De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Elektriciteit schakel (4312)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. ir. Michael DAENEN 
Co-titularis:ing. Seppe DELWICHE 
Lid van het onderwijsteam:ing. Michiel CLAES 


Studiepunten: 6,0
Studiebelastingsuren: 162
Periode: semester 2 (6sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

De student is vertrouwd met vector-rekenen en complexe getallen.



Inhoud

Deel 1: Elektrodynamica – DC-schakelingen / elektrische grootheden / oplossingsmethoden / praktische toepassingen
Deel 2: Wisselspanning – uitbreiding voor AC / extra componenten C, L / resonanties / vermogen en arbeidsfactor
Deel 3: Elektromagnetisme – magnetische grootheden / magnetische ketens / Lorentzkrachten – toepassingen: Transformator, Motor en generator, Elektrische veiligheid
Deel 4: Analoge elektronica - Basisschakelingen met operationele versterkers – toepassingen: Potentiostaat, Galvanostaat

Practicum (8 x 2u): Lezen en opbouwen van schema’s, meten en interpreteren van eenvoudige schakelingen met behulp van basis meetinstrumenten.



Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel)
 

Cursus 1:

Subtitel: Practicum-teksten
Extra info:

Cursus 2:

Subtitel: Cursus Elektriciteit schakel
Extra info:

 

Verplicht studiemateriaal
 

Grafisch rekentoestel

 

Opmerkingen
 

Relatie met onderzoek: Het opleidingsonderdeel Elektriciteit schakel stelt resultaten van onderzoek voor zonder expliciet te verwijzen naar de onderzoeker of het onderzoek zelf.

Relatie met werkveld: Het juist hanteren van de disciplinegebonden wetmatigheden, grootheden en eenheden is een minimum eis om in het werkveld op eenduidige wijze te kunnen communiceren.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Applicatiecollege  
Practicum  
Werkvormen  
Oefeningen  


Evaluatie

Semester 2 (6,00sp)

Evaluatievorm
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode20 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarVanaf 10,0/20
Schriftelijk examen80 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarVanaf 10,0/20
Gesloten-boek
Open vragen
Meerkeuzevragen, giscorrectie
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingBij het examen mag er gebruik gemaakt worden van het formularium (wordt voorzien samen met met de opgave) en een grafisch en/of symbolisch rekenmachine (het werkgeheugen en het permanent geheugen moet leeg zijn voor de start van het examen).
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden
  1. Verplichte aanwezigheid tijdens alle practica.
  2. Een student moet op de praktijkevaluatie van het practicum minimum een 10,0/20 behalen om te kunnen slagen op dit opleidingsonderdeel.
  3. Een student moet op het schriftelijk examen een tolereerbaar resultaat (>= 8,0/20) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.
Gevolg
  1. Bij gewettigde afwezigheid voor een practicum dient de student de betrokken docent binnen de 24 uur te contacteren met de reden van afwezigheid en met de vraag om het practicum te kunnen inhalen. 
    Bij één of meer ongewettigde afwezigheden voor een practicum krijgt de student als eindresultaat voor het gehele opleidingsonderdeel een 'N' (een examenonderdeel niet volledig afgelegd: ongewettigd afwezig voor onderde(e)len van de evaluatie). 
  2. Een student die op de praktijkevaluatie van het practicum minder dan 10,0/20 behaalt en een rekenkundig gewogen gemiddeld behaalt ≥ 9/20, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier een 9/20, ongeacht het rekenkundig gewogen gemiddelde.
  3. Een student die op het schriftelijk examen een niet-tolereerbaar cijfer (<8,0/20) behaalt en een rekenkundig gewogen gemiddeld behaalt ≥ 9/20, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier een 9/20, ongeacht het rekenkundig gewogen gemiddelde.
Extra info

Voor specifieke richtlijnen en mogelijke gevolgen met betrekking tot het gebruik van AI, raadpleeg Toledo.

Voor de praktijkevaluatie van het practicum is het kunnen afronden van de opdracht(en) in het voorziene tijdsbestek onderdeel van de evaluatie. Studenten in bijzondere omstandigheden die als faciliteit een relatieve meertijd kregen toegekend kunnen hierop daarom geen beroep doen tijdens deze praktijkevaluatie.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm Overdracht van het cijfer van de praktijkevaluatie van het
practicum of van het schriftelijk examen naar een volgend academiejaar
gebeurt automatisch indien de student minimaal 12,0/20 behaalde. De
student kan ervoor kiezen om toch de evaluatie te hernemen, maar hij
moet dit dan expliciet melden aan coördinerend verantwoordelijke bij de
start van de onderwijsperiode.
Studenten die minder dan 12,0/20 behaalden dienen alle practica opnieuw
uit te voeren.
Het is de verantwoordelijkheid van de student om bij de start van het
academiejaar navraag te doen naar de behaalde deelpunten in het vorig
academiejaar.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
schakelprogramma Industriële wetenschappen
  •  EC 
  • EC1 - De bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten)

     
  •  DC 
  • 1.4 De student kent de elementaire functionele bouwblokken voor analoge en digitale schakelingen.

      
  •  BC 
  • De student kan de de basisbegrippen en eigenschappen van enkele specifieke schakelingen gebaseerd op opamps zoals bijvoorbeeld v ersterker, comparator, potentiostaat en galvanostaat benoemen en verklaren.
     
  •  DC 
  • 1.5 De student kent de basiswetten van de elektrotechniek op het gebied van elektrodynamica en -statica, elektromagnetisme, één- en driefasige wisselstroom.

      
  •  BC 
  • De student kan de basisbegrippen, definities van grootheden en de belangrijkste stellingen van de elektrodynamica, wisselspannin g en magnetisme reproduceren en toelichten in eigen woorden.

    De student kan de eigenschappen van enkele specifieke scha kelingen zoals bijvoorbeeld de spanningsdeler, de brug van Wheatstone, etc benoemen en verklaren.

    De student kan versch illende elektrische meettechnieken en toestellen voor het meten van spanningen en stromen herkennen en kan het gebruik toelichte n.
  •  EC 
  • EC2 - De bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeenwetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen)

     
  •  DC 
  • 2.5 De student begrijpt de basiswetten van de elektrotechniek op het gebied van elektrodynamica en -statica, elektromagnetisme, één- en driefasige wisselstroom.

      
  •  BC 
  • De student kan verbanden leggen tussen definities, stellingen en toepassingen in de elektrodynamica, wisselstroomtheorie en magn etisme en kan dit aantonen in het labo.

    De student heeft inzicht in de verschillende elektrische grootheden van elektr odynamica, elektrostatica en elektromagnetisme en hun onderlinge verbanden zodat hij deze kan aanwenden voor het oplossen van ui teenlopende vraagstukken.

    De student heeft voldoende inzicht in de verschillende oplossingsmethodes zodat hij deze kan aanwenden voor het oplossen van uiteenlopende vraagstukken.
  •  EC 
  • EC4 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven)

     
  •  DC 
  • 4.2 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten verzamelen.

      
  •  BC 
  • De student kan één of meerdere multimeters of digitale geheugenscoop gebruiken om elektrische grootheden (weerstand, impedantie, spanning, stromen, ) te meten in een elektrische schakeling.
  •  EC 
  • EC5 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren)

     
  •  DC 
  • 5.9 De student kan elektrische kringen en schakelingen analyseren.

      
  •  BC 
  • De student kan een onbekend vraagstuk in het domein van elektrodynamica, wisselspanningstheorie of magnetisme analyseren.
    De student kan dit ook in de context van een labo waar hij een schakeling moet analyseren en moet beslissen welke meettechnie k hij zal gebruiken.

    De student kan beslissen welke gegevens en randvoorwaarden van belang zijn en welke stellingen moe ten worden toegepast.
  •  EC 
  • EC6 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen)

     
  •  DC 
  • 6.10 De student kan elektrische kringen en schakelingen doorrekenen.

      
  •  BC 
  • De student kan de vraagstukken in de elektrodynamica, elektrostatica, wisselstroomtheorie en magnetisme (zoals beschreven in EC5) ook oplossen en dit toepassen op concrete voorbeelden.
  •  EC 
  • EC7 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan de geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om domeinspecifieke oplossingen en ontwerpen planmatig te implementeren met aandacht voor de praktische en economische randvoorwaarden en bedrijfsgebonden implicaties. (implementeren en operationaliseren)

     
  •  DC 
  • 7.5 De student kan elektrische kringen en schakelingen bouwen en implementeren.

      
  •  BC 
  • De student kan in het labo een schakeling met ampere-, volt-meter of DSO bouwen om stromen, spanningen, weerstanden en vermogens te meten.

    De student kan een meetopstelling volgens opgegeven schema's nabouwen en de nodige metingen uitvoeren.
    < br/>De student kan gebruik maken van een symbolisch rekenstoestel voor het uitrekenen van stelsels.

    De student kan de m ultimeter of DSO correct gebruiken bij het meten van spanningen en stromen.
  •  EC 
  • EC8 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren)

     
  •  DC 
  • 8.3 De student kan door kritische reflectie eigen denken en handelen bijsturen.

      
  •  BC 
  • De student is kritisch op de uitkomsten van zijn uitwerkingen van vraagstukken en meetresultaten in het labo (zie EC5 en EC6).

    De student is kritisch op de uitkomsten van zijn uitwerkingen van vraagstukken (zie EC5 en EC6).
  •  EC 
  • EC9 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren)

     
  •  DC 
  • 9.2 De student kan correct, gestructureerd en gepast mondeling communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied.

      
  •  BC 
  • De student kan tijdens labozittingen en op het examenlabo zijn oplossingen neerschrijven en de meetresultaten en methode schrift elijk toelichten. Hij maakt hierbij gebruik van de juiste terminologie en eenheden.

    De student kan tijdens labozittinge n en op het examenlabo zijn oplossingen toelichten en basis meetprincipes in eigen woorden met de juiste terminologie en eenhede n uitleggen.

    De student kan een elektrische kring schematisch weergeven.
  •  EC 
  • EC12 - De bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude)

     
  •  DC 
  • 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...).

      
  •  BC 
  • De student leert uit de feedback en ervaring die hij opdoet in de oefenzittingen en labo's.

    De student werkt op een vei lige manier in het labo en heeft respect voor de materialen die hij gebruikt.

    De student heeft bij het oplossen van vra agstukken en bij het afleiden van een stelling oog voor orde en duidelijkheid.
 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
schakel IW Chemie: optie duurzame procestechnologie of farma en fijnchemie - deel 2 J
schakel IW Chemie: optie voeding en packaging of kunststoffen en packaging deel 2 J
schakel IW Chemie: pba agro- en biotechnologie voor optie voeding en packaging deel 2 J
schakel IW Chemie: pba chemie afstudeerrichting procestechnologie voor alle opties deel 2 J
schakel IW Nucleaire technologie - gemeenschappelijk - deel 1 J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.