Onderwijsonderzoek en statistiek: onderzoek in de praktijk (5032) |
| Studiepunten: 5,0 | | Studiebelastingsuren: 135 | Periode: semester 1 (5sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Er wordt verwacht dat de studenten de volgende eindcompetenties van de educatieve bachelor kleuter- of lager onderwijs beheersen:
- De studenten kunnen een praktijkprobleem op systematische wijze onderzoeken en kritisch reflecteren over hun eigen functioneren, maatschappelijke ontwikkelingen, relevante theoretische denkkaders en inzichten uit onderwijsonderzoek met het oog op het verbeteren van het leerproces van hun kinderen. Ze detecteren professionaliseringsnoden en tonen een bereidheid tot levenslang leren.
- De studenten tonen gepaste beroepshoudingen als beslissingsvermogen, relationele gerichtheid, kritische ingesteldheid, leergierigheid, organisatievermogen, zin voor samenwerking, verantwoordelijkheidszin en flexibiliteit.
Verder wordt er verwacht dat de studenten basisconcepten van beschrijvende statistiek (gemiddelde, mediaan, percentiel) beheersen.
|
|
|
|
|
In dit opleidingsonderdeel gaan de studenten met de theoretische input van het opleidingsonderdeel ‘Onderwijsonderzoek en statistiek: Theoretische verdieping’ aan de slag in hun eigen school. Ze krijgen praktijkopdrachten die ze in hun eigen klas of school uitvoeren (voor meer details, zie studieleidraad).
|
|
| Verplichte software |
| |
Verplichte software:
- MS Excel
- MAXQDA (studentlicentie via UHasselt)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Individueel begeleidingsmoment ✔
|
|
|
|
Practicum ✔
|
|
|
|
Zelfstudieopdracht (ZSO) ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Oefeningen ✔
|
|
|
|
Portfolio ✔
|
|
|
|
Workshop ✔
|
|
|
|
Semester 1 (5,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Andere evaluatievorm tijdens onderwijsperiode | 100 % |
|
| Andere: | Meer specifiek: criteriumgericht interview o.b.v. portfolio De studenten bouwen doorheen het semester een portfolio op, bestaande uit (1) hun onderzoeksrapport (met hun 7 uitgevoerde praktijkopdrachten), (2) hun reflecties op hun ervaringen, leerpunten en persoonlijke en professionele ontwikkeling en (3) hun logboek. Ze brengen hun portfolio mee naar het evaluatiemoment. Eén van de docenten van het moduleteam stelt hen via een criteriumgericht interview allerlei vragen om na te gaan of ze verbanden kunnen leggen tussen de theorie en de praktijk op hun school. |
|
|
|
|
|
| Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie | ✔ |
|
| Toelichting | De studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de evaluatie. |
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden |
- Uitvoering van de 7 opgegeven praktijkopdrachten is verplicht.
- Tijdige inlevering van het portfolio is verplicht.
|
|
|
|
| Gevolg | Het niet voldoen aan minstens 1 van deze 2 evaluatievoorwaarden resulteert in een onvoldoende voor dit opleidingsonderdeel. |
|
|
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Studenten kunnen enkel deelnemen aan de 2e examenkans als de praktijkopdrachten werden uitgevoerd. De invulling van de 2e examenkans voor dit opleidingsonderdeel wordt door de docent bepaald. Hou er rekening mee dat praktijkopdrachten mogelijk niet buiten het schooljaar uitgevoerd kunnen worden. Ongeacht de concrete invulling, blijven de volgende evaluatievoorwaarden cruciaal: - Tijdige inlevering van het nieuwe werk is verplicht - Tijdige inlevering van een individuele reflectieopdracht is verplicht. Gevolg: Het niet voldoen aan minstens 1 van deze 2 evaluatievoorwaarden resulteert in een onvoldoende voor dit OPO. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
schakelprogramma Master in het basisonderwijs
|
- EC
| 1.2 De student is een kritische, innovatieve, pedagogisch-didactische expert: hij/zij actualiseert, verbreedt en verdiept zijn/haar wetenschappelijke expertise levenslang. | - EC
| 2.0 De student creëert een kansrijk leerklimaat in de klas en op school: hij/zij kan contextspecifieke data m.b.t. meervoudige, complexe noden van basisschoolkinderen correct interpreteren. | - EC
| 3.1 De student onderzoekt de klas- en schoolpraktijk: hij/zij doorloopt zelfstandig en op ethische en deontologisch correcte wijze een onderwijsgerichte onderzoekscyclus. | - EC
| 3.2 De student onderzoekt de klas- en schoolpraktijk: hij/zij gebruikt wetenschappelijke methodes en analysetechnieken om complexe vraagstukken in de onderwijspraktijk te identificeren en aan te pakken. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
Schakel Master basisonderwijs module 2: Onderwijsonderzoek en statistiek
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|