| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: semester 1 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
|
Advies
De student wordt geadviseerd om volgende opleidingsonderdelen te hebben gevolgd in een voorgaande onderwijsperiode: 4873 Kwalitatieve onderzoeksmethoden en 4870 Kwantitatieve onderzoeksmethoden.
|
|
|
|
|
|
|
|
In deze cursus wordt stilgestaan bij de vraag hoe beleid in de overheid tot stand komt. Studenten maken kennis met het kader van de beleidscyclus, die een beleidsproces doorloopt van de agendasetting tot en met de evaluatie. Vragen die aan bod komen: Wat maakt dat een onderwerp de aandacht van beleidsmakers trekt? Hoe worden problemen gedefinieerd, en door wie? Hoe komen beleidsmakers tot beslissingen, en via welke tools implementeren ze deze beslissingen? Hoe, wanneer, en door wie wordt beleid geëvalueerd? Studenten maken kennis met verschillende theoretische perspectieven en modellen. Ze passen deze vervolgens toe op real-life casussen.
|
|
| Verplicht studiemateriaal |
| |
(1) Powerpoints; (2) Bijkomend materiaal dat gedeeld wordt op Blackboard. |
|
 
|
| Aanbevolen studiemateriaal |
| |
Handboek 1:
Bekkers, V., Fenger, M., & Scholten, P. (2025). Public Policy in Action: Perspectives on the Policy Process (Second Edition). Edward Elgar.
ISBN: 978 1 80088 318 5 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Casussessie ✔
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Casestudy ✔
|
|
|
|
Groepswerk ✔
|
|
|
|
Huiswerktaken ✔
|
|
|
|
Oefeningen ✔
|
|
|
|
Paper ✔
|
|
|
|
Presentatie ✔
|
|
|
|
Semester 1 (6,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 30 % |
|
|
|
|
| Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode | 10 % |
|
|
|
|
| Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode | 10 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
| Extra info | De schriftelijke evaluatie in eerste zit bestaat uit een groepspaper. Bij het groepswerk wordt voldoende inbreng van elke student verwacht. De peerevaluatie gebeurt via het Buddycheck programma op Blackboard. De factor die door dit programma wordt berekend, wordt vermenigvuldigd met de score van het groepswerk voor iedere student. De berekeningswijze en het verloop van de peerevaluatie wordt verder uiteengezet in de studieleidraad/op Blackboard. Is er sprake van een mogelijk beduidend kleinere bijdrage, dan zal het opvolgproces inzake meeliftgedrag opgestart worden.
De mondelinge evaluatie in eerste zit betreft een mondelinge toelichting van de groepspaper.
De praktijkevaluatie is een individueel punt op basis van voorbereiding van de casussessies via huiswerktaken.
De schriftelijke evaluatie tijdens de examenperiode is (mogelijk) een on-campus computerexamen op de eigen computer van de student. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Indien studenten niet deelnemen aan het groepswerk en/of niet slagen voor het vak in eerste zittijd, dan wordt voor de tweede examenkans een aangepaste opdracht op individuele basis voorzien. Deze opdracht omvat een schriftelijk en mondeling gedeelte. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de sociale wetenschappen
|
- EC
| EC 02: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft inzicht in de onderlinge relatie van de belangrijkste theoretische stromingen, basisbegrippen, onderzoekstradities en historische ontwikkelingen binnen en tussen de vakgebieden van sociologie, bestuurkunde en communicatiewetenschappen, alsook in verhouding tot vakgebieden binnen en buiten de sociale wetenschappen (interdisciplinariteit). | - EC
| EC 05: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan een valide sociaalwetenschappelijke onderzoeksvraag formuleren, door theorie(ën) toe te passen op een goed afgebakend maatschappelijk vraagstuk, dit te kaderen binnen de bredere maatschappelijke en wetenschappelijke relevantie. | - EC
| EC 06: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan relevante bronnen en literatuur omtrent een welbepaald soc iaalwetenschappelijke vraagstuk identificeren, verzamelen en kritisch verwerken in een theoretisch conceptueel kader. | - EC
| EC 07: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen beschikt over de nodige kwantitatieve, kwalitatieve en digitale methodologische vaardigheden om sociaalwetenschappelijk onderzoek onder begeleiding op te zetten en uit te voeren. | - EC
| EC 08: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan mondeling, schriftelijk en visueel rapporteren over wetenschappelijk onderzoek op een onderbouwde, coherente en overtuigende wijze. | - EC
| EC 09: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen houdt rekening met sociale en ethische normen in het eigen denken en handelen, op basis van een open, integere en kritische wetenschappelijke houding en een maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. | - EC
| EC 10: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan probleemoplossend, zelfsturend en innovatief denken en handelen, op basis van kritisch reflecteren over het eigen leerproces. | - EC
| EC 12: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft inzicht in en houdt rekening met de veelzijdige beïnvloedende factoren en de belanghebbende partijen (stakeholders), alsook met de maatschappelijke relevantie, duurzaamheid en impact van het realiseren van een opdracht. | - EC
| EC 13: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan sociaalwetenschappelijke onderzoeksmethoden toepassen en resultaten aanwenden om maatschappelijke uitdagingen en concrete beleidsvraagstukken te analyseren en aan te pakken, met focus op dig italisering, diversiteit en/of democratie. | - EC
| EC 14: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen is zich bewust van haar/zijn rol als sociale wetenschapper en eigen positie binnen een meerlagige, diverse samenleving. | - EC
| EC 15: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen toont betrokkenheid en getuigt van ondernemings- en verantwoordelijkheidszin om haar/zijn kennis en vaardigheden in te zetten in de civiele omgeving, de beleidspraktijk en de beroepsmatige context. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3 ba major Bestuurskunde (democratie) met minor Communicatiewetenschappen (digitalisering)
|
J
|
|
3 ba major Bestuurskunde (democratie) met minor Sociologie (diversiteit)
|
J
|
|
exchange sociale wetenschappen
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|