De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Morfologie en fysiologie van de hogere planten (3120)

Coördinerend verantwoordelijke:dr. Isabeau VANBUEL 
Co-titularis:Prof. dr. Ann CUYPERS 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Jasmine COLEMONT 
 Mevrouw Laura OBEN 
 dr. Wouter SILLEN 
Met medewerking van:Mevrouw Ann WIJGAERTS 
 Mevrouw Dominika TYLUS 
 Mevrouw Ria VANDERSPIKKEN 


Studiepunten: 7,0
Studiebelastingsuren: 189
Periode: semester 2 (7sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Biologie van de cel (5445) 6.0 stptn  
    Methoden en statistiek (2937) 4.0 stptn  
 
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
    Van metabolisme tot systeembiologie (5359) 8.0 stptn  
 


Begincompetenties

1. De student(e) heeft een goede kennis van de structuurchemie van biomoleculen en bezit voldoende inzicht in biochemische reacties. (OPO's: Biologie van de cel; Chemie voor levenswetenschappen 1 en 2; Van metabolisme tot systeembiologie)
2. De student(e) heeft een grondige kennis van de eukaryote cel en zijn functie in eukaryote organismen. (OPO: Biologie van de cel)
3. De student(e) heeft een goede basiskennis van het algemeen energiemetabolisme. (OPO's: Biologie van de cel; Van metabolisme tot systeembiologie)
4. De student(e) heeft goede basislabovaardigheden en kan de experimentele gegevens, bekomen in de practica, verwerken met behulp van de gepaste computerprogramma's (Excel en RStudio). (OPO's: Laboratoriumvaardigheden; Methoden en statistiek)



Inhoud
  • De student(e) kent de uitwendige en inwendige bouw van de vegetatieve cormus.
  • De student(e) kent de verschillende weefseltypes (inclusief hun functies) voorkomend bij de Cormophyta.
  • De student(e) kent de structuur van de plantencel, de celwand en heeft inzicht in de biosynthese van de celwandcomponenten.
  • De student(e) is vertrouwd met de groei van de plant en kan deze groei mathematisch beschrijven.
  • De student(e) heeft inzicht in de waterhuishouding van de plantencel en van de volledige plant.
  • De student(e) heeft inzicht in het proces van de translocatie doorheen het floëem.
  • De student(e) kent de rol van de mineralen, heeft inzicht in de opname van mineralen en weet wat minerale deficiëntie is en wat hiervan de gevolgen zijn.
  • De student(e) begrijpt de assimilatie van minerale nutriënten.
  • De student(e) kent de verschillende klassen fytohormonen en heeft inzicht in de structuur en biosynthese, de moleculaire achtergrond, de signaaltransductiemechanismen en de rol van de fytohormonen in de groei en fysiologie van de plant.
  • De student(e) heeft inzicht in de fysiologische processen van de fotomorfogenese en de moleculaire regulatiemechanismen en kent de functies van fytochromen en cryptochromen.
  • De student(e) kan het fotosyntheseproces en de twee deelprocessen (lichtreacties en Calvin-Bensoncyclus) toelichten.
  • De student(e) heeft inzicht in de absorptie van licht door pigmenten; de student(e) kent de structuur van de belangrijkste pigmenten en kan hun specifieke eigenschappen verklaren.
  • De student(e) begrijpt het niet-cyclisch elektronentransport (inclusief de productie van zuurstof en de reductie van NADP⁺, de opbouw van de pH-gradiënt en de gekoppelde synthese van ATP) en kent tevens de rol van het cyclisch elektronentransport.
  • De student(e) heeft inzicht in de werking van de Calvin-Bensoncyclus (CO₂-fixatie en -reductie) en de synthese van koolhydraten (sucrose en zetmeel).
  • De student(e) heeft inzicht in de fotorespiratie en het C4- en CAM-metabolisme.
  • De student(e) kent de algemene bouw van de bloem en heeft inzicht in de processen van de bloei-inductie.
  • De student(e) begrijpt de inductie van afweermechanismen en de rol van secundaire metabolieten in deze processen.
  • De student(e) kan de relaties leggen tussen structuur en functie.


Verplichte handboeken (boekhandel)
 

Handboek 1 (in de vorm van een e-boek met levenslange toegang):

Plant Physiology and Development, Taiz L., Møller I.M., Murphy A. & Zeiger E., Sinauer Associates (Oxford University Press). (last edition)

 

Verplicht studiemateriaal
 
  • Blackboard: studieleidraad, powerpointpresentaties, practicumteksten
  • Verplicht e-boek
 

Aanbevolen literatuur
  Biochemistry and Molecular Biology of Plants,Bob B. Buchanan; Wilhelm Gruissem; Russell L. Jones,2,Wiley,9780470714218

Physicochemical and Environmental Plant Physiology,P. Nobel,4,Academic Press,9780123741431,Beschikbaar als e-book: https://www-sciencedirect-com.bib-proxy.uhasselt.be/book/9780128191460/p hysicochemical-and-environmental-plant-physiology

Esau's Plant Anatomy: Meristems, Cells, and Tissues of the Plant Body: Their Structure, Function, and Development,Ray F. Evert; Susan E. Eichhorn,3,Wiley,9780471738435

Functional Biology of Plants,Martin J. Hodson; John A. Bryant,Wiley,9780470699393
 

Opmerkingen
 

In interactieve colleges worden de essentiële elementen van de leerstof aangebracht. In de practica worden specifieke topics uit de cursus verder uitgewerkt waarbij praktische vaardigheden, de verwerking en het interpreteren en rapporteren van de meetresultaten aan bod komen. De daaropvolgende werkzittingen bieden extra ondersteuning bij het rapporteren van deze meetresultaten. De deelname aan de practica is verplicht. 



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Practicum  
Responsiecollege  
Werkzittingen  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  


Evaluatie

Semester 2 (7,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode10 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarIndien de student aanwezig was bij alle practica en indien de student de bijbehorende taken en het eindverslag heeft vervolledigd, kan het deelcijfer behouden blijven.
Paper
Vaardigheidstoets
Mondeling examen90 %
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
VoorwaardenHet bijwonen van de practica is verplicht.
Gevolg

De student(e) die ongewettigd afwezig is bij het bijwonen van een of meerdere praktische oefeningen, krijgt voor het opleidingsonderdeel als eindresultaat een N: examenonderdeel niet volledig afgelegd: ongewettigd afwezig voor onderde(e)len van de evaluatie.

Extra info

Deel 1: Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode (practicumopdrachten en -verslag)

Deel 2: Mondeling examen met schriftelijke voorbereiding tijdens examenperiode


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Ja
Toelichting evaluatievorm Enkel het examengedeelte kan hernomen worden.

Het deelcijfer voor de practicumopdrachten en -verslag (deel 1; 10%)
wordt overgenomen naar de tweede zittijd. Dit gedeelte van de evaluatie
kan niet hernomen worden.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de biologie
  •  EC 
  • EC 1: De bachelor Biologie heeft een grondige kennis en inzicht verworven in de levende wereld op moleculair, cellulair , functioneel, organismaal, populatie en ecosysteemniveau.

  •  EC 
  • EC 2: De bachelor Biologieheeft inzicht in de processen die de grondslag vormen van de evolutie van het leven. Hij/zijkan nieuwe kennis verzameld op de verschillende biologische niveausintegreren in de evolutietheorie.

  •  EC 
  • EC 3: De bachelor Biologiehoudt rekening metde noodzaak van de inter- en multidisciplinaire benadering om de levende wereld in al zijn aspecten te onderzoeken. Hij/zij heeft daartoe een grondige kennis en inzicht in andere relevantewetenschappelijke disciplines (chemie, fysica, geologie),

  •  EC 
  • EC 4: De bachelor Biologie kan mathematische en/of statistische begrippen en modellen correct inzetten voor het benaderen, oplossen en analyseren van eenvoudige biologische problemen en gegevensverzamelingen om tot een gefundeerde conclusie te komen.

  •  EC 
  • EC 5: De bachelor Biologie kan met inzicht metingen verrichten en observeren waarbij hij/zij de hoogst mogelijke precisie nastreeft en integer handelt in zijn/haar observaties en metingen.

  •  EC 
  • EC 8: De bachelor Biologie kan mondeling en schriftelijk rapporteren en presenteren in het Nederlands en het Engels. Hij/zij kan communiceren over het vakgebied met vakgenoten en niet-vakgenoten.

  •  EC 
  • EC 9: De bachelor Biologie is in staat de eigen leerprocessen te plannen, te bewaken, te sturen, te evalueren en zo nodig bij te sturen (zelf management).

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
2de bachelorjaar in de biologie J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.