Sociaal beleid en inclusie (4973) |
| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: semester 2 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
|
Advies
Studenten worden geadviseerd om hetvolgende opleidingsonderdeel te hebben gevolgd in een voorgaande onderwijsperiode: Sociologie 1 (4671)
|
|
|
|
|
|
|
|
Sociaal beleid en inclusie bestudeert hoe overheden en andere actoren via beleid bijdragen aan welzijn en inclusie. Centrale vragen die aan bod komen zijn: wat is sociaal beleid en welke doelstellingen staan voorop? Hoe is de moderne welvaartsstaat in Europa ontstaan, en welke functies vervult zij? Welke actuele maatschappelijke uitdagingen voor het sociaal beleid zijn aanwezig? Dit opleidingsonderdeel focust op de fundamenten van de welvaartsstaat, de doelstellingen en (dys)functies van sociaal beleid en actuele maatschappelijke uitdagingen zoals armoede, vergrijzing, klimaat en digitalisering. Studenten maken kennis met en leren kritisch reflecteren over beleid, de uitvoering en implicaties hiervan.
Deze cursus bestaat uit twee delen: hoorcolleges en casussessies. De inhoud wordt niet alleen theoretisch behandeld tijdens de hoorcolleges, maar studenten passen de inzichten ook praktisch toe onder begeleiding van een deskundige tijdens de casussessies. Studenten verrichten voorbereidend werk voorafgaand aan de hoorcolleges (wetenschappelijke artikels grondig lezen) en voorafgaand de casussessies (lees- en/of audio-beeldmateriaal en korte reflectie). In een groepswerk tonen studenten aan dat ze kritisch kunnen reflecteren door een beleidsmaatregel gericht op actuele maatschappelijke uitdagingen te analyseren, evalueren en te presenteren.
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
Het studiemateriaal omvat de inhoud van de hoorcolleges en de discussiecolleges/casussessies (woord, tekst en beeld). Studenten krijgen een reader met teksten voor elk cursusonderdeel (zowel voor de ‘fundamenten’ in de hoorcolleges als ook de ‘discussiecolleges’ in de casussessies). Deze kan online via BlackBoard gedownload worden. Bovendien kunnen enkele cursusonderdelen van beeld- en videomateriaal voorzien zijn. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Casussessie ✔
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Groepswerk ✔
|
|
|
|
Huiswerktaken ✔
|
|
|
|
Paper ✔
|
|
|
|
Presentatie ✔
|
|
|
|
Semester 2 (6,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 30 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, met voorwaarde |
|
| Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Indien geslaagd. Geen 2e examenkans mogelijk voor de huiswerktaken. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode | 20 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, met voorwaarde |
|
| Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Indien geslaagd. indien niet geslaagd is er een
individuele opdracht als herkansing in de 2de zit |
|
|
|
|
|
|
|
|
| Schriftelijk examen | 50 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, met voorwaarde |
|
| Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaar | Indien geslaagd |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | Een student moet minimum een 10/20 behalen op elke deelevaluatie om te kunnen slagen op het opleidingsonderdeel. Onder deelevaluaties verstaan we 1) het geheel van evaluaties tijdens de onderwijsperiode en 2) de evaluatie tijdens de examenperiode. Eventuele resultaten op aanwezigheid of voorbereiding tellen mee als deel van de evaluaties tijdens de onderwijsperiode. |
|
|
|
| Gevolg | Een student die op één (of beide) deelevaluaties een lager cijfer dan 10/20 behaalt, krijgt als cijfer het rekenkundig gemiddelde, met een maximum van 9/20 voor het vak. |
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Voor het herkansen wordt het cijfer voor de huiswerktaken tijdens de onderwijsperiode overgedragen van de eerste naar de tweede zittijd.
Voor de mondelinge evaluatie tijdens de onderwijsperiode (presentatie) kan de student in de tweede zittijd een individuele presentatie maken als herkansing.
-De evaluatievorm van het schriftelijk examen kan bij de tweede kans echter gewijzigd worden. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de sociale wetenschappen
|
- EC
| EC 01: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van de belangrijkste theoretische stromingen, basisbegrippen, onderzoekstradities en historische ontwikkelingen binnen het domein van de sociale wetenschappen en kan deze duiden vanuit een sociaal-wetenschappelijk multidisciplinair perspectief. | | | - DC
| Studenten kunnen de algemene dimensies (wat, wie, hoe), vormen en doelstellingen van sociaal beleid identificeren en categoriseren. | | | - DC
| Studenten kunnen verschillende functies en disfuncties van sociaal beleid aantonen en hierover uitleg geven. | | | - DC
| Studenten hebben kennis van het ontstaan en de ontwikkeling van sociaal beleid en de moderne welvaartsstaat in Europa. | - EC
| EC 02: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft inzicht in de onderlinge relatie van de belangrijkste theoretische stromingen, basisbegrippen, onderzoekstradities en historische ontwikkelingen binnen en tussen de vakgebieden van sociologie, bestuurkunde en communicatiewetenschappen, alsook in verhouding tot vakgebieden binnen en buiten de sociale wetenschappen (interdisciplinariteit). | | | - DC
| Studenten verwerven kennis van beleidsniveaus, uitvoeringspraktijken en implementatieuitdagingen van sociaal beleid. | - EC
| EC 03: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van maatschappelijke structuren, processen, vraagstukken en technologieën, die vorm geven aan de rol en het functioneren van publieke en private organisaties, beleidsnetwerken, media en sociale bewegingen. | | | - DC
| Studenten kunnen actueel sociaal beleid over verschillende maatschappelijke vraagstukken analyseren met betrekking tot hun effectiviteit en efficiëntie. | - EC
| EC 04: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van en inzicht in basisbegrippen, onderzoekstradities en theoretische stromingen omtrent ‘grand challenges’, in het bijzonder op vlak van digitalisering, diversiteit en/of democratie op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en globaal niveau. | | | - DC
| Studenten hebben inzicht in verschillende (sociale, economische, ecologische, politieke en culturele) uitdagingen waarmee het hedendaagse sociaal beleid geconfronteerd wordt, alsook in trends in hoe op deze uitdagingen wordt ingegaan. | - EC
| EC 10: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan probleemoplossend, zelfsturend en innovatief denken en handelen, op basis van kritisch reflecteren over het eigen leerproces. | | | - DC
| Op basis van de kennis die tijdens de cursus is verworven en de door deskundigen geleide discussies over specifieke sociale kwesties, zijn studenten in staat om gestructureerd en kritisch verschillende aspecten van een bepaald sociaal beleid te analyseren. | - EC
| EC 11: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan wetenschappelijke informatie op een effectieve manier delen en samen met anderen naar een resultaat toewerken. Daarvoor beschikt zij/hij over de vaardigheden om op een correcte, gestructureerde, toegankelijke en overtuigende manier te communiceren. Zij/hij is ook in staat om vlot en constructief met anderen samen te werken in een multidisciplinair en divers team. | | | - DC
| Studenten kunnen op basis van de kennis en inzichten uit de cursus bestaande beleidsontwerpen en uitdagingen kritisch analyseren, en hierover schriftelijk en mondeling rapporteren. | - EC
| EC 12: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft inzicht in en houdt rekening met de veelzijdige beïnvloedende factoren en de belanghebbende partijen (stakeholders), alsook met de maatschappelijke relevantie, duurzaamheid en impact van het realiseren van een opdracht. | | | - DC
| Studenten kunnen mogelijke hervormingen (feitelijke en alternatieven) van het huidige sociaal beleid presenteren als ook de voor- en nadelen hiervan. | | | - DC
| De studenten kennen de spelers en modellen van de welvaartspolitiek. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3 ba major Bestuurskunde (democratie) met minor Sociologie (diversiteit)
|
J
|
|
3 ba major Communicatiewetenschappen (digitalisering) met minor Sociologie (diversiteit)
|
J
|
|
3 ba major Sociologie (diversiteit) met minor Bestuurskunde (democratie)
|
J
|
|
3 ba major Sociologie (diversiteit) met minor Communicatiewetenschappen (digitalisering)
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|