Mobiliteitsproject (4187) |
| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: semester 2 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
| |
| |
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
|
| |
|
Communicatie en participatie (3657)
|
6.0 stptn | |
| |
|
Ontwerpvaardigheden (3497)
|
3.0 stptn | |
| |
|
Ruimtelijke ontwikkeling 1 (3498)
|
6.0 stptn | |
| |
|
Verkeerskunde 1 (1255)
|
6.0 stptn | |
| |
|
Verkeersonderzoeksmethodologie (3499)
|
6.0 stptn | |
| |
|
Verkeersveiligheid (5231)
|
6.0 stptn | |
| |
|
|
|
|
De student dient na te vragen in het kader van het specifieke onderwerp van het mobiliteitsproject welke noodzakelijke kennis en vaardigheden nodig zijn uit diverse OPO’s van het schakelprogramma om het mobiliteitsproject aan te vangen. Hieronder volgt alvast een niet-limitatieve opsomming: - De student kan verschillende invalshoeken van een mobiliteitsuitdaging identificeren (bv. ruimtelijke planning, verkeerstechniek, gedrag, verkeersonderzoek, verkeersveiligheid) en voor elk van deze invalshoeken relevante informatie verzamelen om te komen tot een geïntegreerde benadering;
- De student kan beschrijven en beredeneren welke stakeholders invloeden ondervinden van een mobiliteitsprobleem/-uitdaging en welke stakeholders betrokken zijn in eenvoudige en concrete mobiliteitsproblemen;
- De student is vertrouwd met de basisprincipes van een plan van aanpak (probleemstelling, doelstelling, onderzoeksvragen, keuze onderzoeksmethode en literatuurstudie) en kan dit opstellen volgens de aangeboden voorschriften;
- De student kan zelfstandig een heldere planning opstellen, deze planning bewaken en gepast met de beschikbare tijd omgaan;
- De student is vertrouwd met het opzoeken van geschikte wetenschappelijke literatuur (i.e., artikelen, boeken, rapporten) via de website van de bibliotheek van de Universiteit Hasselt en kan de wetenschappelijke literatuur structureren en samenvatten met correcte bronvermelding (APA-richtlijnen);
- De student is vertrouwd met de verschillende onderzoeksmethoden binnen de mobiliteitswetenschappen en kan hieruit op basis van een bepaalde context de gepaste onderzoeksmethode(n) kiezen, deze keuze verantwoorden, en de onderzoeksmethode(n) vervolgens correct toepassen;
- De student kan een rapport maken dat een duidelijke structuur heeft en hierin de aanpak en resultaten op een heldere en wetenschappelijke wijze bespreken;
- De student kan een presentatie maken die een duidelijke structuur heeft en hierin de belangrijkste onderdelen van een wetenschappelijk onderzoek op begrijpelijke wijze overbrengen.
|
|
|
|
|
In dit opleidingsonderdeel passen de studenten de theoretische concepten uit de verkeerskundige basisvakken van het schakeljaar Mobiliteitswetenschappen op een geïntegreerde en concrete wijze toe bij het oplossen van een concreet probleem uit het domein van de mobiliteitswetenschappen. De onderwerpen voor het mobiliteitsproject zijn realistische vraagstukken die typisch door verkeersdiensten (gemeentelijk, provinciaal, federaal), adviesbureaus of onderzoeksinstellingen behandeld worden. Het project kan worden uitgevoerd in samenwerking met een partner uit de praktijk (afhankelijk van het onderwerp). De probleemstelling, de analyse en de voorgestelde oplossing(en) vormen de inhoud van een rapport dat je aflevert en presenteert. Dit rapport moet een bruikbaar instrument zijn, dat in de praktijk kan worden ingezet om tot een gefundeerde en duurzame oplossing voor een gesteld probleem te komen. De student werkt aan een zelfgekozen onderwerp. Dit betekent dat de student een voorstel moet indienen bij het onderwijsteam waarin hij/zij een korte toelichting/motivatie geeft i.v.m. het te onderzoeken onderwerp. Enkel goedgekeurde voorstellen kunnen worden uitgewerkt.
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
De noodzakelijke documenten voor het mobiliteitsproject worden via blackboard ter beschikking gesteld. Artikels en ander ondersteunend materiaal worden indien van toepassing ter beschikking gesteld door de begeleider(s) van het mobiliteitsproject. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Individueel begeleidingsmoment ✔
|
|
|
|
Project ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Casestudy ✔
|
|
|
|
Paper ✔
|
|
|
|
Presentatie ✔
|
|
|
|
Semester 2 (6,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 35 % |
|
|
|
|
|
| Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode | 30 % |
|
| Andere: | De student krijgt een evaluatiecijfer voor het proces van het mobiliteitsproject (procesevaluatie). |
|
|
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | De student mag zijn/haar eindrapport en presentatie gebruiken tijdens het mondeling examen. |
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | 1) Het tijdig indienen van alle vereiste evaluatie-onderdelen (vermeld in de studieleidraad) is verplicht om een eindcijfer te kunnen verkrijgen.
2) De student wordt geacht actief deel te nemen aan de tussentijdse evaluatiemomenten die kaderen in de procesevaluatie
3) Een student moet geslaagd zijn (>=10/20) op de schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode (het eindrapport van het mobiliteitsproject) en het mondeling examen (de presentatie en verdediging van het mobiliteitsproject) om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
| Gevolg | 1) Het niet of laattijdig indienen van van de vereiste evaluatie-onderdelen (vermeld in de studieleidraad) kan leiden tot een 0 voor de specifieke deelevaluatie.
Gewettigde afwezigheid wordt tijdig gemeld door de student met de nodige stukken. Indien mogelijk, wordt een vervangopdracht opgelegd.
2) Onvoldoende of niet-actieve deelname aan de tussentijdse evaluatiemomenten die kaderen in de procesevaluatie kan leiden tot een aangepaste score.
3) Een student die minder dan 10/20 behaalt op de schriftelijke evaluatie tijdens de onderwijsperiode (het eindrapport van het mobiliteitsproject) en/of op het mondeling examen (de presentatie en verdediging van het mobiliteitsproject), krijgt als eindresultaat voor het opleidingsonderdeel maximaal 9/20. |
|
|
|
| Extra info | Het reflectieverslag maakt onderdeel uit van het eindrapport.
De student levert een eindproduct (plan van aanpak, eindrapport en mondelinge verdediging op academisch niveau) af op basis waarvan wordt bepaald op welke manier de specifieke eindcompetenties van het mobiliteitsproject gehaald werden. De beoordeling van het mobiliteitsprojectgebeurt op basis van de inhoud en kwaliteit van het geleverde werk en een procesevaluatie).
Het mobiliteitsproject dient in de eerste plaats om aan te tonen dat je in staat bent zelfstandig een mobiliteitsprobleem aan te pakken en tot een goed einde te brengen. Iedere student krijgt een begeleider toegewezen. Maar de taak van de begeleider is louter sturend. De verantwoordelijkheid voor de inhoud en de kwaliteit van het geleverde werk ligt bij de student. De begeleider zal hier zoveel mogelijk over proberen te waken, maar heeft uitsluitend een adviserende rol. Het effectieve werk wordt door de student geleverd. Ook de verantwoordelijkheid voor de opvolging, de planning, en de studievoortgang ligt bij de student. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Het deelcijfer op het proces wordt overgenomen uit de eerste examenkans, ook indien het om een onvoldoende resultaat gaat.
Het eindrapport (35% van de punten) moet worden herwerkt en er dient een nieuwe presentatie te worden gedaan (35% van de punten).
Indien de student een tweede examenkans heeft, is het de verantwoordelijkheid van de student om tijdig contact op te nemen met de docent indien het onduidelijk is welke deelevaluatie(s) de student moet afleggen in tweede kans.
|
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
schakelprogramma master in de mobiliteitswetenschappen/master of transportation sciences
|
- EC
| EC1: De afgestudeerde bouwt zelfstandig, zelfsturend en kritisch kennis op. De afgestudeerde is in staat de eigen leerprocessen te plannen, te bewaken, te sturen en te evalueren en zorg te dragen voor eigen (kwaliteits-) controle. | | | - DC
| DC3: De student plant zelfstandig zijn/haar werk en bewaakt deze planning. De student houdt hierbij een heldere planning aan en gaat passend met de beschikbare tijd om. | | | - DC
| DC4: De student leert zichzelf kennen door schriftelijke zelfreflectie en door discussie over zijn/haar werk. | - EC
| EC2: De afgestudeerde heeft een gedegen kennis en inzicht in de concepten, methodes, en (onderzoeks)technieken van de mobiliteitswetenschappen en past deze adequaat toe. | | | - DC
| DC1: De student kan op een zelfstandige wijze (anderstalige) vakliteratuur opzoeken, beoordelen en samenvatten i.f.v. de kennis die nodig is. | | | - DC
| DC2: De student kan informatie m.b.t. het eigen vakgebied kritisch beoordelen en synthetiseren. | | | - DC
| DC4: De student kan uit veel voorkomende concepten, onderzoeks- en evaluatietechnieken, zelfstandig de juiste keuze maken in functie van de context en kan deze keuze verantwoorden. | | | - DC
| DC5: De student kan de onderzoeksmethode of techniek op een adequate wijze uitvoeren en interpreteren, al dan niet met de hulp van courante computertechnieken zoals softwarepakketten. | | | - DC
| DC6: De student kan de belangrijkste theoretische denkkaders toepassen in de praktijk. | | | - DC
| DC7: De student kan belangrijke theorieën m.b.t. een duurzame mobiliteit toepassen op eenvoudige en concrete mobiliteitsproblemen. | - EC
| EC3: De afgestudeerde is in staat om op basis van verworven kennis en inzicht te komen tot duurzame oplossingen voor complexe mobiliteitsvraagstukken. Daarnaast benadert de bachelor mobiliteitsproblemen vanuit het ruimere systeem door verbanden te leggen binnen het domein van mobiliteit en in relatie tot andere disciplines. | | | - DC
| DC1: De student heeft zicht op het bredere interdisciplinaire kader waarin mobiliteitswetenschappen zich situeert. | | | - DC
| DC2: De student kan de samenhang tussen het vakgebied van mobiliteitswetenschappen en aanverwante disciplines aantonen. | | | - DC
| DC3: De student heeft een gedegen interdisciplinaire kennis en inzicht in de belangrijkste theorieën en bevindingen van de verschillende basisdisciplines in mobiliteitswetenschappen. | | | - DC
| DC4: De student formuleert een duurzame oplossing waarin hij/zij de relevante kennis en inzichten samenbrengt. | - EC
| EC4: De afgestudeerde beschouwt de maatschappij inclusief alle belanghebbenden als belangrijke stakeholder en denkt kritisch na over de maatschappelijke relevantie en consequenties van adviezen en opdrachten. | | | - DC
| DC1: De student reflecteert over de maatschappelijke relevantie van mobiliteitsgerelateerde onderwerpen. | | | - DC
| DC2: De student kan naast de maatschappij ook de andere stakeholders (belanghebbenden) en hun specifieke belangen identificeren. | | | - DC
| DC3: De student kan beredeneren en beschrijven welke invloed stakeholders mogelijk zullen ervaren van een advies en kan hierover een standpunt innemen en dit beargumenteren. | | | - DC
| DC4: De student houdt in zijn/haar aanpak rekening met de belangen en standpunten van stakeholders en/of consequenties van adviezen bij het uitwerken van verschillende oplossingsmogelijkheden. | | | - DC
| DC5: De student koppelt de resultaten op een duidelijk manier terug naar de stakeholders. | - EC
| EC6: De afgestudeerde is in staat om te communiceren - zowel schriftelijk als mondeling - over zijn vakgebied met wetenschappers uit het eigen of aangrenzende vakgebieden en met brede maatschappelijke groeperingen. | | | - DC
| DC1: De student is in staat om op een professionele manier schriftelijk te communiceren. | | | - DC
| DC2: De student is in staat om op een professionele manier mondeling te communiceren. | | | - DC
| DC3: De student communiceert gepast met brede maatschappelijke groeperingen (zoals bewoners, overheden, handelaars). | - EC
| EC8: De afgestudeerde handelt en reflecteert op een ethische en duurzame manier. | | | - DC
| DC1: De student gaat systematisch te werk en reflecteert bij iedere stap in het proces. | | | - DC
| DC2: De student handelt volgens de deontologische codes van onderzoek. | | | - DC
| DC3: De student gaat na wat de impact is op zichzelf, de mens en de maatschappij. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
schakelprogramma master in de mobiliteitswetenschappen
|
N
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|