De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Mobiliteit van de toekomst (4320)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Evelien POLDERS 
Lid van het onderwijsteam:dr. Tim DE CEUNYNCK 


Studiepunten: 6,0
Studiebelastingsuren: 162
Periode: semester 2 (6sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

Er is geen specifieke voorkennis vereist.



Inhoud

In dit opleidingsonderdeel wordt binnen het thema CASE (Connected – Autonomous – Shared – Electrified) mobiliteit dieper ingegaan op vernieuwende mobiliteitsconcepten.

Het eerste deel behandelt onder meer transitiemanagement, elektrische mobiliteit, zero-emissielogistiek en bedrijfsmobiliteit.

Het tweede deel gaat dieper in op het onderwerp ‘autonome voertuigen’ (ook gekend als ‘zelfrijdende voertuigen’ of ‘automatisch rijden’). Het onderwerp wordt multidisciplinair benaderd. Volgende aspecten kunnen hierbij aan bod komen (niet exhaustief): niveaus van autonoom rijden, historiek en huidige stand van zaken bij verschillende vervoersmodi, technische aspecten van autonome voertuigen, veiligheidsaspecten, interacties met en perceptie van autonome voertuigen door andere weggebruikers, relatie met andere disruptoren van de CASE-transitie, maatschappelijke effecten en impact, juridische aspecten van autonome voertuigen, ethische aspecten van autonome voertuigen en kansen en knelpunten.

 



Verplicht studiemateriaal
 

De volgende documenten op Blackboard maken deel uit van het verplichte studiemateriaal:

  • De studieleidraad
  • Slides van de hoorcolleges en werkzittingen
  • Eventuele bijkomende achtergrondliteratuur 


Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Excursie/veldwerk  
Hoorcollege  
Project  
Werkzittingen  
Werkvormen  
Casestudy  
Groepswerk  
Presentatie  
Seminarie  


Evaluatie

Semester 2 (6,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode30 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarEnkel behoud van deelcijfer in het academiejaar indien minimum 10/20 (evaluatie tijdens onderwijsperiode)
Casus
Verslag
Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode20 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarEnkel behoud van deelcijfer in het academiejaar indien minimum 10/20 (evaluatie tijdens onderwijsperiode)
Presentatie
Schriftelijk examen50 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarEnkel behoud van deelcijfer in het academiejaar indien minimum 10/20 op het schriftelijk gesloten-boek examen (evaluatie tijdens examenperiode)
Gesloten-boek
Open vragen
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden

1) Het tijdig inleveren en presenteren van de groepsopdracht (evaluatie tijdens onderwijsperiode) is verplicht om een eindcijfer te kunnen verkrijgen.

2) De student wordt geacht actief deel te nemen aan de verplichte organisatie- en werkvormen die interactie vereisen, met name de excursie, het groepswerk en het seminarie.

3) De student moet op bepaalde deelevaluaties (zoals de schriftelijke evaluatie tijdens de onderwijsperiode, mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode en het schriftelijk gesloten boek examen) een minimumscore behalen (≥ 10/20) om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.

4) De student is verplicht om, wanneer hierom wordt gevraagd, een peerevaluatie in te vullen via het programma ‘Buddycheck’ op Blackboard.

Gevolg

1+2)Het niet of laattijdig indienen van verplichte opdrachten (zoals de groepsopdracht) en/of ongewettigde afwezigheid bij verplichte onderwijsactiviteiten met name de excursie, het groepswerk en het seminarie kan leiden tot een 0 voor de specifieke deelevaluatie.

Bij actieve deelname aan groepswerk, kan de individuele score van de student variëren op basis van de presentatievaardigheden en de kwaliteit van het beantwoorden van de vragen tijdens de mondelinge verdediging.

Gewettigde afwezigheid wordt tijdig gemeld door de student met de nodige stukken. Indien mogelijk, wordt een vervangopdracht opgelegd.

3) Wanneer de student op een deel van dit opleidingsonderdeel (zoals de schriftelijke evaluatie tijdens de onderwijsperiode, de mondelinge evaluatie tijdens de onderwijsperiode en/of het schriftelijk gesloten boek examen) minder dan 10/20 behaalt, wordt dit laagste deelcijfer het eindcijfer van het volledige opleidingsonderdeel voor de betreffende examenkans.

4) Bij het groepswerk wordt voldoende inbreng van elke student verwacht. De peerevaluatie gebeurt via het Buddycheck programma op Blackboard. De factor die door het programma wordt berekend, wordt vermenigvuldigd met de score van het groepswerk voor iedere student. De berekeningswijze en het verloop van de peerevaluatie wordt verder uiteengezet in de studieleidraad/op Blackboard. Is er sprake van een mogelijk beduidend kleinere bijdrage, dan kan het opvolgproces inzake meeliftgedrag opgestart worden (zie ook OER art. 17.4). Bij actieve deelname aan groepswerk, kan de individuele score van de student variëren op basis van de presentatievaardigheden, de procesevaluatie en de kwaliteit van het beantwoorden van de vragen.

Het niet of niet tijdig invullen van de peerevaluatie via het platform ‘Buddycheck’ leidt tot een aftrek van één punt op het deelcijfer op 20 voor de opdracht van het groepswerk.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm De student dient alle deelevaluatie(s) waarop hij/zij minder dan 10 op
20 behaalde te hernemen in 2de zit.

Indien de student een tweede examenkans heeft, is het de
verantwoordelijkheid van de student om tijdig contact op te nemen met de
docent indien het onduidelijk is welke deelevaluatie(s) de student moet
afleggen in tweede kans.

In geval van een onvoldoende resultaat (minder dan 10/20) kan de student
gevraagd worden een herwerkte of individuele versie van de
oorspronkelijke groepsopdracht in te dienen.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
master in de mobiliteitswetenschappen
  •  EC 
  • EC1: De afgestudeerde past kennis toe op een zelfstandige en zelfsturende manier. De afgestudeerde is in staat om kritisch de eigen leerprocessen te plannen, te bewaken, te sturen en te evalueren en zorg te dragen voor eigen (kwaliteits-) controle.

     
  •  DC 
  • DC2: De student toont in groepsverband initiatief, creëert kansen door te anticiperen en stelt zich flexibel op.

     
  •  DC 
  • DC5: De student werkt op een zelfstandige en zelfsturende manier, doet hierbij aan zelfreflectie en streeft steeds verbetering na.

  •  EC 
  • EC3: De afgestudeerde voert zelfstandig een onderzoek uit in de mobiliteitswetenschappen en reikt realistische en duurzame oplossingen aan voor complexe mobiliteitsproblemen door het aanwenden van relevante theorieën en/of modellen uit het vakgebied van mobiliteitswetenschappen en uit gerelateerde vakgebieden.

     
  •  DC 
  • DC1: De student kan relevante mobiliteitsproblemen identificeren in het vakgebied van mobiliteitswetenschappen.

     
  •  DC 
  • DC2: De student biedt een realistische duurzame oplossing aan voor een bepaald probleem op basis van verworven kennis en inzichten uit zijn/haar academische opleiding.

     
  •  DC 
  • DC3: De student onderbouwt de aangereikte oplossingen vanuit verschillende perspectieven.

  •  EC 
  • EC4: De afgestudeerde beschouwt de maatschappij inclusief alle belanghebbenden als belangrijke stakeholder en denkt kritisch na over de maatschappelijke relevantie en consequenties van adviezen en opdrachten. Hierbij streeft de master onder andere naar een duurzame impact op de regio.

     
  •  DC 
  • DC2: De student kan zich inleven in en rekening houden met de standpunten van verschillende stakeholders bij het beoordelen en uitwerken van verschillende oplossingsmogelijkheden.

     
  •  DC 
  • DC3: De student kan op basis van het uitgevoerde onderzoek aanbevelingen opstellen die praktisch relevant zijn voor de stakeholders en die bijdragen aan een duurzame impact op de regio.

  •  EC 
  • EC6: De afgestudeerde is in staat om te communiceren - zowel schriftelijk als mondeling - over zijn vakgebied met wetenschappers uit het eigen of aangrenzende vakgebieden en met brede maatschappelijke groeperingen en anderen hierbij te overtuigen.

     
  •  DC 
  • DC1: De student is in staat om schriftelijk op een logisch gestructureerde en duidelijk begrijpbare manier het proces, de resultaten alsook zijn/haar standpunten kenbaar te maken en hierover van mening te wisselen.

     
  •  DC 
  • DC2: De student is in staat om mondeling op een logisch gestructureerde en duidelijk begrijpbare manier het proces, de resultaten alsook zijn/haar standpunten kenbaar te maken en hierover van mening te wisselen.

  •  EC 
  • EC7: De afgestudeerde kan functioneren als lid van een (multidisciplinair) team en heeft zicht op de eigen rol binnen de organisatie en in een brede maatschappelijke en internationale context.

     
  •  DC 
  • DC1: De student vormt zich een beter beeld van zijn/haar rol als mobiliteitswetenschapper in de brede maatschappelijke en/of internationale context.

     
  •  DC 
  • DC3: De student levert een actieve en constructieve bijdrage aan het team.

     
  •  DC 
  • DC5: De student werkt in overleg met anderen naar duurzame oplossingen toe.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
2e masterjaar in de mobiliteitswetenschappen J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.