| Studiepunten: 4,0 | | Studiebelastingsuren: 108 | Periode: semester 2 (4sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Geen begincompetenties vereist.
|
|
|
|
In dit opleidingsonderdeel bouwen we op twee niveaus aan de bedrijfseconomische competentie van de ingenieur.
Bedrijfsmodellen en -strategieën
Een bedrijfsmodel beschrijft de basislogica waarmee een bedrijf waarde creëert voor klanten en een deel van die waarde capteert in de vorm van winst. Strategie draait vervolgens om de vraag hoe het bedrijf ervoor zorgt dat dit bedrijfsmodel competitief is in de markt, en hoe het kan doorgroeien op basis van nieuwe markten en activiteiten.
Economie
Op het tweede niveau introduceren we macro- en micro-economische processen die een basis vormen voor het economisch denken (op niveau van sector of land).
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Bedrijfsmodellen en -strategieën: PowerPoint presentaties of ander studiemateriaal wordt ter beschikking gesteld op Toledo.
Economie: PowerPoint presentaties of ander studiemateriaal wordt ter beschikking gesteld op Toledo. |
|
 
|
| Aanbevolen literatuur |
| |
Osterwalder A. & Pigneur Y. (2010). Business model generation: A handbook for visionaries, game changers, and challengers. John Wiley & Sons. ISBN 9780470876411
Osterwalder A., Pigneur Y., Bernarda G., Smith, A. & Papadakos, T. (2014). Value proposition design: How to create products and services customers want. John Wiley & Sons. ISBN 9781118968055
The Economy 2.0 (ebook, The CORE Econ Team, https://books.core-ec on.org/the-economy/index.html) |
|
 
|
| Opmerkingen |
| |
Situering binnen het curriculum/leerdomein Het opleidingsonderdeel maakt deel uit van het leerdomein Ondernemen en Maatschappij.
Relatie met werkveld
Het opleidingsonderdeel laat de student kennismaken met diverse economische aspecten waarmee hij/zij kan geconfronteerd worden, waardoor de student met de nodige economische basiskennis meer gefundeerde beslissingen kan nemen op de arbeidsmarkt. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Applicatiecollege ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Huiswerktaken ✔
|
|
|
|
Oefeningen ✔
|
|
|
|
Semester 2 (4,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijk examen | 100 % |
|
|
| Meerkeuzevragen, giscorrectie | ✔ |
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | Grafisch rekentoestel is toegelaten mits het geheugen is leeg gemaakt. |
|
|
|
| Extra info | Bedrijfsmodellen- en strategieën (50%) Economie (50%) |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de industriële wetenschappen
|
- EC
| EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten) | | | - DC
| 1.14 De student heeft kennis van de algemene begrippen, concepten en formules met betrekking tot ondernemen en algemene economie. | | | | - BC
| De student kan de 9 componenten van het businessmodelcanvas van Ostwalder duidelijk definiëren en beschrijven, met bijzondere aa ndacht voor de klantwaardepropositie.
De student kent de werking van de diverse micro-economische marktvormen en de werking van macro-economische processen, met bijbehorende begrippen, formules en figuren. | - EC
| EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen) | | | - DC
| 2.13 De student heeft inzicht in de algemene begrippen, concepten en formules met betrekking tot ondernemen en algemene economie. | | | | - BC
| De student kan de onderlinge verbanden tussen de 9 componenten van het businessmodelcanvas beschrijven en visualiseren (holistis che kijk/360°).
De student heeft inzicht in economische systemen, de prijs- en hoeveelheid bepalingen bij de diverse marktvormen, de factoren die hierop een invloed kunnen hebben en heeft inzicht in de verbanden tussen de diverse marktvariabelen, zowel op macro- als micro-economisch vlak. | - EC
| EC3 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan zelfstandig problemen herkennen, op eigen initiatief activiteiten plannen en actie ondernemen. (initiëren en plannen) | | | - DC
| 3.2 De student kan op gestructureerde wijze een technisch-wetenschappelijk project plannen. | | | | - BC
| De student kan zelf en binnen een team een businesscanvasmodel opstellen.
De student kan een macro- en micro-economisch evenwicht wiskundig berekenen en grafisch weergeven, evenals effecten van veranderingen. | - EC
| EC4 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven) | | | - DC
| 4.1 De student kan doelgericht wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken. | | | | - BC
| De student kan de relevante info identificeren die nodig is om een micro- en/of macro-economisch probleem op te lossen. | - EC
| EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren) | | | - DC
| 5.2 De student kan toepassingsgerichte opgaven vertalen naar een 'gegeven-gevraagde-formule'-structuur. | | | | - BC
| De student kan de kritische facetten identificeren en definiëren die bijdragen tot het bedrijfsmatig realiseren van het product of dienst: het businessmodel.
De student kan vanuit een krantenartikel, fictieve of actuele gegevens een micro-of macro -economisch probleem analyseren. | | | - DC
| 5.4 De student kan problemen opsplitsen in deelproblemen. | | | | - BC
| De student kan een bepaald probleem opsplitsen in zowel micro- als macro-economische problemen.
De student kan goed pla atsen tot welk onderdeel van het business model een bepaald inzicht hoort. | - EC
| EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren) | | | - DC
| 8.2 De student kan kritisch reflecteren met betrekking tot een technisch-wetenschappelijk project. | | | | - BC
| De student kan een technisch ontwerp (conceptfase) vertalen in zeer concrete waarde voor de klant. | | | - DC
| 8.3 De student kan door kritische reflectie eigen denken en handelen bijsturen. | | | | - BC
| De student kan bij de analyse van een probleem duidelijk weergeven welke vereenvoudigingen/veronderstellingen gemaakt worden. | - EC
| EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren) | | | - DC
| 9.3 De student kan correct, gestructureerd en gepast grafisch communiceren. | | | | - BC
| De student kan micro- en macro-economisch problemen/situaties/gebeurtenissen grafisch of schematisch weergeven. | - EC
| EC11 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan bij het realiseren van een opdracht verantwoord denken en handelen rekening houdend met de maatschappelijke en internationale waarden, relaties en consequenties. (internationaal gericht en maatschappelijk verantwoord handelen) | | | - DC
| 11.2 De student heeft inzicht en houdt rekening met de belangen van verschillende stakeholders. | | | | - BC
| De student heeft inzicht in de gevolgen van marktmacht en externaliteiten op consument en maatschappij. | | | - DC
| 11.3 De student heeft inzicht in en houdt rekening met de maatschappelijke relevantie en consequenties in het realiseren van een opdracht. | | | | - BC
| De student kan aangeleerde inzichten uit de micro- en macro-economie niet alleen linken aan elkaar, maar ook aan de actualiteit.
De student heeft inzicht in de nood aan overheidsoptreden voor bepaalde maatschappelijke problemen. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3de bachelor in de industriële wetenschappen - bouwkunde
|
J
|
|
3de bachelor in de industriële wetenschappen - chemie
|
J
|
|
3de bachelor in de industriële wetenschappen - elektromechanica
|
J
|
|
3de bachelor in de industriële wetenschappen - elektronica-ICT
|
J
|
|
3de bachelor in de industriële wetenschappen - informatica
|
J
|
|
3de bachelor in de industriële wetenschappen - nucleaire technologie
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|