De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Inleiding tot Objectgeoriënteerd Programmeren (4866)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Karin CONINX 
Lid van het onderwijsteam:De heer Olaf VAN BYLEN 
 De heer Wald HABETS 
 De heer Wim RAMAKERS 


Studiepunten: 6,0
Studiebelastingsuren: 162
Periode: semester 2 (6sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Verplichte volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
Groep 1
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Imperatief Programmeren (5631) 10.0 stptn  
 
Of groep 2
 
  Volgende opleidingsonderdelen dient u ook opgenomen te hebben in uw studieprogramma in een voorgaande onderwijsperiode.
    Programmeren en algoritmisch denken (3725) 5.0 stptn  
 
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
Groep 1
 
  Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
    Object-georiënteerd programmeren (1339) 6.0 stptn  
 
Advies 4866 - included advice


Begincompetenties

De student beschikt over een basiskennis imperatief programmeren, en kan zelfstandig problemen met beperkte complexiteit oplossen en in een imperatieve programmeertaal uitdrukken.



Inhoud

In dit opleidingsonderdeel worden kennis en (programmeer-) vaardigheden uitgebreid door de introductie van het programmeerparadigma “object-georiënteerd programmeren”. De concepten van een object-georiënteerde benadering worden voornamelijk toegelicht en ingeoefend met behulp van de programmeertaal C++. Hierdoor breidt het opleidingsonderdeel het referentiekader met betrekking tot programmeertalen uit, wat de student in de toekomst ondersteunt bij het aanleren van nieuwe (object-georiënteerde) programmeertalen en code raamwerken, o.a. voor de realisatie van GUIs).
Naast de specifieke concepten en vaardigheden betreffende de object-georiënteerde realisatie van software die in het opleidingsonderdeel aangereikt worden, worden ook de eerder opgedane kennis en vaardigheden met betrekking tot het oplossen van problemen, computationeel denken en coderen van oplossingen aangevuld.

  • Conceptuele en syntactische aanvullingen, zoals bijvoorbeeld pointers, preprocessor directives;
  • Basisconcepten van object-georiënteerd programmeren en hun realisatie in C++: Abstract Data Types en klassen, en daarmee gerelateerde concepten zoals (const) members, access specifiers, constructors en destructors, (multiple) inheritance, polymorfisme, abstracte klassen;
  • Verdieping van C++, via een selectie van onderwerpen zoals bijvoorbeeld references, templates, copy en move, conversies, overloading, exception handling;
  • Kennismaking met de C++ Standard Library en documentatie;
  • Introductie tot een GUI framework (bv. Qt);
  • Basisbeginselen van object-georiënteerde ontwerpprincipes en -patronen, m.i.v. het analyseren en realiseren van object-georiënteerde ontwerpen.


Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel)
 

Cursus 1:

Subtitel: Objectgeoriënteerd programmeren
Extra info:

 

Verplichte software
 

Voor het project van dit opleidingsonderdeel stellen we de studenten graag volgende software ter beschikking, telkens laatst beschikbare versie, voor installatie op hun persoonlijke laptop (computerlokalen voor 1 Ba INF):

  • Visual Paradigm
  • QtCreator.


Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Hoorcollege  
Project  
Responsiecollege  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  


Evaluatie

Semester 2 (6,00sp)

Evaluatievorm
Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode25 %
Andere:(Groeps-)Project
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarIndien op het praktisch werk (project) meer dan 60% wordt gehaald, mag dit cijfer worden overgedragen naar de herkansing.
Schriftelijk examen75 %
Gesloten-boek
Open vragen
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden

De student dient aan alle onderdelen van de evaluatie deel te nemen (het schriftelijk examen afleggen en voldoende participeren aan het project) en op ieder onderdeel minstens 40% te scoren. De student dient zijn/haar persoonlijke bijdrage in het project gedetailleerd te documenteren, en moet ook een voldoende bijdrage aan het eindresultaat kunnen aantonen.

Gevolg

Indien niet aan de condities voldaan is, wordt geen eindscore toegekend maar een "N".


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm In geval een groepsproject deel uitmaakt van de evaluatie, dan wordt dit
voor de herkansing vervangen door een individueel project.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de informatica
  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor beschikt over een breed referentiekader waardoor hij/zij de eigen kennis en vaardigheden van het vakgebied voortdurend kan actualiseren. 

     
  •  DC 
  • De student heeft grondige kennis over belangrijke deelgebieden van de informatica: programmeertalen en -paradigma''s, computerarchitectuur, human computer interaction, data management, algoritmen en datastructuren, software engineering, computernetwerken, logica, theoretische informatica, besturingssystemen en computer graphics.

     
  •  DC 
  • De student kan kennis over de architectuur van software en hardware gebruiken om concrete problemen op te lossen.

     
  •  DC 
  • De student kan toepassingsgericht denken en handelen in informatica.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica hecht belang aan de technische kwaliteit van het geleverde eindproduct, werkt nauwgezet en systematisch en kan de hieraan verbonden specificaties correct naar software vertalen.

     
  •  DC 
  • De student kan tools voor versiebeheer gebruiken.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan een probleem uit de praktijk als informaticaprobleem modelleren en analyseren, de eigen creativiteit aanwenden om deelproblemen op te lossen en de gevonden oplossingen te combineren tot een oplossing voor het oorspronkelijke probleem.

     
  •  DC 
  • De student kan een informaticaprobleem analyseren door het op te splitsen in meer beheersbare deelproblemen.

     
  •  DC 
  • De student kan de eigen creativiteit aanwenden om een matig complex informaticaprobleem op te lossen en deze oplossing te beschrijven.

     
  •  DC 
  • De student kan oplossingen van deelproblemen combineren tot een oplossing van het grotere probleem, en deze totaaloplossing beschrijven.

  •  EC 
  • De afgestudeerde bachelor informatica kan het oplossen van problemen algoritmisch benaderen en is vertrouwd met diverse programmeerparadigma's, -technieken en -methoden.

     
  •  DC 
  • De student kan uitleggen wat een algoritme is en een algoritmische aanpak definiëren voor het oplossen van een probleem.

     
  •  DC 
  • De student kan algoritmen implementeren in een programma.

     
  •  DC 
  • De student kent de principes van diverse programmeerparadigma''s (zoals imperatief, object-georiënteerd en functioneel programmeren) en kan deze toepassen.

     
  •  DC 
  • De student kan software integreren vanuit verschillende bronnen (zoals softwarebibliotheken en frameworks).

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
1ste bachelorjaar in de informatica J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.