De elektronische studiegids voor het academiejaar 2026 - 2027 is onder voorbehoud.





Elektromagnetisme en wisselstroom (5548)

Coördinerend verantwoordelijke:Prof. dr. ir. Michael DAENEN 
Lid van het onderwijsteam:De heer Lennert PURNAL 
 ing. Michiel CLAES 
 ir. Rick LOENDERS 
 De heer Sander VIJGEN 


Studiepunten: 5,0
Studiebelastingsuren: 135
Periode: semester 1 (5sp)

Onderwijstaal: Nederlands
Examencontract: niet mogelijk

2de Examenkans1: Ja
Eindcijfer2: Numeriek
Tolerantie3: Zie plaats in het onderwijsaanbod

Volgtijdelijkheid
Adviserende volgtijdelijkheid op niveau van de opleidingsonderdelen
 
 
  Volgende opleidingsonderdelen worden geadviseerd ook opgenomen te zijn in uw studieprogramma tot op heden.
    Elektriciteit (3824) 4.0 stptn  
 


Begincompetenties
  • De student moet de rekentechnieken om stromen, spanningen en vermogens te berekenen in complexe kringen aangesloten op DC kunnen toepassen. (elektrodynamica van 1BA)
  • De student moet de basiswetten van magnetisme begrijpen en kunnen toepassen. (elektromagnetisme van 1BA)

 



Inhoud

Elektromagnetisme: deel 2

  • Lorentzkrachten
  • Geïnduceerde spanningen - wet van FARADAY-LENZ
  • Magnetisch gekoppelde kringen
  • Principiële werking DC-machines en transformatoren
  • Overgangsverschijnselen


Wisselstroom theorie

  • Fasordiagram - complexe voorstelling van spanningen, stromen
  • Gedrag van R, L C en combinaties (resonanties)
  • Actief, reactief en schijnbaar vermogen
  • Cos-phi-verbetering
  • Oplossen van 1F en 3F wisselstroomkringen
  • Driefasige netten en beveiliging: TT, TN, IT

Practicum

  1. Inleiding oscilloscoop
  2. RC-, RL-, en RLC-kringen
  3. Overgangsverschijnselen en Vermogen metingen
  4. 3-wattmetermethode >< Aron-schakeling
  5. TL lampen en COS phi verbetering


Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel)
 

Cursus 1:

Subtitel: Elektromagnetisme Deel 2
Extra info: Theorie en Oefeningen voor het tweede deel van elektromagnetisme.

Cursus 2:

Subtitel:Practicumtekst elektromagnetisme en wisselstroom
Extra info:

 

Verplicht studiemateriaal
 

Extra informatie via het online leerplatform Toledo.

 

Aanbevolen literatuur
  Natuurkunde voor wetenschap en techniek: Elektrostatica en magnetisme,Douglas C Giancoli,Prentice-Hall/Academic Service
 

Opmerkingen
 

Situering in het curriculum: In dit opleidingsonderdeel wordt de basis gelegd voor toepassingen in het gebied van de elektrotechniek. Deze kennis is vereist om dieper in te kunnen gaan op elektrische machines en distributie van elektrische energie.

Relatie met onderzoek: Dit opleidingsonderdeel stelt resultaten van onderzoek voor zonder expliciet te verwijzen naar de onderzoeker of het onderzoek zelf. De studenten voeren onderzoeksgerelateerde opdrachten uit.

Relatie met werkveld: Het juist hanteren van de disciplinegebonden wetmatigheden, grootheden en eenheden is een minimum eis om in het werkveld op eenduidige wijze te kunnen communiceren.



Organisatie- / Werkvormen
Organisatievormen  
Applicatiecollege  
Practicum  
Werkvormen  
Oefeningen  
Verslag  


Evaluatie

Semester 1 (5,00sp)

Evaluatievorm
Schriftelijk examen100 %
Behoud van deelcijfer in academiejaarJa, met voorwaarde
Voorwaarde behoud van deelcijfer in academiejaarDe student moet voor het schriftelijk examen minimum 10/20 behalen om een behoud van deelcijfer te krijgen voor de 2de examenperiode.
Gesloten-boek
Open vragen
Gebruik studiemateriaal tijdens evaluatie
ToelichtingHet formularium mag gebruikt worden tijdens het examen. Een grafisch rekentoestel mag gebruikt tijdens het examen worden voor het oplossen van de oefeningen op voorwaarde dat het geheugen gewist is.
Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen)
Voorwaarden
  1. De student moet aanwezig zijn tijdens alle voorbereidende practica en telkens de gevraagde werkende opstellingen kunnen opbouwen.
  2. De student moet deelnemen en slagen voor de finale practicum-test van het practicum (Pass) om een eindcijfer te krijgen.
Gevolg
  1. Bij gewettigde afwezigheid voor een voorbereidend practicum dient de student de betrokken docent binnen de 24 uur te contacteren met de reden van afwezigheid en met de vraag om het practicum te kunnen inhalen. Een student die afwezig is tijdens 1 of meerdere voorbereidende practica of die er niet in slaagt om 1 of meerdere gevraagde opstellingen op te bouwen,  mag niet deelnemen aan de finale practicum-test (ook niet in tweede zit).

  2. Bij gewettigde afwezigheid voor de finale practicum-test dient de student de betrokken docent binnen de 24 uur te contacteren met de reden van afwezigheid en met de vraag om de finale practicum-test te kunnen inhalen. Een student die niet deelneemt aan of die niet slaagt op de finale practicum-test (Fail) krijgt Fail als eindresultaat.

Extra info

Er is bijkomend aan het schriftelijk examen ook een praktijkevaluatie van het practicum tijdens de onderwijsperiode met een pass/fail evaluatie. Deze praktijkevaluatie bestaat uit een aantal voorbereidende practica en een finale practicum-test.

Voor specifieke richtlijnen en mogelijke gevolgen met betrekking tot het gebruik van AI, raadpleeg Toledo.

Voor deze praktijkevaluatie van het practicum is het kunnen afronden van de opdracht(en) in het voorziene tijdsbestek onderdeel van de evaluatie. Studenten in bijzondere omstandigheden die als faciliteit een relatieve meertijd kregen toegekend kunnen hierop daarom geen beroep doen tijdens deze praktijkevaluatie. 

 


Tweede examenkans

Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans
Neen
Toelichting evaluatievorm De student die geslaagd is op de praktijkevaluatie van het practicum
(pass) behoudt deze pass.
De student die niet geslaagd is op de praktijkevaluatie van het
practicum (fail) kan de finale practicum-test ook in de tweede
examenkans op de dag van het examen opnieuw afleggen op voorwaarde dat
hij voldoet aan de voorwaarde van deelname aan deze finale
practicum-test (zie evaluatie
voorwaarden).
De voorbereidende practica kunnen niet herkanst worden.

Een pass op de praktijkevaluatie van het practicum wordt automatisch
overgedragen naar volgend academiejaar.
Overdracht van het cijfer van de schriftelijke examen gebeurt
automatisch indien de student op het schriftelijk examen minimaal 12
,0/20
behaalde. De student kan er in dat geval toch voor kiezen de
schriftelijke examen te hernemen, maar hij moet dit expliciet melden
aan de betrokken docent(en) bij de start van het academiejaar.
Het is de verantwoordelijkheid van de student om bij de start van het
academiejaar navraag te doen naar de behaalde deelpunten in het vorig
academiejaar.


Eindcompetenties
  EC = eindcompetenties      DC = deelcompetenties      BC = beoordelingscriteria  
bachelor in de industriële wetenschappen
  •  EC 
  • EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten)

     
  •  DC 
  • 1.5 De student kent de basiswetten van de elektrotechniek op het gebied van elektrodynamica en -statica, elektromagnetisme, één- en driefasige wisselstroom.

      
  •  BC 
  • kent definities en stellingen uit magnetisme, de wisselstroomtheorie en driefasige wisselstroom en kent toepassingen hierop.

    kent de belangrijkste veiligheidsaspecten van elektrische netten en kan de verschillende componenten identificeren en de w erking verklaren.

    kent labotechnieken waarmee theoretisch omschreven verschijnselen kunnen worden gedemonstreerd.
  •  EC 
  • EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen)

     
  •  DC 
  • 2.5 De student begrijpt de basiswetten van de elektrotechniek op het gebied van elektrodynamica en -statica, elektromagnetisme, één- en driefasige wisselstroom.

      
  •  BC 
  • kan inzicht in theorie en praktijk aantonen door de werking van verschijnselen en praktische toepassingen te kunnen verklaren op basis van gekende stellingen en definities.

    kan in het labo verschijnselen demonstreren en deze verklaren.
  •  EC 
  • EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren)

     
  •  DC 
  • 5.1 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten, resultaten uit simulaties, statistische data en/of technische informatie interpreteren.

      
  •  BC 
  • De student kan gegevens opgemeten met een scoop correct interpreteren en vertalen naar een vectordiagram.
     
  •  DC 
  • 5.9 De student kan elektrische kringen en schakelingen analyseren.

      
  •  BC 
  • De student kan in een labo een fout vinden in zijn meetopstelling of gebouwde schakeling.
  •  EC 
  • EC6 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen)

     
  •  DC 
  • 6.1 De student kan een gepaste oplossingsmethode selecteren.

      
  •  BC 
  • de student kan voor het oplossen van vraagstukken uit magnetisme, éénfasige en driefasige wisselstroom de correcte methode selecteren.
     
  •  DC 
  • 6.2 De student kan de gekozen oplossingsmethode correct uitvoeren.

      
  •  BC 
  • de student kan vraagstukken uit magnetisme, éénfasige en driefasige wisselstroom correct oplossen.
     
  •  DC 
  • 6.3 De student kan technische hulpmiddelen zoals rekentoestellen, meettoestellen en software selecteren.

      
  •  BC 
  • de student kan vraagstukken oplossen met behulp van zijn grafisch rekentoestel.

    de student kan de juiste toestellen selecteren in het labo om metingen uit te voeren.
     
  •  DC 
  • 6.10 De student kan elektrische kringen en schakelingen doorrekenen.

      
  •  BC 
  • de student kan vraagstukken uit magnetisme, éénfasige en driefasige wisselstroom correct oplossen.
  •  EC 
  • EC7 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan de geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om domeinspecifieke oplossingen en ontwerpen planmatig te implementeren met aandacht voor de praktische en economische randvoorwaarden en bedrijfsgebonden implicaties. (implementeren en operationaliseren)

     
  •  DC 
  • 7.1 De student kan een experiment opbouwen en/of uitvoeren.

      
  •  BC 
  • De student kan een specifieke test opbouwen en uitvoeren volgens de opgegeven labo's.
     
  •  DC 
  • 7.2 De student kan technische hulpmiddelen zoals rekentoestellen, meettoestellen en software gebruiken.

      
  •  BC 
  • de student kan de toestellen in het labo gebruiken.
     
  •  DC 
  • 7.5 De student kan elektrische kringen en schakelingen bouwen en implementeren.

      
  •  BC 
  • de student kan een opstelling bouwen gerelateerd aan de gegeven labo's.
  •  EC 
  • EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren)

     
  •  DC 
  • 9.3 De student kan correct, gestructureerd en gepast grafisch communiceren.

      
  •  BC 
  • kan een net schematisch weergeven.

    kan een fasediagram tekenen.
  •  EC 
  • EC12 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan toepassings- en oplossingsgericht, met het vereiste doorzettingsvermogen, professioneel en academisch handelen met oog voor realisme en efficiëntie en geeft blijk van een onderzoekende houding tot levenslang leren. (ingenieursattitude)

     
  •  DC 
  • 12.1 De student heeft een open houding om te leren uit ervaring, feedback en fouten.

      
  •  BC 
  • De student leert uit de feedback en ervaring die hij opdoet in de oefenzittingen en labo's.
     
  •  DC 
  • 12.3 De student eigent zich een gepaste ingenieursattitude toe (nauwkeurig, efficiënt, veilig, resultaatgericht,...).

      
  •  BC 
  • De student werkt op een veilige manier in het labo en heeft respect voor de materialen die hij gebruikt.

    De student heeft bij het oplossen van vraagstukken en bij het afleiden van een stelling oog voor orde en duidelijkheid.
 

Plaats in het onderwijsaanbodTolerantie3
2de bachelor in de industriële wetenschappen (gemeenschappelijk pakket) J



1   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2.
2   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3.
3   Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.