Verpakkingsmaterialen en fysische karakterisatietechnieken (4339) |
| Studiepunten: 5,0 | | Studiebelastingsuren: 135 | Periode: semester 1 (5sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
| |
| |
Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
|
| |
|
Algemene chemie 1 (3830)
|
3.0 stptn | |
| |
|
Inleiding tot de materiaal- en productietechnologie (5499)
|
4.0 stptn | |
| |
|
Organische chemie en procestechnologie (5552)
|
4.0 stptn | |
| |
|
|
|
|
De student kent de basisbegrippen van de polymeerchemie en de materiaalkunde.
|
|
|
|
|
Dit opleidingsonderdeel bestaat uit 2 delen : een breed theoretisch gedeelte 'verpakkingstechnologie met focus op verpakkingsmaterialen' en een praktijkgedeelte.
Binnen het theoretische gedeelte zien we de theorie van de belangrijkste verpakkingsmaterialen (kunststoffen en bioplastics, papier-vlakkarton-golfkarton, metaal en glas). Tevens zijn er lessen over gaspermeabiliteit, lijmen en druktechnieken. Ook worden de aspecten duurzaamheid, design en logistiek gepresenteerd in interactieve sessies. Gastsprekers uit de onderzoeks- en/of bedrijfswereld worden hiervoor uitgenodigd.
Binnen het practicumgedeelte zijn er diverse mogelijkheden: we testen op een fysische/mechanische wijze verpakkingsmaterialen volgens (inter-)nationale standaarden, er zijn demo's van het gaspermeabiliteits- en transportsimulatieonderzoek, we kijken naar impacten van klimatisatie,... Gerichte, ondersteunende bedrijfsbezoeken worden ingericht indien mogelijk. De typische labo's worden uitgevoerd in de laboruimten van MPR&S in het Technologiecentrum.
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Powerpoints, labo-informatie en aanvullende, ondersteunende informatie worden via TOLEDO/Blackboard Ultra beschikbaar gesteld. |
|
 
|
| Aanbevolen literatuur |
| |
Verpakken van voedingsmiddelen, Dr.ir. Kooiman, NUGI 841,9055760544 |
|
 
|
| Opmerkingen |
| |
Situering in het curriculum:
Dit vak is onderdeel van de subleerlijn Materiaaltechnologie binnen de leerlijn Industriële (bio)chemische processen. Het vak steunt op materiaalgerichte en chemisch-georiënteerde opleidingsonderdelen uit 1ste en 2de bachelor.
Relatie dienstverlening/onderzoek:
De inhoud van dit opleidingsonderdeel is o.a. gelinkt met de testmogelijkheden en de onderzoekstopics binnen de dienstverlening/onderzoek.
Relatie werkveld:
Contacten met het werkveld zijn mogelijk in de vorm van beursbezoeken en/of bedrijfsbezoeken.
Deze cursus wordt ondersteund door gastsprekers uit het bedrijfsleven en de onderzoekswereld. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Practicum ✔
|
|
|
|
Werkzittingen ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Groepswerk ✔
|
|
|
|
Verslag ✔
|
|
|
|
Semester 1 (5,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 25 % |
|
|
|
|
| Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 5 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | 1. Verplichte aanwezigheid in de labo-sessies.
2. Een student moet op elk onderdeel (theorie-schriftelijk en labo-verslaggeving) een tolereerbaar examenresultaat (>= 8,0/20) behalen om te kunnen slagen voor dit opleidingsonderdeel.
3. Met betrekking tot de evaluatie van dit opleidingsonderdeel geldt eveneens:
-overdracht van het behaalde resultaat van het theorie-examen en praktijkresultaat naar 2de examenkans is mogelijk vanaf 10,0/20
-overdracht van het behaalde resultaat van het theorie-examen en praktijkresultaat naar volgend academiejaar is mogelijk vanaf 12,0/20 |
|
|
|
| Gevolg | 1.Bij ongewettigde afwezigheid tijdens practica of het niet inhalen van practica waar de student gewettigd afwezig was, krijgt de student geen eindscore, maar code N (ongewettigd afwezig voor een deel van de evaluatie).
2. Indien een student op één van de 2 delen (het theorie-gedeelte of het praktijk-gedeelte) minder dan 8,0/20 behaalt, dan krijg je een maximale score van 9/20 op het opleidingsonderdeel. |
|
|
|
| Extra info | Dit opleidingsonderdeel bestaat uit 2 delen: een breed theoretisch materialengedeelte (schriftelijk geëxamineerd met gesloten boek) en een practicumgedeelte (verslagen en ingenieurshouding).
Voor het practicum-gedeelte in het labo is er een verplichte aanwezigheid. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | De 2de examenkans voor het practicum gedeelte is enkel van toepassing op het rapporteringsgedeelte. De verslagen kunnen verbeterd worden n.a.v. de gemaakte opmerkingen en opnieuw geëvalueerd worden. De typische labo-activiteiten zoals labosessies, demo's,... kunnen niet hernomen worden, dit gedeelte van de resultaten wordt overgenomen uit de eerste zittijd resultaten. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de industriële wetenschappen
|
- EC
| EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten) | | | - DC
| CE 1.8 De student kent de productiewijze, opbouw en eigenschappen van verpakkingsmaterialen en relevante materiaaltesten en verwerkingsmethoden. | | | | - BC
| kan de specifieke eigenschappen, productietechnieken en milieu-aspecten met betrekking tot materialen/verpakkingen in hout, papier, karton, glas en metaal weergeven. | - EC
| EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen) | | | - DC
| CE 2.9 De student kan verbanden leggen tussen opbouw en eigenschappen van materie en de relatie tussen materiaaleigenschappen, verwerkingsmethode en producteigenschappen. | | | | - BC
| kan de relaties tussen materiaaleigenschappen aantonen door inzicht in de materiaaleigenschappen van courante verpakkingsmaterialen. | | | - DC
| CE 2.11 De student heeft inzicht in eigenschappen, reacties, processen, analyses en toepassingen van materialen en (bio)moleculen/polymeren. | | | | - BC
| kan de keuze voor specifieke verpakkingsmaterialen in diverse verpakkingstoepassingen vergelijken en verduidelijken. | - EC
| EC3 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan zelfstandig problemen herkennen, op eigen initiatief activiteiten plannen en actie ondernemen. (initiëren en plannen) | | | - DC
| CE 3.1 De student kan een oplossingsstrategie of plan van aanpak omzetten in een concreet werkplan. | | | | - BC
| vertaalt de inhoud van de norm, horend bij de analyse, in een eenvoudige uit te voeren werkwijze. | - EC
| EC4 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven) | | | - DC
| 4.1 De student kan doelgericht wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken. | | | | - BC
| zoekt relevante wetenschappelijke literatuur i.v.m. materiaaleigenschappen, materiaal- en verpakkingstesten. | | | - DC
| 4.2 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten verzamelen. | | | | - BC
| voert een analyse, zelf opgesteld op basis van de norm, op deskundige wijze uit | - EC
| EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren) | | | - DC
| CE 5.1 De student kan bestaande processen, technieken of reacties uit de (bio)chemie, materiaalkunde of microbiologie doelgericht analyseren | | | | - BC
| toont dat hij een fysische test op materialen/verpakkingen kan analyseren in deelactiviteiten volgens de nationale of internationale norm
kan grondstoffen en materialen beoordelen in hun toepassing in verpakkingsmaterialen en -concepten. | - EC
| EC6 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen) | | | - DC
| CE 6.3 De student kan een (bio)chemisch, materiaalkundig of microbiologische proces, test of analyse ontwerpen of optimaliseren. | | | | - BC
| selecteert op verantwoorde wijze een testmethode en past, indien nodig deze testmethode aan in functie van het te testen materia al.
hanteert officiële standaarden in het uitvoeren van zijn testen op materialen/concepten
analyseert en inte rpreteert zijn gerealiseerde testresultaten. | - EC
| EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren) | | | - DC
| CE 8.1 De student kan kritisch reflecteren over bekomen resultaten, modellen en vergelijkingen. | | | | - BC
| reflecteert kritisch over de vereiste instellingen van de testapparatuur en de werkwijze in de normen, rekening houdende met zij n materiaal/concept.
herkent de beperkingen van testapparatuur en relateert, indien vereist, deze beperkingen met onzek erheden in testresultaten. | - EC
| EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren) | | | - DC
| 9.1 De student kan correct, gestructureerd en gepast schriftelijk communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied. | | | | - BC
| communiceert en rapporteert adequaat in het Nederlands over disciplinegebonden opdrachten | - EC
| EC10 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan op een constructieve en verantwoordelijke wijze functioneren als lid van een (multidisciplinair) team. (samenwerken) | | | - DC
| 10.2 De student kan op een actieve constructieve manier samenwerken met anderen om een gemeenschappelijk doel te bereiken (product). | | | | - BC
| In een team neemt de student zijn verantwoordelijkheid en functioneert actief in alle aspecten van de uit te voeren test.
levert een actieve bijdrage in het behalen van het groepsresultaat. | - EC
| EC12 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude) | | | - DC
| 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...). | | | | - BC
| toont een correcte ingenieurshouding in de algemene uitvoering van dit opleidingsonderdeel.Hij komt op tijd, komt zijn afspraken na, toont een gemotiveerde inzet, werkt correct en nauwkeurig, is leergierig. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3de bachelor in de industriële wetenschappen - chemie - optie voeding en packaging
|
J
|
|
schakel IW Chemie: optie voeding en packaging of kunststoffen en packaging deel 1
|
J
|
|
schakel IW Chemie: pba agro- en biotechnologie voor optie voeding en packaging deel 2
|
J
|
|
schakel IW Chemie: pba chemie afstudeerrichting procestechnologie voor alle opties deel 1
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|