| Studiepunten: 3,0 | | Studiebelastingsuren: 81 | Periode: semester 2 (3sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
De student kent de definitie van chemische basisbegrippen mol, hybridisatietoestand, concentratiegrootheden, reactiesnelheid, chemisch evenwicht.
De student kent van fysische en chemische grootheden alsook van atomen de gangbare symbolen.
De student kan van een chemische stof de juiste bruto- en structuurformule schrijven, alsook deze benoemen.
De student kan chemische reacties correct schrijven.
|
|
|
|
|
Inhoud van de cursus:
- Sterke en zwakke zuren en basen
- Zuur-base neutralisatiereacties
- De pH van oplossingen
- Zuur-base titraties
- Redoxreacties schrijven
- Evenwichtsligging van redoxreacties
- Redoxtitraties
- Corrosie
Practica:
- Veiligheid en elementaire vaardigheden in een chemisch labo.
- Bepaling van de mimimumformule van MgO en het percentage water in een hydraat.
- Bepaling van de molecuulmassa van zuurstofgas.
- Bepaling van de zuurconstante door pH-meting.
- Bepaling van het gehalte hypochloriet in bleekwater.
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
| |
Handboek 1:
Periodiek systeem IIW
ISBN: PERSYSIIW |
|
 
|
| Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
| |
Cursus 1:
Subtitel: Cursus Algemene Chemie 2 Extra info:
Cursus 2:
Subtitel: Practicumhandleiding Algemene Chemie 2 Extra info: |
|
 
|
| Opmerkingen |
| |
Feedback bij opdrachten en bijkomende ondersteuning via Toledo. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Collectief feedback moment ✔
|
|
|
|
Practicum ✔
|
|
|
|
Werkzittingen ✔
|
|
|
|
Semester 2 (3,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 25 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | Er wordt een gegevensblad en een periodiek systeem der elementen ter beschikking gesteld van de student. Gebruik van het grafisch rekentoestel is toegestaan op voorwaarde dat het werkgeheugen én het permanent geheugen leeg zijn voor de start van het examen. |
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden |
-
Een student moet zowel op het schriftelijk examen als op de schriftelijke evalatie van het practicum een tolereerbaar resultaat (>= 8,0/20) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.
-
Verplichte aanwezigheid tijdens alle practica.
|
|
|
|
| Gevolg |
-
Een student die op het schriftelijk examen of op de schriftelijke evaluatie van het practicum een niet-tolereerbaar cijfer (<8,0/20) behaalt en een rekenkundig gewogen gemiddeld behaalt ≥ 9/20, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier een 9/20, ongeacht het rekenkundig gewogen gemiddelde.
-
Bij gewettigde afwezigheid voor een practicum dient de student de betrokken docent binnen de 24 uur te contacteren met de reden van afwezigheid en met de vraag om het practicum te kunnen inhalen. Bij één of meer ongewettigde afwezigheden voor een practicum krijgt de student als eindresultaat voor het gehele opleidingsonderdeel een 'N' (een examenonderdeel niet volledig afgelegd: ongewettigd afwezig voor onderde(e)len van de evaluatie). Dit betekent dat dit opleidingsonderdeel volgend academiejaar moet hernomen worden.
|
|
|
|
| Extra info | De evaluatie van de practica (25%) bestaat uit de voorbereiding van de practica met de mondelinge voorstelling hiervan, de uitvoering van de proeven en de verslaggeving.
Voor specifieke richtlijnen en mogelijke gevolgen met betrekking tot het gebruik van AI, raadpleeg Toledo.
Voor de permanente evaluatie is het kunnen afronden van de opdracht(en) in het voorziene tijdsbestek onderdeel van de evaluatie. Studenten in bijzondere omstandigheden die als faciliteit een relatieve meertijd kregen toegekend kunnen hierop daarom geen beroep doen voor de bovenstaande deelevaluaties. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Voor de schriftelijke evaluatie van het practicum is er geen tweede examenkans. De behaalde punten van de eerste examenkans blijven behouden.
Overdracht van het cijfer van de schriftelijke evaluatie van het practicum of van het schriftelijk examen naar een volgend academiejaar gebeurt automatisch indien de student minimaal 12,0/20 behaalde. De student kan ervoor kiezen om toch de evaluatie te hernemen, maar hij moet dit dan expliciet melden aan coördinerend verantwoordelijke bij de start van de onderwijsperiode. Studenten die minder dan 12,0/20 behaalden dienen alle practica opnieuw uit te voeren. Het is de verantwoordelijkheid van de student om bij de start van het academiejaar navraag te doen naar de behaalde deelpunten in het vorig academiejaar. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de industriële wetenschappen
|
- EC
| EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten) | | | - DC
| 1.1 De student kent de chemische basisbegrippen, symbolen, structuurformules en reacties van moleculen. | | | | - BC
| De student:
- kent de definitie van zwakke en sterke elektrolyten, zuren en basen
- kent de definitie van zuur- en baseconstante, zuurtegraad en celpotentiaal
| - EC
| EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen) | | | - DC
| 2.1 De student heeft inzicht in de chemische basisbegrippen, structuurformules, kenmerken en reacties van moleculen. | | | | - BC
| De student:
- kan over de topics atomen, moleculen en chemische reacties redeneren.
- kan het onderliggende verband tussen begrippen, symbolen en eigenschappen verklaren en verduidelijken
| - EC
| EC3 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan zelfstandig problemen herkennen, op eigen initiatief activiteiten plannen en actie ondernemen. (initiëren en plannen) | | | - DC
| 3.3 De student kan (op eigen initiatief) actie ondernemen. | | | | - BC
| De student:
- kan via begeleid zelfstandig studeren de nodige kennis, inzicht en vaardigheden verwerven
- kan een practicum voorbereiden en plannen aan de hand van de labohandleiding.
| - EC
| EC4 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven) | | | - DC
| 4.1 De student kan doelgericht wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken. | | | | - BC
| De student kan de vereiste informatie (ranggetal, atoommassa) opzoeken in tabellen of uit gegevens berekenen en op een gestructureerde manier weergeven. | | | - DC
| 4.2 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten verzamelen. | | | | - BC
| De student kan tijdens de practica experimentele data correct verzamelen en structureren. | - EC
| EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren) | | | - DC
| 5.1 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten, resultaten uit simulaties, statistische data en/of technische informatie interpreteren. | | | | - BC
| De student verwerkt de experimenteel bekomen meetgegevens zodat hij/zij hieruit een wetenschappelijk gefundeerd besluit kan trekken. | | | - DC
| 5.5 De student kan chemisch-technische problemen analyseren. | | | | - BC
| De student:
- beschikt over voldoende chemische basiskennis en kan deze gericht toepassen om oefeningen aangaande chemische reacties te analyseren en te interpreteren.
- kan reactievergelijkingen van zuur-base en redoxreacties opstellen.
| - EC
| EC6 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen) | | | - DC
| 6.5 De student kan chemisch-technische problemen oplossen. | | | | - BC
| De student:
- kan oefeningen aangaande concentraties van oplossingen en chemische reacties oplossen.
- kan tijdens het labo op basis van verzamelde meetgegevens tot een juist berekend eindresultaat komen en de juiste conclusies formuleren.
| - EC
| EC7 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan de geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om domeinspecifieke oplossingen en ontwerpen planmatig te implementeren met aandacht voor de praktische en economische randvoorwaarden en bedrijfsgebonden implicaties. (implementeren en operationaliseren) | | | - DC
| 7.1 De student kan een experiment opbouwen en/of uitvoeren. | | | | - BC
| De student kan aan de hand van een voorbereid werkschema, zelfstandig een labo-opstelling bouwen, en een laboproef op een correcte veilige manier uitvoeren binnen de voorziene tijd. | | | - DC
| 7.2 De student kan technische hulpmiddelen zoals rekentoestellen, meettoestellen en software gebruiken. | | | | - BC
| De student kan volumetrisch glaswerk, een balans en een pH-meter correct en nauwkeurig gebruiken. | - EC
| EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren) | | | - DC
| 8.1 De student kan (berekende, gemeten of gesimuleerde) resultaten toetsen aan de literatuur en de werkelijkheid. | | | | - BC
| De student kijkt kritisch naar bekomen resultaten van oefeningen en practica en zoekt verklaringen voor mogelijke afwijkingen van de verwachte waarden. | | | - DC
| 8.3 De student kan door kritische reflectie eigen denken en handelen bijsturen. | | | | - BC
| De student neemt bij resultaten die sterk afwijkend zijn van de verwachte waarde, zelf initiatief om het experiment te herhalen of de oplossingsstrategie van oefeningen bij te sturen. | - EC
| EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren) | | | - DC
| 9.1 De student kan correct, gestructureerd en gepast schriftelijk communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied. | | | | - BC
| De student kan theoretische opgaven, oefeningen en practica op een gestructureerde wijze uitwerken in het Nederlands. | | | - DC
| 9.2 De student kan correct, gestructureerd en gepast mondeling communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied. | | | | - BC
| De student kan tijdens het practicum de proef in het Nederlands mondeling toelichten vanuit de theoretische achtergrond. | - EC
| EC10 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan op een constructieve en verantwoordelijke wijze functioneren als lid van een (multidisciplinair) team. (samenwerken) | | | - DC
| 10.2 De student kan op een actieve constructieve manier samenwerken met anderen om een gemeenschappelijk doel te bereiken (product). | | | | - BC
| De student kan practica per 2 efficiënt uitvoeren. | - EC
| EC12 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude) | | | - DC
| 12.1 De student heeft een open houding om te leren uit ervaring, feedback en fouten. | | | | - BC
| De student maximaliseert zijn/haar leertraject op basis van de aangeboden zelfstudie, oefeningen met feedback tijdens de responsiecolleges en praktijkervaring om alle competenties voor dit opleidingsonderdeel te verwerven.
De student krijgt tijdens/na elk labo feedback i.v.m. gemaakte fouten, formuleringen, beduidende cijfers,... en stuurt op basis van deze feedback zijn/haar eigen denken en handelen bij. | | | - DC
| 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...). | | | | - BC
| De student kan binnen de voorziene tijd op een nauwkeurige, veilige en milieubewuste manier practica uitvoeren. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
1ste bachelorjaar in de industriële wetenschappen
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|