Wisselstroom partim (4085) |
| Studiepunten: 3,0 | | Studiebelastingsuren: 81 | Periode: semester 1 (3sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
De student moet de rekentechnieken om stromen, spanningen en vermogens te berekenen in complexe kringen aangesloten op DC kunnen toepassen.
De student moet de basiswetten van magnetisme begrijpen en kunnen toepassen.
|
|
|
|
|
Wisselstroom theorie
- Fasordiagram - complexe voorstelling van spanningen, stromen
- Gedrag van R, L C en combinaties (resonanties)
- Actief, reactief en schijnbaar vermogen
- Cos-phi-verbetering
- Oplossen van 1F en 3F wisselstroomkringen
- Driefasige netten en beveiliging: TT, TN, IT
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Extra informatie via het online leerplatform Toledo. |
|
 
|
| Aanbevolen literatuur |
| |
Natuurkunde voor wetenschap en techniek: Elektrostatica en magnetisme,Douglas C Giancoli,Prentice-Hall/Academic Service |
|
 
|
| Opmerkingen |
| |
Situering in het curriculum: In dit opleidingsonderdeel wordt de basis gelegd voor toepassingen in het gebied van de elektrotechniek. Deze kennis is vereist om dieper in te kunnen gaan op elektrische machines en distributie van elektrische energie. Relatie met onderzoek: Het opleidingsonderdeel Elektrotechniek stelt resultaten van onderzoek voor zonder expliciet te verwijzen naar de onderzoeker of het onderzoek zelf. De studenten voeren onderzoeksgerelateerde opdrachten uit. Relatie met werkveld: Het juist hanteren van de disciplinegebonden wetmatigheden, grootheden en eenheden is een minimum eis om in het werkveld op eenduidige wijze te kunnen communiceren. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Applicatiecollege ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Oefeningen ✔
|
|
|
|
Semester 1 (3,00sp)
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | Een grafisch rekentoestel mag gebruikt tijdens het examen worden voor het oplossen van de oefeningen op voorwaarde dat het geheugen gewist is. |
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
schakelprogramma Industriële wetenschappen
|
- EC
| EC1 - De bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten) | | | - DC
| 1.5 De student kent de basiswetten van de elektrotechniek op het gebied van elektrodynamica en -statica, elektromagnetisme, één- en driefasige wisselstroom. | | | | - BC
| De student kent definities en stellingen uit de wisselstroomtheorie en driefasige wisselstroom en kent toepassingen hierop.
De student kent de belangrijkste veiligheidsaspecten van elektrische netten en kan de verschillende componenten identificeren en de werking verklaren. | - EC
| EC2 - De bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeenwetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen) | | | - DC
| 2.5 De student begrijpt de basiswetten van de elektrotechniek op het gebied van elektrodynamica en -statica, elektromagnetisme, één- en driefasige wisselstroom. | | | | - BC
| De student kan inzicht in theorie en praktijk aantonen door de werking van verschijnselen en praktische toepassingen te kunnen verklaren op basis van gekende stellingen en definities. | - EC
| EC6 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen) | | | - DC
| 6.1 De student kan een gepaste oplossingsmethode selecteren. | | | | - BC
| De student kan voor het oplossen van vraagstukken uit éénfasige en driefasige wisselstroom de correcte methode selecteren. | | | - DC
| 6.2 De student kan de gekozen oplossingsmethode correct uitvoeren. | | | | - BC
| De student kan vraagstukken uit éénfasige en driefasige wisselstroom correct oplossen. | | | - DC
| 6.3 De student kan technische hulpmiddelen zoals rekentoestellen, meettoestellen en software selecteren. | | | | - BC
| De student kan vraagstukken oplossen met behulp van zijn grafisch rekentoestel. | | | - DC
| 6.10 De student kan elektrische kringen en schakelingen doorrekenen. | | | | - BC
| De student kan vraagstukken uit éénfasige en driefasige wisselstroom correct oplossen. | - EC
| EC9 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren) | | | - DC
| 9.3 De student kan correct, gestructureerd en gepast grafisch communiceren. | | | | - BC
| De student kan een net schematisch weergeven.
De student kan een fasediagram tekenen. | - EC
| EC12 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude) | | | - DC
| 12.1 De student heeft een open houding om te leren uit ervaring, feedback en fouten. | | | | - BC
| De student leert uit de feedback en ervaring die hij opdoet in de oefenzittingen. | | | - DC
| 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...). | | | | - BC
| De student heeft bij het oplossen van vraagstukken en bij het afleiden van een stelling oog voor orde en duidelijkheid. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
schakel IW Elektromechanica optie automatisering - deel 2
|
J
|
|
schakel IW Elektromechanica optie ontwerp en productie - deel 2
|
J
|
|
schakel IW Energie - deel 2
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|