigheden die als faciliteit een relatieve meertijd kregen toegekend kunnen hierop daarom geen beroep doen voor de bovenstaande deelevaluaties. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Voor de schriftelijke evaluatie van het practicum is er geen tweede examenkans. De behaalde punten van de eerste examenkans blijven behouden.
Overdracht van het cijfer van de schriftelijke evaluatie van het practicum of van het schriftelijk examen naar een volgend academiejaar gebeurt automatisch indien de student minimaal 12,0/20 behaalde. De student kan ervoor kiezen om toch de evaluatie te hernemen, maar hij moet dit dan expliciet melden aan coördinerend verantwoordelijke bij de start van de onderwijsperiode. Studenten die minder dan 12,0/20 behaalden dienen alle practica opnieuw uit te voeren. Het is de verantwoordelijkheid van de student om bij de start van het academiejaar navraag te doen naar de behaalde deelpunten in het vorig academiejaar. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
schakelprogramma Industriële wetenschappen
|
- EC
| EC1 - De bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten) | | | - DC
| 1.1 De student kent de chemische basisbegrippen, symbolen, structuurformules en reacties van moleculen. | | | | - BC
| kan chemische begrippen, symbolen, eigenschappen en (scheidings)-technieken correct en volledig definiëren. | - EC
| EC2 - De bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeenwetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen) | | | - DC
| 2.1 De student heeft inzicht in de chemische basisbegrippen, structuurformules, kenmerken en reacties van moleculen. | | | | - BC
| kan over de topics atomen, moleculen en chemische reacties disciplinegebonden redeneren.
kan het onderlinge verband tussen begrippen, symbolen en eigenschappen verklaren. | - EC
| EC3 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan zelfstandig problemen herkennen, op eigen initiatief activiteiten plannen en actie ondernemen. (initiëren en plannen) | | | - DC
| 3.3 De student kan (op eigen initiatief) actie ondernemen. | | | | - BC
| kan een laboproef voorbereiden en plannen om deze binnen de voorziene tijd op een nauwkeurige, veilige en milieubewuste manier uit te voeren
kan chemische oefeningen en problemen ontrafelen en een oplossingsstragie voorstellen. | - EC
| EC4 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven) | | | - DC
| 4.1 De student kan doelgericht wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken. | | | | - BC
| kan de vereiste informatie opzoeken in tabellen (ranggetal, atoommassa, oxidatiegetal, pKz,...) en op een gestructureerde manier weergeven. | - EC
| EC5 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren) | | | - DC
| 5.1 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten, resultaten uit simulaties, statistische data en/of technische informatie interpreteren. | | | | - BC
| verwerkt de experimenteel bekomen meetgegevens of gegevens in oefeningen zodat hij/zij hieruit een wetenschappelijk gefundeerd besluit kan trekken. | | | - DC
| 5.5 De student kan chemisch-technische problemen analyseren. | | | | - BC
| beschikt over voldoende chemische basiskennis en kan deze gericht toepassen om oefeningen aangaande de bouw van atomen en moleculen, concentraties van oplossingen en chemische reacties (zuur-base en redoxreacties), pH te analyseren en te interpreteren.
kan reactievergelijkingen van verbrandings-, zuur-base-, en redoxreacties opstellen en stoichiometrische berekeningen uitvoeren. | - EC
| EC6 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen) | | | - DC
| 6.5 De student kan chemisch-technische problemen oplossen. | | | | - BC
| kan het principe van een aantal (scheidings)-technieken toepassen bij berekeningen en praktische uitvoeringen.
kan oefeningen aangaande concentraties van oplossingen en chemische reacties oplossen.
kan tijdens het labo op basis van verzamelde meetgegevens tot een juist berekend eindresultaat komen en de juiste conclusie formuleren. | - EC
| EC7 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan de geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om domeinspecifieke oplossingen en ontwerpen planmatig te implementeren met aandacht voor de praktische en economische randvoorwaarden en bedrijfsgebonden implicaties. (implementeren en operationaliseren) | | | - DC
| 7.1 De student kan een experiment opbouwen en/of uitvoeren. | | | | - BC
| kan, a.h.v. een voorbereid werkschema zelfstandig een labo-opstelling bouwen en een laboproef op een correcte, veilige manier uitvoeren binnen de voorziene tijd. | | | - DC
| 7.2 De student kan technische hulpmiddelen zoals rekentoestellen, meettoestellen en software gebruiken. | | | | - BC
| kan volumetrisch glaswerk en een balans correct en nauwkeurig gebruiken. | - EC
| EC8 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren) | | | - DC
| 8.1 De student kan (berekende, gemeten of gesimuleerde) resultaten toetsen aan de literatuur en de werkelijkheid. | | | | - BC
| kijkt kritisch naar de bekomen resultaten van oefeningen en practica en zoekt verklaringen voor mogelijke afwijkingen van de verwachte waarde. | | | - DC
| 8.3 De student kan door kritische reflectie eigen denken en handelen bijsturen. | | | | - BC
| neemt bij resultaten die sterk afwijkend zijn van de verwachte waarde zelf initiatief om de oplossingsstrategie van de oefening te herevalueren. | - EC
| EC9 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren) | | | - DC
| 9.1 De student kan correct, gestructureerd en gepast schriftelijk communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied. | - EC
| EC12 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude) | | | - DC
| 12.1 De student heeft een open houding om te leren uit ervaring, feedback en fouten. | | | | - BC
| maximaliseert zijn/haar leertraject op basis van de aangeboden theorie en oefeningen met feedback tijdens de colleges en praktijkervaring om alle competenties voor dit opleidingsonderdeel te verwerven.
krijgt na elk labo feedback i.v.m. gemaakte fouten, formuleringen, beduidende cijfers,... en stuurt op basis van deze feedback zijn/haar denken en handelen bij. | | | - DC
| 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...). | | | | - BC
| kan binnen de voorziene tijd op een nauwkeurige, veilige en milieubewuste manier practica uitvoeren. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
schakel IW Bouwkunde: pba bouw - deel 1
|
J
|
|
schakel IW Elektromechanica optie automatisering - deel 1
|
J
|
|
schakel IW Elektromechanica optie ontwerp en productie - deel 1
|
J
|
|
schakel IW Elektronica-ICT - deel 1
|
J
|
|
schakel IW Energie - deel 1
|
J
|
|
schakel IW informatica - deel 1
|
J
|
|
schakel IW Nucleaire technologie: pba elektronica-ICT - deel 1
|
J
|
|
schakel IW Nucleaire technologie: pba medische beeldvorming - deel 1
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|