De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Project Engineering Skills (5502)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. ir. Wim DEFERME 
Co-titularis:Prof. dr. ing. Karel KELLENS 
Lid van het onderwijsteam:De heer Anton MELNIKOV 
 dr. Bart DREESEN 
 Prof. dr. Bart VERMANG 
 De heer Dieter REENAERS 
 dr. Els WIEERS 
 ir. Frederik ROGIERS 
 ing. Geert LEEN 
 Mevrouw Genevieve MARTY 
 ir. Gert VANHEES 
 Prof. dr. Jeroen LIEVENS 
 ing. Jos HOLSTEEN 
 Prof. dr. ir. Jozefien DE KEYZER 
 ing. Koen LIBENS 
 Prof. dr. ir. Kris HENRIOULLE 
 De heer Mauro VRANCKX 
 Prof. dr. ir. Momo SAFARI 
 De heer Pieter GIESEN 
 ing. Seppe DELWICHE 
 De heer Simon-Pierre VERPOORT 
 Prof. dr. Stan WOUTERS 
 ing. Thijs VANDENRYT 
 dr. ing. Tim EVENS 
 ing. Tom MACHIELS 


Studiepunten: 6,0
Studiebelastingsuren: 162
Periode: semester 2 (6sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Nee
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Geen volgtijdelijkheid


Begincompetenties

Inhoudelijk steunt dit opleidingsonderdeel op de vakken Mechanica, Fysica, Elektriciteit, Elektronische systemen en Materialen- en productietechnologie. Het is dus aan te raden om deze opleidingsonderdelen opgenomen te hebben in het studietraject om aan Project Engineering Skills te kunnen deelnemen.

 



Inhoud

Dit opleidingsonderdeel integreert communicatie- en projectvaardigheden door het uitwerken van een multidisciplinair project in groepen van ongeveer 8 studenten. De kennis rond fysica, mechanica, elektriciteit en elektronica, chemie en mechanisch ontwerpen zal aangewend moeten worden om een uitdagende opdracht tot een goed einde te brengen. Ter afronding van het opleidingsonderdeel zullen de verschillende groepen hun uitgewerkte opstelling voorstellen en met elkaar in competitie gaan tijdens het slotevent.

Om dit project te doen slagen, zullen er begeleidingssessies voorzien zijn rond:

  • De technische component voor het uitwerken van het concept van het project.
  • De projectmanagementcomponent voor het opvolgen van de te bereiken doelen.
  • De communicatiecomponent voor de rapportering van de verwezenlijkingen in zowel het Nederlands, het Engels en het Frans.


Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel)
 

Cursus 1:

Subtitel: Cursus Mechanisch Ontwerpen
Extra info:

 

Aanbevolen literatuur
  Producttekenen en -documenteren van 3D naar 2D,Uitgeverij Boom in Amsterdam
 

Verplichte software
 

Autodesk Inventor Professional (laatste versie)

  • Licentietype: gratis voor studenten
  • Informatie en download: zie instructies op Toledo.
  • Te installeren op eigen laptop en beschikbaar in KU Leuven Computerlokalen.


Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Collectief feedback moment  
Excursie/veldwerk  
Hoorcollege  
Individueel begeleidingsmoment  
Project  
Werkzittingen  
Werkvormen  
Demonstraties  
Discussies /debat  
Groepswerk  
Huiswerktaken  
Oefeningen  
Presentatie  
Rollenspel (simulatie)  
Seminarie  
Verslag  


Evaluatie

Semester 2 (6,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode80 %
Huiswerktaken
Peer review
Portfolio
Vaardigheidstoets
Verslag
Mondelinge toelichting
Mondelinge evaluatie tijdens onderwijsperiode10 %
Debat
Presentatie
Vaardigheidstoets
Praktijkevaluatie tijdens onderwijsperiode10 %
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden
  1. Deeltaken dienen tijdig ingeleverd te worden.
  2. Er is verplichte aanwezigheid vereist voor de lessen en evaluaties van Frans en Engels, voor de feedbacksessies, voor de PE-test van MONT (Inventortest) en voor projectmanagement sessies.
  3. Op elk onderdeel (6 onderdelen: proces, taal/communicatie, modellering en validatie, mechanisch ontwerp, elektronisch ontwerp, eindproduct) dient minimaal een 8,0/20 te worden behaald.
  4. Op de individuele PE-test van MONT (Inventor-test) dient minimaal een 8,0/20 behaald te worden.
  5. Zowel voor Frans als voor Engels (zowel op het geheel van de individuele opdrachten als op het geheel van de groepsopdrachten) moet minstens een 8,0/20 behaald worden.
Gevolg
  1. Het te laat indienen van een deeltaak wordt bestraft met 5% puntenaftrek (van het te behalen punt) per dag te laat. Niet indienen van een taak staat gelijk met een 0 op deze deeltaak.
  2. Indien een student afwezig is tijdens de lessen of evaluaties van Frans en Engels, tijdens de feedbacksessies, tijdens de PE-test van MONT (Inventortest) of tijdens de projectmanagement sessies, krijgt de student een N als eindresultaat.
  3. Wanneer de student op een van de zes onderdelen minder dan 8,0/20 en een rekenkundig gemiddelde van 9/20 of meer behaalt, dan krijgt de student een 9/20 als eindresultaat in zijn studentendossier, ongeacht het rekenkundig gemiddelde.
  4. Een individuele PE-test MONT kan indien minder dan 8,0/20 worden hernomen binnen de onderwijsperiode. Indien na herkansing op de individuele PE-test het cijfer nog steeds minder dan 8,0/20 bedraagt en het rekenkundig gemiddelde is 9/20 of meer, dan krijgt de student een 9/20 als eindresultaat in zijn studentendossier, ongeacht het rekenkundig gemiddelde.
  5. Indien op Frans en/of Engels (op het geheel van de individuele opdrachten en/of op het geheel van de groepsopdrachten) minder dan 8,0/20 wordt behaald, en het rekenkundig gemiddelde is 9/20 of meer, dan krijgt de student een 9/20 als eindresultaat in zijn studentendossier, ongeacht het rekenkundig gemiddelde. 
Mogelijke externe locatie
Extra info

De evaluatie gebeurt op basis van de inzet en bereikte resultaten, verslagen en presentaties daarvan. De evaluatie gebeurt op 6 onderdelen:

  • Proces
  • Taal/communicatie
  • Modellering en validatie
  • Mechanisch ontwerp
  • Elektronisch ontwerp
  • Eindproduct

Elk onderdeel telt mee voor een zesde van de punten. Voor de permanente evaluatie van MONT (Inventor test) is tijdens het examenmoment geen extra tijd voorzien voor studenten met faciliteiten.

Voor specifieke richtlijnen en mogelijke gevolgen met betrekking tot het gebruik van AI, raadpleeg Toledo.

Enkel het deelcijfer voor de permanente evaluatie van MONT (Inventor test) is overdraagbaar naar het volgende academiejaar mits minimaal een 12,0/20 werd behaald. 




Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
Educatieve master in de wetenschappen en technologie
  •  EC 
  • 5.1  De educatieve master wetenschappen en technologie is een domeinexpert: de educatieve master kan in eigen professioneel denken en handelen - met een gepaste attitude en met continue aandacht voor de eigen vorming - adequaat communiceren naar alle actoren, effectief samenwerken in een (multidisciplinair) STEM-team, kan hierbij gebruik maken van moderne (digitale) hulpmiddelen en rekening houden met de economische, ethische, maatschappelijke en/of internationale context en is zich hierbij bewust van de impact op de omgeving.

  •  EC 
  • 5.2  De educatieve master wetenschappen en technologie is een domeinexpert: de educatieve master heeft een gespecialiseerde kennis van en inzicht in de verworven vakdidactieken en kan deze creatief concipiëren, plannen en uitvoeren in een educatieve context en in het bijzonder als geïntegreerd deel van een methodologisch en projectmatig geordende reeks van handelingen binnen een multidisciplinair STEM project met een belangrijke onderzoeks en/of innovatiecomponent.

  •  EC 
  • 5.3  De educatieve master wetenschappen en technologie is een domeinexpert: de educatieve master heeft gevorderde of gespecialiseerde kennis van en inzicht in de principes, opbouw en gebruikte technologieën van diverse industriële processen en technieken relevant voor de specifieke vakdidactieken en kan hierin complexe, multidisciplinaire, niet-vertrouwde, praktijkgerichte ontwerp- of optimalisatieproblemen autonoom herkennen, kritisch analyseren en methodisch en gefundeerd oplossen met oog voor de toepassing, selectie van materialen, automatisatie, veiligheid, milieu en duurzaamheid, bewust van praktische beperkingen en met aandacht voor de actuele technologische ontwikkelingen.

 

bachelor in de industriële wetenschappen
  •  EC 
  • EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten)

     
  •  DC 
  • 1.10 De student kent de basisprincipes en tekenconventies van technisch tekenen.

      
  •  BC 
  • Kent de tekenconventies voor zowel het tekenen als het opmaken van mechanische tekeningen (bv. lijntypes en -diktes, maatlijnen ,...).

    Kent de tekennormen voor het genereren van projecties, doorsneden, bemating en toleranties in mechanische tekeni ngen.

    Kent de symbolische voorstellingen van mechanische elementen (bv. Schroefdraad, bouten, moeren).

    Kent vo or het opstellen van een werktuigbouwkundig doosier, de algemeen geldende tekenconventies (voorstellingswijze, aanzichten, doors nedes, bematingen,oppervlaktetoestand,...).
  •  EC 
  • EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen)

     
  •  DC 
  • 2.4 De student heeft inzicht in de functionaliteit van de elementaire bouwblokken voor analoge en digitale schakelingen.

      
  •  BC 
  • Kan deze bouwblokken aanwenden om een sturing te maken voor het te ontwerpen product.
     
  •  DC 
  • 2.6 De student heeft inzicht in de basisbegrippen van mechanica en fysica.

      
  •  BC 
  • Kan deze basisbegrippen aanwenden om het ontworpen product te analyseren en modelleren (met video-analyse en Interactive Physics).
     
  •  DC 
  • 2.10 De student kan technische tekeningen lezen.

      
  •  BC 
  • Kan de verbanden tussen de verschillende aanzichten in een technische tekening aangeven en correct interpreteren.
  •  EC 
  • EC3 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan zelfstandig problemen herkennen, op eigen initiatief activiteiten plannen en actie ondernemen. (initiëren en plannen)

     
  •  DC 
  • 3.1 De student kan een relevante onderzoeksvraag opstellen.

      
  •  BC 
  • Kan op basis van een eisenpakket voor het te ontwerpen product een onderzoeksvraag opstellen.
     
  •  DC 
  • 3.2 De student kan op gestructureerde wijze een technisch-wetenschappelijk project plannen.

      
  •  BC 
  • Kan op basis van een eisenpakket en finale doel voor het te ontwerpen product een technisch-wetenschappelijk project plannen.
     
  •  DC 
  • 3.3 De student kan (op eigen initiatief) actie ondernemen.

      
  •  BC 
  • Kan op basis van opgestelde rollen in een projectteam zijn taken uitvoeren en/of bijsturen.
  •  EC 
  • EC4 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven)

     
  •  DC 
  • 4.1 De student kan doelgericht wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken.

      
  •  BC 
  • Kan wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken om het project zo goed mogelijk te plannen en een concept uit te werken.
     
  •  DC 
  • 4.2 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten verzamelen.

      
  •  BC 
  • Kan door gebruik te maken van video-analyse en Interactive Physics meetresultaten verzamelen.
     
  •  DC 
  • 4.3 De student kan correct refereren.

      
  •  BC 
  • Kan bij het uitvoeren van een literatuuronderzoek correct refereren naar bestaande papers uit de vakliteratuur.
  •  EC 
  • EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren)

     
  •  DC 
  • 5.1 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten, resultaten uit simulaties, statistische data en/of technische informatie interpreteren.

      
  •  BC 
  • Kan door gebruik te maken van video-analyse en Interactive Physics de vergaarde meetresultaten interpreteren.
     
  •  DC 
  • 5.12 De student kan de noden voor een beoogd product analyseren en een eisenpakket opstellen.

      
  •  BC 
  • Kan op basis van een gegeven eisenpakket de noden voor het beoogd product analyseren en een concept uitwerken.
  •  EC 
  • EC6 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen)

     
  •  DC 
  • 6.15 De student kan zijn ontwerp uit de werktuigbouw of bouwkunde staven met technisch verantwoorde tekeningen.

      
  •  BC 
  • Kan uitgaande van een onvolledige 2 dimensionele voorstelling de tekening vervolledigen.

    Kan vertrekkende van een 3D tekening of voorwerp, de aanzichten (en/of doorsneden) en bemating correct tekenen, op papier als met Inventor.
  •  EC 
  • EC7 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan de geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om domeinspecifieke oplossingen en ontwerpen planmatig te implementeren met aandacht voor de praktische en economische randvoorwaarden en bedrijfsgebonden implicaties. (implementeren en operationaliseren)

     
  •  DC 
  • 7.1 De student kan een experiment opbouwen en/of uitvoeren.

      
  •  BC 
  • Kan het concept vertalen naar een werkend product en hiervan door experimenten het beoogde product optimaliseren.
     
  •  DC 
  • 7.5 De student kan elektrische kringen en schakelingen bouwen en implementeren.

      
  •  BC 
  • Kan een elektrische sturing bouwen en implementeren voor het beoogde product.
     
  •  DC 
  • 7.6 De student kan ontwerpopdrachten uit de werktuigbouw of bouwkunde uitvoeren.

      
  •  BC 
  • Kan een 2D en 3D tekening maken van het beoogde product.
  •  EC 
  • EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren)

     
  •  DC 
  • 8.1 De student kan (berekende, gemeten of gesimuleerde) resultaten toetsen aan de literatuur en de werkelijkheid.

      
  •  BC 
  • Kan evalueren of de video-analyse en het modelleren in Interactive Physics zal overeenkomen met het beoogde doel.
     
  •  DC 
  • 8.2 De student kan kritisch reflecteren met betrekking tot een technisch-wetenschappelijk project.

      
  •  BC 
  • Kan de projectplanning aanpassen tijdens wekelijks overleg om zo het beoogde product te realiseren.
     
  •  DC 
  • 8.3 De student kan door kritische reflectie eigen denken en handelen bijsturen.

      
  •  BC 
  • Kan op basis van peer evaluatie zijn eigen sterktes en zwaktes bepalen en hieruit doelen stellen om zijn eigen denken en handelen bij te sturen.
     
  •  DC 
  • 8.4 De student kan omgaan met onzekere en/of beperkende context.

      
  •  BC 
  • Kan berekeningen uitvoeren zonder dat hiervoor alle gegevens bekend zijn. Hij kan hiervoor afschattingen maken of gegevens opzoeken in de literatuur.
  •  EC 
  • EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren)

     
  •  DC 
  • 9.1 De student kan correct, gestructureerd en gepast schriftelijk communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied.

      
  •  BC 
  • Kan een groepscontract, vergaderverslag, literatuuronderzoek, abstract, voortgangsverslag, projectopzet en poster (zowel in het Nederlands, Frans als Engels) opstellen.
     
  •  DC 
  • 9.2 De student kan correct, gestructureerd en gepast mondeling communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied.

      
  •  BC 
  • Kan een concept PITCHEN (Frans) en een poster verdedigen (Engels).
     
  •  DC 
  • 9.3 De student kan correct, gestructureerd en gepast grafisch communiceren.

      
  •  BC 
  • Kent voor het opstellen van een werktuigbouwkundig dossier, de algemeen geldende tekenconventies (voorstellingswijze, aanzichten, doorsnedes, bematingen,oppervlaktetoestand,...).

    Kan een 2D en 3D tekening maken van het beoogde product.
  •  EC 
  • EC10 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan op een constructieve en verantwoordelijke wijze functioneren als lid van een (multidisciplinair) team. (samenwerken)

     
  •  DC 
  • 10.1 De student heeft oog voor en draagt bij tot het bepalen van de werkwijze die best gevolgd wordt om een gemeenschappelijke opdracht aan te pakken.

      
  •  BC 
  • Kan samen met mede-studenten een projectplanning opstellen om het beoogde product te realiseren.

    Kan samen met mede-studenten een samenwerkingsovereenkomst/groepscontract opstellen.
     
  •  DC 
  • 10.2 De student kan op een actieve constructieve manier samenwerken met anderen om een gemeenschappelijk doel te bereiken (product).

      
  •  BC 
  • Kan overleggen om vooropgestelde doelen te halen of bij te stellen.

    Kan samenwerken om het beoogde product te realiseren.
     
  •  DC 
  • 10.3 De student heeft oog voor en draagt bij tot een constructieve sfeer en samenwerking (proces).

      
  •  BC 
  • Kan een peer evaluatie doen van de mede-studenten en op een constructieve manier feedback geven op die peer evaluatie.
  •  EC 
  • EC11 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan bij het realiseren van een opdracht verantwoord denken en handelen rekening houdend met de maatschappelijke en internationale waarden, relaties en consequenties. (internationaal gericht en maatschappelijk verantwoord handelen)

     
  •  DC 
  • 11.4 De student heeft oog voor en houdt rekening met algemeen aanvaarde sociale en ethische normen in het eigen denken en handelen.

      
  •  BC 
  • Kan op basis van een peer evaluatie zijn sociale en ethische normen in het eigen denken en handelen bijstellen.
  •  EC 
  • EC12 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude)

     
  •  DC 
  • 12.1 De student heeft een open houding om te leren uit ervaring, feedback en fouten.

      
  •  BC 
  • Kan op basis van de peer evaluatie zijn professionele handelen bijstellen.
 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
1ste bachelorjaar in de industriële wetenschappen J
Educatieve master in de wetenschappen en technologie - keuze voor vakdidactiek engineering & technology J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.