| Studiepunten: 27,0 | | Studiebelastingsuren: 729 | Periode: semester 1 (0sp) semester 2 (27sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
| |
| |
Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
|
| |
|
Bachelorproef (1615)
|
12.0 stptn | |
| |
|
Onderzoekstechnieken (4190)
|
6.0 stptn | |
| |
|
|
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
|
Advies
Om de masterproef aan te vatten, dient de student over voldoende kennis en vaardigheden op het vlak van de master mobiliteitswetenschappen te beschikken. De masterproef vindt best plaats in het laatste masterjaar.
|
|
|
|
|
|
|
De student dient na te vragen in het kader van het specifieke onderwerp van masterproef welke noodzakelijke kennis en vaardigheden nodig zijn uit diverse OPO’s van de masteropleiding om de masterproef aan te vangen. Hieronder volgt alvast een niet-limitatieve opsomming:
- De student kan verschillende invalshoeken van een mobiliteitsuitdaging identificeren (bv. ruimtelijke planning, verkeerstechniek, gedrag, verkeersonderzoek, verkeersveiligheid) en voor elk van deze invalshoeken relevante informatie verzamelen om te komen tot een geïntegreerde benadering;
- De student kan beschrijven en beredeneren welke stakeholders invloeden ondervinden van een mobiliteitsprobleem/-uitdaging, op welke manier deze stakeholders beïnvloed worden door het mobiliteitsprobleem/-uitdaging en hiermee rekening houden bij het uitwerken van oplossingen;
- De student kan de maatschappelijke relevantie van het onderzoek duiden;
- De student is vertrouwd met de basisprincipes van een plan van aanpak (probleemstelling, doelstelling, onderzoeksvragen, keuze onderzoeksmethode en literatuurstudie) en kan dit opstellen volgens de aangeboden voorschriften;
- De student kan zelfstandig een heldere planning opstellen, deze planning bewaken en gepast met de beschikbare tijd omgaan;
- De student is vertrouwd met het opzoeken van geschikte wetenschappelijke literatuur (i.e., artikelen, boeken, rapporten) via de website van de bibliotheek van de Universiteit Hasselt en kan de wetenschappelijke literatuur structureren en samenvatten met correcte bronvermelding (APA-richtlijnen);
- De student is vertrouwd met de verschillende onderzoeksmethoden binnen de mobiliteitswetenschappen en kan hieruit op basis van een bepaalde context de gepaste onderzoeksmethode(n) kiezen, deze keuze verantwoorden, en de onderzoeksmethode(n) vervolgens correct toepassen;
- De student kan op basis van een bepaalde context de meest geschikte (statische) analysemethode selecteren en toepassen om de verzamelde data te analyseren en kan de resultaten correct interpreteren;
- De student kan een rapport maken dat een duidelijke structuur heeft en hierin de aanpak en resultaten op een heldere en wetenschappelijke wijze bespreken;
- De student kan op een wetenschappelijk correcte manier presenteren;
- De student kan op basis van de interpretatie van de onderzoeksresultaten gepaste duurzame oplossingen aanreiken;
- De student kan op basis op basis van een bepaalde context aanbevelingen opstellen die praktisch relevant zijn.
|
|
|
|
|
De masterproef is je eindwerk als masterstudent. Je toont ermee aan dat je zelfstandig een complex mobiliteits- of verkeerskundig vraagstuk op wetenschappelijke wijze kunt onderzoeken. Daarbij werk je het onderwerp verder uit waarvoor je in het opleidingsonderdeel Onderzoeksportfolio een plan van aanpak hebt opgesteld. Het onderwerp sluit aan bij een actueel en toepassingsgericht thema binnen de mobiliteitswetenschappen.
In de masterproef pas je de kennis, vaardigheden en wetenschappelijke inzichten uit de opleiding Mobiliteitswetenschappen toe op een concreet probleem. Je formuleert een heldere probleemstelling, voert een kritische literatuurstudie uit en kiest een geschikte, onderbouwde onderzoeksmethodologie. Vervolgens verzamel en analyseer je data, interpreteer je de resultaten in relatie tot bestaande kennis en formuleer je conclusies en aanbevelingen voor de praktijk en/of verder onderzoek.
Tijdens dit proces ontwikkel je onderzoekend, probleemoplossend en systeemgericht denken. Je leert complexe mobiliteitsvraagstukken zelfstandig aan te pakken, rekening te houden met relevante stakeholders en duurzame oplossingen te onderzoeken. Daarnaast versterk je je vaardigheden in onderzoeksontwerp, data-analyse, projectmanagement, kritisch denken en wetenschappelijke communicatie.
Je verwerkt de probleemstelling, onderzoeksaanpak, analyse en conclusies in een masterproefrapport dat je schriftelijk indient en mondeling verdedigt. Daarmee toon je aan dat je kwaliteitsvol wetenschappelijk onderzoek kunt uitvoeren en de resultaten helder en onderbouwd kunt communiceren. De masterproef vormt het sluitstuk van de opleiding Mobiliteitswetenschappen en bereidt je voor op je verdere loopbaan als mobiliteitswetenschapper.
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
De noodzakelijke documenten voor de masterproef worden via blackboard ter beschikking gesteld. Artikels en ander ondersteunend materiaal worden indien van toepassing ter beschikking gesteld door de promotor(en) van de masterproef. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Individueel begeleidingsmoment ✔
|
|
|
|
Masterproef ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Presentatie ✔
|
|
|
|
Verslag ✔
|
|
|
|
Semester 2 (27,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode | 30 % |
|
| Andere: | De student krijgt een evaluatiecijfer voor het proces van de masterproef (procesevaluatie). |
|
|
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | De student mag zijn/haar masterproefrapport en presentatie gebruiken tijdens het mondeling examen. |
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | 1) Het tijdig indienen van alle vereiste evaluatie-onderdelen (vermeld in de studieleidraad) is verplicht om een eindcijfer te kunnen verkrijgen.
2) De student wordt geacht actief deel te nemen aan de tussentijdse evaluatiemomenten die kaderen in de procesevaluatie
3) Een student moet geslaagd zijn (>=10/20) op de schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode (het eindrapport van de masterproef) en het mondeling examen (de presentatie en verdediging van de masterproef) om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
| Gevolg | 1) Het niet of laattijdig indienen van de vereiste evaluatie-onderdelen (vermeld in de studieleidraad) kan leiden tot een 0 voor de specifieke deelevaluatie.
Gewettigde afwezigheid wordt tijdig gemeld door de student met de nodige stukken. Indien mogelijk, wordt een vervangopdracht opgelegd.
2) Onvoldoende of niet-actieve deelname aan de tussentijdse evaluatiemomenten die kaderen in de procesevaluatie kan leiden tot een aangepaste score.
3) Een student die minder dan 10/20 behaalt op de schriftelijke evaluatie tijdens de onderwijsperiode (het eindrapport van de masterproef) en/of op het mondeling examen (de presentatie en verdediging van de masterproef), krijgt als eindresultaat voor het opleidingsonderdeel maximaal 9/20. |
|
|
|
| Extra info | Het reflectieverslag maakt onderdeel uit van het eindrapport.
De student levert een eindproduct (plan van aanpak, eindrapport en mondelinge verdediging op academisch niveau) af op basis waarvan wordt bepaald op welke manier de specifieke eindcompetenties van de masterproef gehaald werden. De beoordeling van de masterproef gebeurt op basis van de inhoud en kwaliteit van het geleverde werk en een procesevaluatie).
De masterproef dient in de eerste plaats om aan te tonen dat je in staat bent zelfstandig een mobiliteitsprobleem aan te pakken en tot een goed einde te brengen. Iedere student krijgt een begeleider toegewezen. Maar de taak van de begeleider is louter sturend. De verantwoordelijkheid voor de inhoud en de kwaliteit van het geleverde werk ligt bij de student. De begeleider zal hier zoveel mogelijk over proberen te waken, maar heeft uitsluitend een adviserende rol. Het effectieve werk wordt door de student geleverd. Ook de verantwoordelijkheid voor de opvolging, de planning, en de studievoortgang ligt bij de student. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Het deelcijfer op het proces wordt overgenomen uit de eerste examenkans, ook indien het om een onvoldoende resultaat gaat.
Het eindrapport (35% van de punten) moet worden herwerkt en er dient een nieuwe presentatie te worden gedaan (35% van de punten).
Indien de student een tweede examenkans heeft, is het de verantwoordelijkheid van de student om tijdig contact op te nemen met de docent indien het onduidelijk is welke deelevaluatie(s) de student moet afleggen in tweede kans.
|
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
master in de mobiliteitswetenschappen
|
- EC
| EC1: De afgestudeerde past kennis toe op een zelfstandige en zelfsturende manier. De afgestudeerde is in staat om kritisch de eigen leerprocessen te plannen, te bewaken, te sturen en te evalueren en zorg te dragen voor eigen (kwaliteits-) controle. | | | - DC
| DC1: De student toont op individuele basis initiatief, creëert kansen door te anticiperen en stelt zich flexibel op. | | | - DC
| DC3: De student heeft een gevorderd niveau van kennis en inzicht eigen aan het wetenschappelijk functioneren in het domein van de mobiliteitswetenschappen. | | | - DC
| DC4: De student evalueert zijn/haar manier van werken rekening houdend met de kwaliteit van het werk en trekt lessen voor de toekomst. | | | - DC
| DC5: De student werkt op een zelfstandige en zelfsturende manier, doet hierbij aan zelfreflectie en streeft steeds verbetering na. | - EC
| EC2: De afgestudeerde heeft diepgaande kennis en inzicht in de concepten, methodes, en (onderzoeks)technieken van de mobiliteitswetenschappen en past deze adequaat en zelfstandig toe. | | | - DC
| DC1: De student kan op zelfstandige wijze internationale wetenschappelijke vakliteratuur uit het vakgebied van mobiliteitswetenschappen raadplegen, beoordelen en synthetiseren i.f.v. de kennis die nodig is. | | | - DC
| DC2: De student kan op basis van de informatie uit de internationale wetenschappelijke vakliteratuur een standpunt innemen en dit beargumenteren. | | | - DC
| DC3: De student kan op basis van een bepaalde context zelfstandig de juiste concepten, methoden of technieken voor wetenschappelijk onderzoek selecteren en verantwoorden. | | | - DC
| DC4: De student past de geselecteerde concepten, methoden of technieken voor wetenschappelijk onderzoek zelfstandig toe en interpreteert op een adequate wijze. | - EC
| EC3: De afgestudeerde voert zelfstandig een onderzoek uit in de mobiliteitswetenschappen en reikt realistische en duurzame oplossingen aan voor complexe mobiliteitsproblemen door het aanwenden van relevante theorieën en/of modellen uit het vakgebied van mobiliteitswetenschappen en uit gerelateerde vakgebieden. | | | - DC
| DC1: De student kan relevante mobiliteitsproblemen identificeren in het vakgebied van mobiliteitswetenschappen. | | | - DC
| DC2: De student biedt een realistische duurzame oplossing aan voor een bepaald probleem op basis van verworven kennis en inzichten uit zijn/haar academische opleiding. | | | - DC
| DC3: De student onderbouwt de aangereikte oplossingen vanuit verschillende perspectieven. | | | - DC
| DC4: De student bezit het vermogen om om te gaan met onzekerheden die gepaard gaan met complexe mobiliteitsproblemen en ontwikkelt hiervoor op een creatieve manier gepaste duurzame oplossingsstrategieën. | - EC
| EC4: De afgestudeerde beschouwt de maatschappij inclusief alle belanghebbenden als belangrijke stakeholder en denkt kritisch na over de maatschappelijke relevantie en consequenties van adviezen en opdrachten. Hierbij streeft de master onder andere naar een duurzame impact op de regio. | | | - DC
| DC1: De student is in staat om naast de maatschappij de voornaamste andere stakeholders te identificeren en hun relevantie te verduidelijken. | | | - DC
| DC2: De student kan zich inleven in en rekening houden met de standpunten van verschillende stakeholders bij het beoordelen en uitwerken van verschillende oplossingsmogelijkheden. | | | - DC
| DC3: De student kan op basis van het uitgevoerde onderzoek aanbevelingen opstellen die praktisch relevant zijn voor de stakeholders en die bijdragen aan een duurzame impact op de regio. | | | - DC
| DC4: De student koppelt de resultaten op een duidelijk manier terug naar de stakeholders. | - EC
| EC6: De afgestudeerde is in staat om te communiceren - zowel schriftelijk als mondeling - over zijn vakgebied met wetenschappers uit het eigen of aangrenzende vakgebieden en met brede maatschappelijke groeperingen en anderen hierbij te overtuigen. | | | - DC
| DC1: De student is in staat om schriftelijk op een logisch gestructureerde en duidelijk begrijpbare manier het proces, de resultaten alsook zijn/haar standpunten kenbaar te maken en hierover van mening te wisselen. | | | - DC
| DC2: De student is in staat om mondeling op een logisch gestructureerde en duidelijk begrijpbare manier het proces, de resultaten alsook zijn/haar standpunten kenbaar te maken en hierover van mening te wisselen. | | | - DC
| DC3: De student communiceert respectvol met brede maatschappelijke groeperingen en wetenschappers en kan hen overtuigen van de eigen standpunten. | - EC
| EC8: De afgestudeerde handelt en reflecteert op een ethische en duurzame manier. | | | - DC
| DC1: De student is in staat om zelfstandig een onderzoek in de mobiliteitswetenschappen uit te voeren, inclusief duurzame aanbevelingen te formuleren en de praktische toepasbaarheid aan te tonen. | | | - DC
| DC2: De student handelt volgens de deontologische codes van onderzoek. | | | - DC
| DC3: De student gaat systematisch te werk en reflecteert bij iedere stap kritisch over het proces. | | | - DC
| DC4: De student houdt in zijn handelen rekening met de impact op zichzelf, de mens en de maatschappij. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
2e masterjaar in de mobiliteitswetenschappen
|
N
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|