De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Sociaal-culturele dynamieken in het basisonderwijs: casuïstiek (5037)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. Jetske STRIJBOS 
Lid van het onderwijsteam:Mevrouw Emilie GOVAERTS 


Studiepunten: 5,0
Studiebelastingsuren: 135
Periode: semester 2 (5sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

Er wordt verwacht dat de studenten de volgende eindcompetenties van de educatieve bachelor kleuter- of lager onderwijs beheersen:

  • De studenten creëren een positief leer- en leefklimaat in de klas en op school waarin leerlingen zich kunnen ontplooien en worden voorbereid op maatschappelijke participatie. De studenten bevorderen emancipatie en spelen gericht in op de diversiteit binnen de leerlingengroep.
  • De studenten informeren zich over en denken kritisch en met een open geest na over actuele thema’s en maatschappelijke ontwikkelingen. Ze kunnen daardoor deelnemen aan het debat over onderwijskundige thema’s en de rol van de leraar in de samenleving, ook in internationaal perspectief.
  • De studenten kunnen een praktijkprobleem op systematische wijze onderzoeken en kritisch reflecteren over hun eigen functioneren, maatschappelijke ontwikkelingen, relevante theoretische denkkaders en inzichten uit onderwijsonderzoek met het oog op het verbeteren van het leerproces van hun kinderen. Ze detecteren professionaliseringsnoden en tonen een bereidheid tot levenslang leren.
  • De studenten tonen gepaste beroepshoudingen als beslissingsvermogen, relationele gerichtheid, kritische ingesteldheid, leergierigheid, organisatievermogen, zin voor samenwerking, verantwoordelijkheidszin en flexibiliteit.


Inhoud

In dit opleidingsonderdeel werken studenten via casusgericht leren aan een complexe praktijkvraag rond sociaal-culturele dynamieken in een basisschool. In kleine groepen (3 à 5 studenten) gaan zij aan de slag met een realistische, authentieke casus waarin een relevant en uitdagend vraagstuk over gelijke onderwijskansen binnen het basisonderwijs (bijvoorbeeld over kinderarmoede, racisme, gendergelijkheid...) centraal staat. Aan de hand van literatuurstudie en casusanalyse formuleren de studenten onderbouwde en passende aanbevelingen voor de onderwijspraktijk.

Tijdens de contactmomenten worden studenten ondersteund via workshops/ practica en praktijkgerichte opdrachten (bijvoorbeeld een journal club). Deze momenten bieden ruimte om theorie aan de casus te koppelen en stimuleren reflectie op de eigen professionele rol. Buiten de contactmomenten werken de studenten actief verder aan de casus. Ze bouwen stap voor stap aan een eindproduct, dat ze aan het einde van het traject presenteren aan het moduleteam.



Verplicht studiemateriaal
 

Digitaal cursusmateriaal (studieleidraad, casusbeschrijving en bijhorende documentatie, wetenschappelijke artikels, praktijkopdrachten, handouts van practica, evaluatierubric), beschikbaar via Blackboard.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Casussessie  
Werkzittingen  
Zelfstudieopdracht (ZSO)  
Werkvormen  
Casestudy  
Groepswerk  


Evaluatie

Semester 2 (5,00sp)

Evaluatievorm
Ander examen100 %
Andere:Groepsscore met individuele correctie op basis van peer assessment en
individuele reflectieopdracht (voor meer details, zie studieleidraad)
Op te leveren producten:
- Groepswerk: mondelinge wetenschappelijke uiteenzetting met
schriftelijke voorbereiding (paper)
- Peer assessment opdracht, waarin studenten elkaar beoordelen op de
samenwerking binnen en bijdragen aan het groepswerk
- Individuele reflectieopdracht, waarin studenten reflecteren over de
groepsdynamiek
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingDe studenten mogen alle studiematerialen (al dan niet geannoteerd) meebrengen en raadplegen tijdens de evaluatie.
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden

Om de voortgang van het casusgericht onderzoek te bewaken, dienen de groepen een tussentijdse versie van hun bevindingen te presenteren, waarvoor ze tussentijdse formatieve feedback krijgen. Aan het einde van het opleidingsonderdeel presenteren de groepen een finale versie van hun onderzoek, die summatief geëvalueerd wordt door hun docent. Daarnaast dienen de studenten een individuele reflectieopdracht in waarin ze stilstaan bij hun leerervaringen, en leveren ze een peer-assessment opdracht met betrekking tot de taakverdeling binnen de groep in. 

Dit resulteert in de volgende evaluatievoorwaarden:

  • Actieve deelname aan het groepswerk, inclusief de presentatie van het tussentijdse en eindproduct van het groepswerk, is verplicht. Dit vereist een
    consequente en betrokken aanwezigheid tijdens de contactmomenten van dit opleidingsonderdeel. Aanwezigheid is essentieel voor de realisatie
    van de leerdoelen en wordt daarom sterk aanbevolen.
  • Tijdige inlevering van de paper is verplicht.
  • Tijdige inlevering van de peer assessment opdracht is verplicht.
  • Tijdige inlevering van de individuele reflectieopdracht is verplicht.
Gevolg

Het niet voldoen aan minstens een van de evaluatievoorwaarden resulteert in een onvoldoende voor dit opleidingsonderdeel.

 


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm De invulling (opdracht, individueel of groepswerk, nieuwe of gekende
casus, …) van de tweede examenkans voor dit opleidingsonderdeel wordt
door de docent bepaald.
Tijdige inlevering is verplicht. Het niet voldoen aan deze
evaluatievoorwaarde resulteert in een onvoldoende voor dit
opleidingsonderdeel.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
schakelprogramma Master in het basisonderwijs
  •  EC 
  • 1.1 De student is een kritische, innovatieve, pedagogisch-didactische expert: hij/zij maakt wetenschappelijk onderbouwde pedagogisch-didactische en vakdidactische (waaronder minstens taal- en wiskundedidactische) keuzes.

  •  EC 
  • 1.0 De student is een kritische, innovatieve, pedagogisch-didactische expert: hij/zij kan wetenschappelijke bronnen selecteren en kritisch beoordelen.

  •  EC 
  • 1.2 De student is een kritische, innovatieve, pedagogisch-didactische expert: hij/zij actualiseert, verbreedt en verdiept zijn/haar wetenschappelijke expertise levenslang.

  •  EC 
  • 2.0 De student  creëert een kansrijk leerklimaat in de klas en op school: hij/zij kan contextspecifieke data m.b.t. meervoudige, complexe noden van basisschoolkinderen  correct interpreteren.

  •  EC 
  • 3.0 De student  onderzoekt de klas- en schoolpraktijk: hij/zij gebruikt wetenschappelijke methodes en analysetechnieken om eenvoudige vraagstukken in de onderwijspraktijk te analyseren en te beschrijven.

  •  EC 
  • 3.1 De student  onderzoekt de klas- en schoolpraktijk: hij/zij doorloopt zelfstandig en op ethische en deontologisch correcte wijze een onderwijsgerichte onderzoekscyclus.

  •  EC 
  • 3.2 De student  onderzoekt de klas- en schoolpraktijk: hij/zij gebruikt wetenschappelijke methodes en analysetechnieken om complexe vraagstukken in de onderwijspraktijk te identificeren en aan te pakken.

  •  EC 
  • 4.0 De student  is een verbindende coach en maatschappelijk betrokken teamspeler: hij/zij kan wetenschappelijke bronnen betrekken tijdens zijn/haar participatie aan het onderwijsdebat.

 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
Schakel Master basisonderwijs module 4: Sociaalculturele dynamieken in onderwijs J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.