De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Onderwijsonderzoek en statistiek: onderzoek in de praktijk (5032)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Mieke GOOS 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Hanne LUTS 


Studiepunten: 5,0
Studiebelastingsuren: 135
Periode: semester 1 (5sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

Er wordt verwacht dat de studenten de volgende eindcompetenties van de educatieve bachelor kleuter- of lager onderwijs beheersen:

  • De studenten kunnen een praktijkprobleem op systematische wijze onderzoeken en kritisch reflecteren over hun eigen functioneren, maatschappelijke ontwikkelingen, relevante theoretische denkkaders en inzichten uit onderwijsonderzoek met het oog op het verbeteren van het leerproces van hun kinderen. Ze detecteren professionaliseringsnoden en tonen een bereidheid tot levenslang leren.
  • De studenten tonen gepaste beroepshoudingen als beslissingsvermogen, relationele gerichtheid, kritische ingesteldheid, leergierigheid, organisatievermogen, zin voor samenwerking, verantwoordelijkheidszin en flexibiliteit.

Verder wordt er verwacht dat de studenten basisconcepten van beschrijvende statistiek (gemiddelde, mediaan, percentiel) beheersen.



Inhoud

In dit opleidingsonderdeel gaan de studenten met de theoretische input van het opleidingsonderdeel ‘Onderwijsonderzoek en statistiek: Theoretische verdieping’ aan de slag in hun eigen school. Ze krijgen praktijkopdrachten die ze in hun eigen klas of school uitvoeren (voor meer details, zie studieleidraad).



Verplichte software
 

Verplichte software:

  • MS Excel
  • MAXQDA (studentlicentie via UHasselt)


Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Individueel begeleidingsmoment  
Practicum  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  
Werkvormen  
Oefeningen  
Portfolio  
Workshop  


Evaluatie

Semester 1 (5,00sp)

Evaluatievorm
Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode100 %
Andere:Meer specifiek: criteriumgericht interview o.b.v. portfolio
De studenten bouwen doorheen het semester een portfolio op, bestaande
uit (1) hun onderzoeksrapport (met hun 7 uitgevoerde
praktijkopdrachten), (2) hun reflecties op hun ervaringen, leerpunten en
persoonlijke en professionele ontwikkeling en (3) hun logboek. Ze
brengen hun portfolio mee naar het evaluatiemoment. Eén van de docenten
van het moduleteam stelt hen via een criteriumgericht interview allerlei
vragen om na te gaan of ze verbanden kunnen leggen tussen de theorie en
de praktijk op hun school.
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingDe studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de evaluatie.
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden
  • Uitvoering van de 7 opgegeven praktijkopdrachten is verplicht.
  • Tijdige inlevering van het portfolio is verplicht.
Gevolg

Het niet voldoen aan minstens 1 van deze 2 evaluatievoorwaarden resulteert in een onvoldoende voor dit opleidingsonderdeel. 


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Ja
Toelichting evaluatievorm Studenten kunnen enkel deelnemen aan de 2e examenkans als de
praktijkopdrachten werden uitgevoerd.
De invulling van de 2e examenkans voor dit opleidingsonderdeel wordt
door de docent bepaald. Hou er rekening mee dat praktijkopdrachten
mogelijk niet buiten het schooljaar uitgevoerd kunnen worden.
Ongeacht de concrete
invulling, blijven de volgende evaluatievoorwaarden cruciaal:
- Tijdige inlevering van het nieuwe werk is verplicht
- Tijdige inlevering van een individuele reflectieopdracht is
verplicht.
Gevolg: Het niet voldoen aan minstens 1 van deze 2 evaluatievoorwaarden
resulteert in een onvoldoende voor dit OPO.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
schakelprogramma Master in het basisonderwijs
  •  EC 
  • 1.2 De student is een kritische, innovatieve, pedagogisch-didactische expert: hij/zij actualiseert, verbreedt en verdiept zijn/haar wetenschappelijke expertise levenslang.

  •  EC 
  • 2.0 De student  creëert een kansrijk leerklimaat in de klas en op school: hij/zij kan contextspecifieke data m.b.t. meervoudige, complexe noden van basisschoolkinderen  correct interpreteren.

  •  EC 
  • 3.1 De student  onderzoekt de klas- en schoolpraktijk: hij/zij doorloopt zelfstandig en op ethische en deontologisch correcte wijze een onderwijsgerichte onderzoekscyclus.

  •  EC 
  • 3.2 De student  onderzoekt de klas- en schoolpraktijk: hij/zij gebruikt wetenschappelijke methodes en analysetechnieken om complexe vraagstukken in de onderwijspraktijk te identificeren en aan te pakken.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
Schakel Master basisonderwijs module 2: Onderwijsonderzoek en statistiek J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.