| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: semester 2 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
De studenten moet een aantal fysische begrippen kennen en begrijpen uit de mechanica: eenheden en grootheden, vectorrekenen, kinematische en dynamische grootheden en wetmatigheden, energie. De studenten moeten een aantal wiskundige begrippen en technieken onder de knie hebben: integraalrekenen, differentiaalrekenen, goniometrische begrippen en regels.
|
|
|
|
|
Dit opleidingsonderdeel beoogt de studenten een diepgaand inzicht bij te brengen in een aantal domeinen van de klassieke fysica. Naast het inhoudelijke aspect biedt het ook de gelegenheid bij uitstek om probleemoplossend te leren denken, een vaardigheid die bij industrieel ingenieurs zeker niet mag ontbreken en dit zowel op theoretisch als op praktisch vlak. De combinatie van inzicht in de theorie en beheersing van wiskundige en wetenschappelijke oplossingsmethoden is hierbij essentieel.
Inhoud hoorcolleges en oefeningen
-
Hydrostatica en hydrodynamica
-
Golven
-
Geluid
-
Elektromagnetische golven
-
Licht: reflectie en breking
-
Lenzen en optische instrumenten
-
Golfkarakter van licht, interferentie
-
Buiging en polarisatie
-
Kernfysica en radioactiviteit
-
Kernenergie
Inhoud Practicum
- Viscositeit
- Staande golven
- Geometrische optica
- Fysische optica
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Handboek 1:
Fysica: golven, Bart Vermang en Stan Wouters, 1, Pearson Benelux
ISBN: 9789043036580 |
|
 
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
De Practicumtekst 'Practicum fysica: golven' wordt ter beschikking gesteld via toledo. |
|
 
|
| Aanbevolen literatuur |
| |
Physics for Scientists and Engineers,John Jewett, Raymond Serway,8th international edition,Brooks/Cole Cengage Learning,9781439048467 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Practicum ✔
|
|
|
|
Werkzittingen ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Oefeningen ✔
|
|
|
|
Verslag ✔
|
|
|
|
Semester 2 (6,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 15 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | Enkel tijdens het oefeningenexamen is het gebruik van een rekentoestel toegestaan op voorwaarde dat het werkgeheugen én het permanent geheugen leeg zijn voor de start van het examen. Enkel het op het examen uitgedeelde formularium mag vrij gebruikt worden tijdens het theorie- en oefeningenexamen. |
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden |
-
Een student moet zowel op het schriftelijk examen als op de schriftelijke evalatie van het practicum een tolereerbaar resultaat (>= 8,0/20) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.
-
Verplichte aanwezigheid tijdens alle practica.
|
|
|
|
| Gevolg |
-
Een student die op het schriftelijk examen of op de schriftelijke evaluatie van het practicum een niet-tolereerbaar cijfer (<8,0/20) behaalt en een rekenkundig gewogen gemiddeld behaalt ≥ 9/20, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier een 9/20, ongeacht het rekenkundig gewogen gemiddelde.
-
Bij gewettigde afwezigheid voor een practicum dient de student de betrokken docent binnen de 24 uur te contacteren met de reden van afwezigheid en met de vraag om het practicum te kunnen inhalen. Bij één of meer ongewettigde afwezigheden voor een practicum krijgt de student als eindresultaat voor het gehele opleidingsonderdeel een 'N' (een examenonderdeel niet volledig afgelegd: ongewettigd afwezig voor onderde(e)len van de evaluatie). Dit betekent dat dit opleidingsonderdeel volgend academiejaar moet hernomen worden.
|
|
|
|
| Extra info | Voor specifieke richtlijnen en mogelijke gevolgen met betrekking tot het gebruik van AI, raadpleeg Toledo.
Voor de permanente evaluatie van de practica is het kunnen afronden van de opdracht(en) in het voorziene tijdsbestek onderdeel van de evaluatie. Studenten in bijzondere omstandigheden die als faciliteit een relatieve meertijd kregen toegekend kunnen hierop daarom geen beroep doen voor de bovenstaande deelevaluaties. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Voor de schriftelijke evaluatie van het practicum is er geen tweede examenkans. De behaalde punten van de eerste examenkans blijven behouden.
Overdracht van het cijfer van de schriftelijke evaluatie van het practicum of van het schriftelijk examen naar een volgend academiejaar gebeurt automatisch indien de student minimaal 12,0/20 behaalde. De student kan ervoor kiezen om toch de evaluatie te hernemen, maar hij moet dit dan expliciet melden aan coördinerend verantwoordelijke bij de start van de onderwijsperiode. Studenten die minder dan 12,0/20 behaalden dienen alle practica opnieuw uit te voeren. Het is de verantwoordelijkheid van de student om bij de start van het academiejaar navraag te doen naar de behaalde deelpunten in het vorig academiejaar.
|
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de industriële wetenschappen
|
- EC
| EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten) | | | - DC
| 1.6 De student kent de basisbegrippen van mechanica en fysica. | | | | - BC
| definieert fysische begrippen uit de hydrostatica en -dynamica, golven, geluid, geometrische en fysische optica, kernfysica, radioactiviteit en kernenergie.
benoemt de eenheden van deze begrippen en de formuleert fysische vergelijkingen. | - EC
| EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen) | | | - DC
| 2.6 De student heeft inzicht in de basisbegrippen van mechanica en fysica. | | | | - BC
| leidt fysische vergelijkingen en wetmatigheden af uit de hydrostatica en -dynamica, golven, geluid, geometrische en fysische opt ica, kernfysica, radioactiviteit en kernenergie. Beschrijft daarbij de veronderstellingen, geeft een situatieschets met vermeldi ng van de gebruikte grootheden, beargumenteert de verschillende stappen van de afleiding en interpreteert het resultaat.
verklaart fysische verschijnselen en principes (in praktische toepassingen) uit hydrostatica en -dynamica, golven, geluid, geo metrische en fysische optica, kernfysica, radioactiviteit en kernenergie op basis van zijn inzicht in de fysische begrippen,verg elijkingen en wetmatigheden. | - EC
| EC4 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven) | | | - DC
| 4.2 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten verzamelen. | | | | - BC
| verzamelt op een wetenschappelijk correcte manier experimentele gegevens uit laboproeven. | - EC
| EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren) | | | - DC
| 5.1 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten, resultaten uit simulaties, statistische data en/of technische informatie interpreteren. | | | | - BC
| verwerkt de experimentele gegevens verkregen uit laboproeven zodanig dat hij hieruit wetenschappelijk gefundeerde besluiten kan formuleren. Hierbij houdt hij ook rekening met onzekerheden. | | | - DC
| 5.2 De student kan toepassingsgerichte opgaven vertalen naar een 'gegeven-gevraagde-formule'-structuur. | | | | - BC
| vertaalt iedere opgave van oefeningen naar een 'gegeven-gevraagde-formule'-structuur. | | | - DC
| 5.3 De student kan een gegeven probleemstelling symbolisch/parametrisch correct (her)formuleren. | | | | - BC
| vertaalt iedere opgave van oefeningen naar een 'gegeven-gevraagde-formule'-structuur. | | | - DC
| 5.10 De student kan toepassingsgerichte opgaven uit de mechanica en de fysica analyseren. | | | | - BC
| vertaalt iedere opgave van oefeningen naar een 'gegeven-gevraagde-formule'-structuur. | - EC
| EC6 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen) | | | - DC
| 6.4 De student kan een gegeven probleemstelling symbolisch/parametrisch correct oplossen. | | | | - BC
| zondert het gevraagde af in formulevorm. | | | - DC
| 6.11 De student kan toepassingsgerichte opgaven uit de mechanica en de fysica oplossen. | | | | - BC
| kiest op basis van zijn inzicht in de fysische grootheden en wetmatigheden een geschikte aanpak voor het oplossen van oefeningen .
lost oefeningen op door het opbouwen van wetenschappelijke redeneringen, het toepassen van fysische vergelijkingen en wetmatigheden en van wiskundige technieken. Hij toont hierbij product (resultaat/oplossing) en proces (werkwijze/argumentatie).
hanteert op een correcte manier de regels van het afronden van (tussen-)resultaten. | - EC
| EC7 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan de geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om domeinspecifieke oplossingen en ontwerpen planmatig te implementeren met aandacht voor de praktische en economische randvoorwaarden en bedrijfsgebonden implicaties. (implementeren en operationaliseren) | | | - DC
| 7.1 De student kan een experiment opbouwen en/of uitvoeren. | | | | - BC
| kan zelfstandig een voorbereide laboproef, veilige manier uitvoeren binnen de voorziene tijd. | | | - DC
| 7.2 De student kan technische hulpmiddelen zoals rekentoestellen, meettoestellen en software gebruiken. | | | | - BC
| kan zelfstandig een voorbereide laboproef, veilige manier uitvoeren binnen de voorziene tijd. | - EC
| EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren) | | | - DC
| 8.1 De student kan (berekende, gemeten of gesimuleerde) resultaten toetsen aan de literatuur en de werkelijkheid. | | | | - BC
| kijkt elk resultaat van een oefening na en toets af of deze oplossing overeen kan komen met de werkelijkheid.
verifieert/vergelijkt/nuanceert zijn meetresultaten uit de laboproeven aan de hand van externe bronnen. | | | - DC
| 8.3 De student kan door kritische reflectie eigen denken en handelen bijsturen. | | | | - BC
| neemt bij resultaten die sterk afwijkend zijn van de verwachte waarde zelf initiatief om experimenten te herhalen of de oplossingsstrategie van oefeningen te herevalueren. | | | - DC
| 8.4 De student kan omgaan met onzekere en/of beperkende context. | | | | - BC
| hanteert op een correcte manier de regels van het bepalen van de onzekerheid en het afronden van (meet-)resultaten. | - EC
| EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren) | | | - DC
| 9.1 De student kan correct, gestructureerd en gepast schriftelijk communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied. | | | | - BC
| schrijft op gestructureerde wijze zijn antwoord op de theorievragen en de oefeningen en geeft hierbij de veronderstellingen en/o f een situatieschets met vermelding van de gebruikte grootheden. Hij beargumenteert de verschillende stappen.
schrijft met behulp van een tekstverwerker een correct en volledig laboverslag: korte beschrijving van de theoretische achtergrond, de pr oefopstelling, de meetresultaten, de verwerking en de interpretatie van de meetresultaten en de conclusies van het labo. | | | - DC
| 9.3 De student kan correct, gestructureerd en gepast grafisch communiceren. | | | | - BC
| kan een stralendiagram bij spiegels en lenzen tekenen ter ondersteuning van zijn berekeningen en dit volgens de gemaakte afsprak en. | - EC
| EC10 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan op een constructieve en verantwoordelijke wijze functioneren als lid van een (multidisciplinair) team. (samenwerken) | | | - DC
| 10.2 De student kan op een actieve constructieve manier samenwerken met anderen om een gemeenschappelijk doel te bereiken (product). | | | | - BC
| voert in teamverband laboproeven uit. | - EC
| EC12 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude) | | | - DC
| 12.1 De student heeft een open houding om te leren uit ervaring, feedback en fouten. | | | | - BC
| stuurt naar aanleiding van feedback, eigen denken en handelen bij. | | | - DC
| 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...). | | | | - BC
| toont aan dat hij de theoretische achtergrond van de laboproeven via zelfstudie heeft voorbereid en het doel en de gebruikte methodes begrijpt. Dit getuigt van een professionele houding.
voert op veilige en nauwkeurige wijze laboproeven uit. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
1ste bachelorjaar in de industriële wetenschappen
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|