| Studiepunten: 6,0 | | Studiebelastingsuren: 162 | Periode: semester 2 (6sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
|
| |
|
Advies
Studenten worden geadviseerd om hetvolgende opleidingsonderdeel te hebben gevolgd in een voorgaande onderwijsperiode: Staatsrecht (4884).
|
|
|
|
|
|
|
De student is vertrouwd met de wijze waarop België vanuit staatsrechtelijk oogpunt is georganiseerd (cf. adviserende volgtijdelijkheid t.a.v. het opleidingsonderdeel Staatsrecht).
|
|
|
|
|
Het opleidingsonderdeel Bestuursrecht beoogt het verkrijgen van de noodzakelijke basiskennis van en een grondig inzicht in het Belgische bestuursrecht. Kennis van het bestuursrecht is belangrijk om de alledaagse contacten tussen de burger en de overheidsinstellingen in juridische termen te kunnen vatten. Tijdens het opleidingsonderdeel leren de studenten de structuur en de werking van het bestuur kennen. Daarbij komen onder meer volgende thema's aan bod: de organisatie van het bestuur, het bestuursbegrip en de administratieve overheid, de bronnen van het bestuursrecht, de beginselen van behoorlijk bestuur, bestuurlijke besluitvorming, rechtsbescherming en bestuurlijk toezicht, bestuurlijke handhaving, bestuursrechtspraak, de Europeanisering van het bestuursrecht.
|
|
| Verplichte handboeken (boekhandel) |
|
 
|
| Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
| |
Cursus 1:
Subtitel: Wettenbundel Bestuursrecht 2026-2027
Via cursusdienst. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Werkzittingen ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Casestudy ✔
|
|
|
|
Discussies /debat ✔
|
|
|
|
Groepswerk ✔
|
|
|
|
Huiswerktaken ✔
|
|
|
|
Presentatie ✔
|
|
|
|
Semester 2 (6,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 20 % |
|
|
|
| Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode | 20 % |
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden | Een student moet minimum een 10/20 behalen op elke deelevaluatie om te kunnen slagen op het opleidingsonderdeel. Onder deelevaluaties verstaan we 1) het geheel van evaluaties tijdens de onderwijsperiode en 2) de evaluatie tijdens de examenperiode. Eventuele resultaten op aanwezigheid of voorbereiding tellen mee als deel van de evaluaties tijdens de onderwijsperiode. |
|
|
|
| Gevolg | Een student die op één (of beide) deelevaluaties een lager cijfer dan 10/20 behaalt, krijgt als cijfer het rekenkundig gemiddelde, met een maximum van 9/20 voor het vak. |
|
|
|
| Extra info | De schriftelijke evaluatie tijdens de examenperiode is mogelijk een on-campus computerexamen op de eigen computer van de student. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | De tweede examenkans kan een schriftelijke of mondelinge toets bevatten en een vervangopdracht voor de permanente evaluatie die tijdens het jaar plaatsvond. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de sociale wetenschappen
|
- EC
| EC 01: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van de belangrijkste theoretische stromingen, basisbegrippen, onderzoekstradities en historische ontwikkelingen binnen het domein van de sociale wetenschappen en kan deze duiden vanuit een sociaal-wetenschappelijk multidisciplinair perspectief. | - EC
| EC 03: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van maatschappelijke structuren, processen, vraagstukken en technologieën, die vorm geven aan de rol en het functioneren van publieke en private organisaties, beleidsnetwerken, media en sociale bewegingen. | - EC
| EC 04: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen heeft kennis van en inzicht in basisbegrippen, onderzoekstradities en theoretische stromingen omtrent ‘grand challenges’, in het bijzonder op vlak van digitalisering, diversiteit en/of democratie op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en globaal niveau. | - EC
| EC 06: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan relevante bronnen en literatuur omtrent een welbepaald soc iaalwetenschappelijke vraagstuk identificeren, verzamelen en kritisch verwerken in een theoretisch conceptueel kader. | - EC
| EC 08: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan mondeling, schriftelijk en visueel rapporteren over wetenschappelijk onderzoek op een onderbouwde, coherente en overtuigende wijze. | - EC
| EC 11: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen kan wetenschappelijke informatie op een effectieve manier delen en samen met anderen naar een resultaat toewerken. Daarvoor beschikt zij/hij over de vaardigheden om op een correcte, gestructureerde, toegankelijke en overtuigende manier te communiceren. Zij/hij is ook in staat om vlot en constructief met anderen samen te werken in een multidisciplinair en divers team. | - EC
| EC 14: De afgestudeerde bachelor in de sociale wetenschappen is zich bewust van haar/zijn rol als sociale wetenschapper en eigen positie binnen een meerlagige, diverse samenleving. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
3 ba major Bestuurskunde (democratie) met minor Communicatiewetenschappen (digitalisering)
|
J
|
|
3 ba major Bestuurskunde (democratie) met minor Sociologie (diversiteit)
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|