De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Leren, ontwikkeling en coaching: onderzoek in de praktijk (5029)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Bieke DE FRAINE 


Studiepunten: 5,0
Studiebelastingsuren: 135
Periode: semester 1 (5sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

Er wordt verwacht dat de studenten de volgende eindcompetenties van de educatieve bachelor kleuter- of lager onderwijs beheersen:

  • De studenten creëren een positief leer- en leefklimaat in de klas en op school waarin leerlingen zich kunnen ontplooien en worden voorbereid op maatschappelijke participatie. De studenten bevorderen emancipatie en spelen gericht in op de diversiteit binnen de leerlingengroep.
  • De studenten begeleiden autonoom kinderen bij hun leer- en ontwikkelingsproces. Vertrekkende vanuit de beginsituatie van de klasgroep en het individuele kind en de eindtermen en leerplannen formuleren de studenten concrete doelstellingen en selecteren passende leerinhouden, leermiddelen, werk- en groeperingsvormen. De studenten kiezen geschikte differentiatie-, evaluatie- en remediëringsmethodes zodat elk kind zich maximaal kan ontwikkelen.
  • De studenten tonen gepaste beroepshoudingen als beslissingsvermogen, relationele gerichtheid, kritische ingesteldheid, leergierigheid, organisatievermogen, zin voor samenwerking, verantwoordelijkheidszin en flexibiliteit.


Inhoud

In dit opleidingsonderdeel gaan de studenten met de theoretische input van het opleidingsonderdeel ‘Leren, ontwikkeling en coaching: Theoretische verdieping (d.w.z. verschillende leertheorieën, pedagogisch-didactische theorieën en onderzoek naar leeromgevingen die het leren van kinderen stimuleren, activeren en faciliteren) aan de slag in de praktijk. Ze krijgen authentieke praktijkopdrachten die ze (bij voorkeur) in één basisschool uitvoeren. De periode voor het uitvoeren van deze praktijkopdrachten loopt van de derde week van de onderwijsperiode tot de laatste week van de onderwijsperiode. 

De studenten bouwen doorheen het onderzoek in de praktijk een portfolio op, waarin ze de uitgevoerde opdrachten verzamelen en reflecteren op hun ervaringen, leerpunten en persoonlijke en professionele ontwikkeling, vertrekkende vanuit de theoretische kaders opgedaan tijdens het opleidingsonderdeel ‘Leren, ontwikkeling en coaching: Theoretische verdieping’. De ervaringen, leerpunten en ontwikkeling van de studenten vormen tevens de input voor de intervisiemomenten tijdens de lesdagen.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Collectief feedback moment  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  
Werkvormen  
Portfolio  


Evaluatie

Semester 1 (5,00sp)

Evaluatievorm
Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode100 %
Andere:portfolio - criteriumgericht interview
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingDe studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de evaluatie.
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden

Om te kunnen slagen voor dit opleidingsonderdeel moet minstens aan volgende evaluatievoorwaarden voldaan zijn:

- De praktijkopdrachten zijn uitgevoerd

- De schriftelijke neerslag (rapport) is tijdig ingeleverd

- De student heeft deelgenomen aan het mondelinge examen

- De student heeft een P voor het coachingsgedeelte

Indien niet voldaan is aan een van de evaluatievoorwaarden scoort de student F of A.

 

Gevolg

Indien niet voldaan is aan een van de evaluatievoorwaarden scoort de student F of A.


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm Studenten kunnen enkel deelnemen aan de 2e examenkans als de
praktijkopdrachten werden uitgevoerd.
De invulling van de 2e examenkans voor dit opleidingsonderdeel wordt
door de docent bepaald. Hou er rekening mee dat praktijkopdrachten
mogelijk niet buiten het schooljaar uitgevoerd kunnen worden.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
schakelprogramma Master in het basisonderwijs
  •  EC 
  • 1.1 De student is een kritische, innovatieve, pedagogisch-didactische expert: hij/zij maakt wetenschappelijk onderbouwde pedagogisch-didactische en vakdidactische (waaronder minstens taal- en wiskundedidactische) keuzes.

  •  EC 
  • 1.2 De student is een kritische, innovatieve, pedagogisch-didactische expert: hij/zij actualiseert, verbreedt en verdiept zijn/haar wetenschappelijke expertise levenslang.

  •  EC 
  • 1.3 De student is een kritische, innovatieve, pedagogisch-didactische expert: hij/zij richt kritisch- reflectief de onderwijspraktijk in, op basis van wetenschappelijke inzichten en contextspecifieke data.

  •  EC 
  • 1.4 De student is een kritische, innovatieve, pedagogisch-didactische expert: hij/zij innoveert in functie van klas- en schoolontwikkeling, op basis van wetenschappelijke inzichten en contextspecifieke data.

  •  EC 
  • 2.0 De student  creëert een kansrijk leerklimaat in de klas en op school: hij/zij kan contextspecifieke data m.b.t. meervoudige, complexe noden van basisschoolkinderen  correct interpreteren.

  •  EC 
  • 2.1 De student creëert een kansrijk leerklimaat in de klas en op school: hij/zij creëert een inclusief en positief klas- en schoolklimaat met het oog op de groei van elk kind, op basis van wetenschappelijke inzichten en contextspecifieke data.

  •  EC 
  • 2.2 De student  creëert een kansrijk leerklimaat in de klas en op school: hij/zij speelt gedifferentieerd en flexibel in op meervoudige, complexe noden van basisschoolkinderen, op basis van wetenschappelijke inzichten en contextspecifieke data.

  •  EC 
  • 2.3 De student  creëert een kansrijk leerklimaat in de klas en op school: hij/zij stuurt planmatig de bestaande zorgpraktijk bij, op basis van wetenschappelijke inzichten en contextspecifieke data.

  •  EC 
  • 3.2 De student  onderzoekt de klas- en schoolpraktijk: hij/zij gebruikt wetenschappelijke methodes en analysetechnieken om complexe vraagstukken in de onderwijspraktijk te identificeren en aan te pakken.

  •  EC 
  • 4.1 De student  is een verbindende coach en maatschappelijk betrokken teamspeler: hij/zij is sensitief voor en speelt in op de noden, zorgen en bekommernissen in het team.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
Schakel Master basisonderwijs module 1: Leren, ontwikkeling en coaching J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.