| Studiepunten: 9,0 | | Studiebelastingsuren: 243 | Periode: semester 2 (9sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
| |
| |
Voor volgende opleidingsonderdelen dient u een creditbewijs, vrijstelling, reeds getolereerde onvoldoende of ingezette tolereerbare onvoldoende behaald te hebben.
|
| |
|
Biofysica (3609)
|
4.0 stptn | |
| |
|
Biomoleculen (3606)
|
7.0 stptn | |
| |
|
Celbiologie (3408)
|
8.0 stptn | |
| |
|
Celfysiologie (5451)
|
10.0 stptn | |
| |
|
Chemische homeostase (3415)
|
4.0 stptn | |
| |
|
Functionele anatomie (3607)
|
4.0 stptn | |
| |
|
Functionele histologie (5468)
|
6.0 stptn | |
| |
|
Genetica en genomica (3410)
|
10.0 stptn | |
| |
|
Vaardigheidsonderwijs (3416)
|
3.0 stptn | |
| |
| |
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
|
| |
|
Biostatistiek (3624)
|
3.0 stptn | |
| |
|
Statistiek in genetica (3411)
|
4.0 stptn | |
| |
|
Risico's of veiligheidsproblemen op basis waarvan deze volgtijdelijkheid wordt opgelegd
Alle risico’s waardoor de fysieke/mentale gezondheid van de student, medestudent, personeelsleden of andere derden (bv. patiënten, stagegevers, …) in gevaar wordt gebracht. Hieronder wordt ook begrepen: een ernstig risico dat de student schade aan machines/apparatuur in het kader van de opleiding aan UHasselt/tUL aanbrengt die de continuïteit van het onderwijs of onderzoek zou belemmeren.
|
|
|
|
|
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
| |
| |
Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
|
| |
|
Multidisciplinair biomedisch onderzoek (5483)
|
7.0 stptn | |
| |
|
|
|
|
Biostatistiek: In de Bachelorproef gaat de student aan de slag met het verwerken van data. De vaardigheid en toepassing van de nodige programma’s (vb. JMP) wordt aangeleerd in Biostatistiek. Om bij aanvang van de Bachelorproef opdrachten te kunnen uitvoeren moeten deze analysevaardigheden reeds aanwezig zijn. MBO: Tijdens ‘Bachelorproef’ gaat de student aan de slag met een eigen onderzoeksproject op basis van kennis, vaardigheden en attitudes aangeleerd tijdens het OPO ‘Multidisciplinair Biomedisch Onderzoek’. -
De student kan een protocol zelfstandig doornemen en deze informatie inzetten om een proefopstelling voor te bereiden; -
De student past relevante moleculair-biologische technieken toe met aandacht voor (bio)veiligheid, afvalverwerking en orde; -
De student verwerkt en interpreteert, zelfstandig of samen met een medestudent, de verworven onderzoeksdata; -
De student rapporteert onderzoeksdata in de vorm van een wetenschappelijk artikel.
|
|
|
|
|
Het doel van het slotstuk van de bacheloropleiding BMW, de bachelorproef, is tweeledig. Er wordt enerzijds volop ingezet op het aanwakkeren van de passie voor biomedisch onderzoek via een onderzoeksstage van hypothese naar artikel . In dezelfde adem, en omdat dit OPO zich daartoe uitzonderlijk goed leent, worden de eindcompetenties van de opleiding zo goed mogelijk afgetoets bij de student, en, alsook de leerlijnen die ernaar toewerkten, verder aangescherpt. Om dit doel te bereiken, werden volgende leerdoelen geformuleerd.
De student
- verwerft praktische ervaring door actieve deelname binnen het biomedische veld
- krijgt inzicht in de processen, cultuur, missie en waarden van de organisatie
- kan theoretische concepten vertalen en toepassen in praktische toepassingen
- kan zelfstandig een probleem vertalen naar een relevante onderzoeksvraag en kan relevante wetenschappelijke literatuur zoeken, selecteren, kritisch interpreteren en samenvatten
- kan verkregen bevindingen analyseren en rapporteren, zowel schriftelijk als mondeling, aan zowel experts als een breed publiek
- kan constructief samenwerken binnen een interdisciplinair team
kan proactief zoeken naar mogelijkheden om in contact te komen met professionals binnen en buiten de organisatie om een professioneel netwerk op te bouwen
- kan reflecteren op zijn eigen sterke punten en verbeterpunten, en feedback gebruiken om zijn eigen werk en competenties te verbeteren
Onderzoeksgroepen uit de drie afstudeerrichtingen bieden één of meerdere afgelijnde projecten aan die elk worden begeleid door een PhD student of postdoc. Een project kan een grote slaagkans hebben, maar dat moét niet (negatieve en positieve resultaten zijn evenwaardig). Er wordt bovenal gestreefd naar projecten op maat van de student die zowel voor begeleider (nieuwe inzichten) als student (interessant, uitdagend onderzoek) voordelen heeft, bijv.:
- Een (poging tot) optimalisatie van een bestaand protocol.
- Een (poging tot) implementering van een protocol uit de literatuur.
- Nieuw, verkennend onderzoek, aansluitend bij de expertise van de begeleider, maar waarbij de uitkomst niet geweten is.
Kwaliteitsvolle persoonlijke begeleiding wordt hoog in het vaandel gedragen, omdat de student op die manier een direct aanspreekpunt heeft voor vragen en feedback, maar niettemin ook omdat dit een duchtige evaluatie toelaat.
Er zijn duidelijke richtlijnen voor student en begeleider/PI, en verplichte tussentijdse deadlines.
Twee studenten werken samen aan 1 project, maar houden elk een individueel laboschrift bij. In de eerste week ligt de nadruk op de literatuurstudie en het uitwerken van de onderzoeksopzet. In de laatste week ligt de nadruk op het finaliseren van het verslag ( 15pg), het voorbereiden van de presentatie, en op de mondelinge verdediging.
Verslaggeving gebeurt in echte artikelvorm, met zowel feedback van de begeleider als peer-feedback. De begeleider waakt erover dat de eigenlijke kwaliteit van de student weerspiegeld wordt in het finale verslag.
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
De nodige informatie en document omtrent de praktische invulling van de Bachelorproef, alsook de nodige sjablonen voor projectverslag en -presentatie worden ter beschikking gesteld via Blackboard. |
|
 
|
| Verplichte software |
| |
- Naam: Schoolyear (meest recente versie)
|
|
|
|
Semester 2 (9,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 50 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
| Schriftelijk examen | 30 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
| Mondeling examen | 20 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | De evaluatie bestaat uit verschillende onderdelen. Men dient voor elk onderdeel geslaagd te zijn om te kunnen slagen voor het geheel. Voor het portfolio moet een 'Pass' behaald worden. |
|
|
|
| Gevolg | Een student die op één (of meerdere) onderdelen van de evaluatie een cijfer lager dan 10/20 behaalt, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier 'F-fail'. Als het portfolio met een 'Fail' beoordeeld werd, dient de student dit te herwerken tot aan de gestelde eisen voldaan is om aldus het eindcijfer voor de bachelorproef te verkrijgen. |
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Er is geen herkansing voor de praktijkevaluatie in de tweede examenperiode. Er is wel een herkansing voor het verslag en de presentatie in de tweede examenperiode. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de biomedische wetenschappen
|
- EC
| EC 01. De bachelor biomedische wetenschappen is een kritische wetenschapper die zich bewust is van zijn maatschappelijke rol in de verbetering van de gezondheidszorg en van zijn/haar brugfunctie tussen de verschillende partners in de gezondheidszorg op niveau van preventie, diagnose en therapie van ziekten. | - EC
| EC 05. De bachelor in de biomedische wetenschappen kan op een veilige manier de basislaboratoriumtechnieken binnen het biomedisch onderzoek toepassen en heeft kennis van meer geavanceerde laboratoriumtechnieken. | - EC
| EC 06. De bachelor in de biomedische wetenschappen heeft kennis van veelgebruikte experimentele modellen gangbaar in het biomedisch onderzoek en kan een aantal daarvan onder begeleiding toepassen. | - EC
| EC 07. De bachelor in de biomedische wetenschappen kan onderzoeksgegevens analyseren en interpreteren. | - EC
| EC 08. De bachelor in de biomedische wetenschappen kan literatuuronderzoek uitvoeren en op basis hiervan een aanzet geven tot verder onderzoek, eigen meetresultaten kritisch vergelijken met resultaten van anderen en een remediëring van een eenvoudig experimentele proefopzet voorstellen. | - EC
| EC 09. De bachelor in de biomedische wetenschappen kan biomedische ethische kwesties benoemen, kent de problemen in verband met (on)ethisch onderzoeksgedrag en heeft aandacht voor plagiaat in het eigen handelen. | - EC
| EC 10. De bachelor in de biomedische wetenschappen kan communiceren over zijn vakgebied met wetenschappers uit eigen of aangrenzende vakgebieden en in een brede maatschappelijke context. | - EC
| EC 11. De bachelor in de biomedische wetenschappen kan werken in een team en kan de persoonlijke bijdrage of het groepsproces bijsturen met het oog op de groepsdynamiek en de kwaliteit van de samenwerking. | - EC
| EC 12. De bachelor in de biomedische wetenschappen is in staat om de eigen leerprocessen te plannen, te evalueren en te sturen (zelf reflectie). | - EC
| EC 13. De bachelor in de biomedische wetenschappen heeft aandacht voor de internationale dimensie van het vakgebied. Hij/zij kan omgaan met internationale wetenschappelijke literatuur, kan mondeling en schriftelijk communiceren in het Engels. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3de bachelorjaar in de biomedische wetenschappen
|
N
|
|
Exchange ba BMW keuze
|
N
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|