| Studiepunten: 5,0 | | Studiebelastingsuren: 135 | Periode: semester 1 (5sp)  |
| Onderwijstaal: Nederlands | | Examencontract: niet mogelijk |
|
|
Voor thermodynamica is wiskundige kennis vereist op het vlak van (partiële en totale) differentialen en integreren van functies in één en twee veranderlijken.
|
|
|
|
|
De thermodynamica bestudeert de toestandsveranderingen die systemen kunnen ondergaan door energieoverdracht. We leven in een periode waarin energie stilaan een kostbaar goed wordt. Van de vele energievormen waarover we beschikken, gebruiken we hoofdzakelijk de fossiele brandstoffen. Meer en meer zijn we ons bewust van de eindigheid van deze energievoorraden. Om deze in industriële processen op een verantwoorde manier te kunnen gebruiken is het noodzakelijk een degelijke basiskennis te bezitten van de wetten die de energietransformaties beheersen.
De student verwerft voldoende inzicht en vaardigheid om de belangrijkste wiskundige en fysische begrippen zelfstandig aan te wenden in de thermodynamica waarvan de toepassing tot de taak van een industrieel ingenieur behoort.
De studenten leren in de oefenzittingen hoe de theorie zelfstandig toe te passen om energietransformatie problemen op te lossen.
In het laboratorium gebeurt het aanleren van praktische vaardigheden en van sociale vaardigheden door werken en overleggen in kleine groepjes.
De studie van de Thermodynamica staat in nauw verband met de: kennis van toegepaste mechanica, fysica, fluïdomechanica en werktuigkunde. kennis en toepassing van systemen voor energiebeheersing, omvorming, distributieen aanwending van energie.
- Basisbegrippen: arbeid, warmte (kinetische gastheorie), temperatuur en thermische expansie, inwendige energie, p-v, t-v en p-t diagram
- Eerste hoofdwet: voor gesloten systemen, ideaal gas, reëel gas, mengsels. Voor open systemen. enthalpie
- Omkeerbare en niet-omkeerbare toestandsveranderingen
- Tweede hoofdwet: voor gesloten systemen, voor open systemen, entropie
- Combinatie van de 2 hoofdwetten:
- basis-kringprocessen: Carnot, Otto, Diesel, Joule, Rankine
- koelcyclus, exergie, anergie, Sankey-diagram, stationaire stroming, warmteoverdracht,
stroming met wrijving, technische arbeid, vochtige lucht
- Diagrammen: T-s, h-s, log p-h
- Toepassingen: zuigercompressor, stoomcentrale, gasturbine, luchtbehandeling, warmtepomp, warmtewisselaar, evenwicht 1-fase systemen
Practicum
- Ideale gaswet
- Adiabatische compressie van een gas
- De Stirling motor
- Warmtepomp
|
|
| Verplichte cursussen (gedrukt door boekhandel) |
| |
Cursus 1:
Subtitel: Cursus Thermodynamica (Theorie) Extra info:
Cursus 2:
Subtitel: Oefenbundel Thermo Extra info:
Cursus 3:
Subtitel: Practicumteksten Thermo Extra info: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoorcollege ✔
|
|
|
|
Practicum ✔
|
|
|
|
Werkzittingen ✔
|
|
|
|
|
|
|
|
Oefeningen ✔
|
|
|
|
Verslag ✔
|
|
|
|
Semester 1 (5,00sp)
| Evaluatievorm | |
|
| Schriftelijke evaluatie tijdens onderwijsperiode | 10 % |
|
| Behoud van deelcijfer in academiejaar | Ja, geen tweede examenkans |
|
|
|
|
|
|
|
| Evaluatievoorwaarden (deelname en/of slagen) | ✔ |
|
| Voorwaarden |
-
Een student moet zowel op het schriftelijk examen als op de schriftelijke evalatie van het practicum een tolereerbaar resultaat (>= 8,0/20) behalen om te kunnen slagen voor het opleidingsonderdeel.
-
Verplichte aanwezigheid tijdens alle practica.
|
|
|
|
| Gevolg |
-
Een student die op het schriftelijk examen of op de schriftelijke evaluatie van het practicum een niet-tolereerbaar cijfer (<8,0/20) behaalt en een rekenkundig gewogen gemiddeld behaalt ≥ 9/20, krijgt als eindresultaat in zijn studentendossier een 9/20, ongeacht het rekenkundig gewogen gemiddelde.
-
Bij gewettigde afwezigheid voor een practicum dient de student de betrokken docent binnen de 24 uur te contacteren met de reden van afwezigheid en met de vraag om het practicum te kunnen inhalen. Bij één of meer ongewettigde afwezigheden voor een practicum krijgt de student als eindresultaat voor het gehele opleidingsonderdeel een 'N' (een examenonderdeel niet volledig afgelegd: ongewettigd afwezig voor onderde(e)len van de evaluatie). Dit betekent dat dit opleidingsonderdeel volgend academiejaar moet hernomen worden.
|
|
|
|
| Extra info | Voor specifieke richtlijnen en mogelijke gevolgen met betrekking tot het gebruik van AI, raadpleeg Toledo. |
|
Tweede examenkans
| Evaluatievorm tweede examenkans verschillend van eerste examenkans | |
|
| Toelichting evaluatievorm | Voor de schriftelijke evaluatie van het practicum is er geen tweede examenkans. De behaalde punten van de eerste examenkans blijven behouden.
Overdracht van het cijfer van de schriftelijke evaluatie van het practicum of van het schriftelijk examen naar een volgend academiejaar gebeurt automatisch indien de student minimaal 12,0/20 behaalde. De student kan ervoor kiezen om toch de evaluatie te hernemen, maar hij moet dit dan expliciet melden aan coördinerend verantwoordelijke bij de start van de onderwijsperiode. Studenten die minder dan 12,0/20 behaalden dienen alle practica opnieuw uit te voeren. Het is de verantwoordelijkheid van de student om bij de start van het academiejaar navraag te doen naar de behaalde deelpunten in het vorig academiejaar. |
|
|
|
|
Eindcompetenties | EC = eindcompetenties DC = deelcompetenties BC = beoordelingscriteria |
bachelor in de industriële wetenschappen
|
- EC
| EC1 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijke en technologisch toepassingsgerichte kennis van de basisbegrippen, structuur en samenhang van het specifieke domein. (kennis bezitten) | | | - DC
| 1.7 De student kent de basisprincipes van de thermodynamica. | | | | - BC
| kan basisbegrippen, hoofdwetten, toestandsveranderingen en kringprocessen uit de thermodynamica definiëren. | - EC
| EC2 - De Bachelor in de industriële wetenschappen bezit algemeen wetenschappelijk en ingenieurstechnisch disciplinegebonden inzicht in de basisbegrippen, methodes, denkkaders en onderlinge relaties van het specifieke domein. (begrijpen) | | | - DC
| 2.7 De student heeft inzicht de basisprincipes van de thermodynamica. | | | | - BC
| kan de combinatie van de hoofdwetten gebruiken om kringprocessen te beschrijven en de juiste diagrammen (p-v, T-s,...) daaraan koppelen. | - EC
| EC4 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan doelgericht relevante wetenschappelijke en/of technische informatie opzoeken en verzamelen of efficiënt en nauwgezet de benodigde informatie meten en correct refereren. (data verwerven) | | | - DC
| 4.2 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten verzamelen. | | | | - BC
| kan in teamverband gegevens verzamelen in het labo en bespreken met medestudenten. | - EC
| EC5 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen analyseren, opsplitsen in deelproblemen, logisch structureren, de randvoorwaarden bepalen en de gegevens op een wetenschappelijke manier interpreteren. (analyseren) | | | - DC
| 5.1 De student kan op gestructureerde wijze meetresultaten, resultaten uit simulaties, statistische data en/of technische informatie interpreteren. | | | | - BC
| kan in groep een labo-opdracht afronden met in acht nemen van het bespreken en interpreteren van resultaten en deze resultaten in een verslag verwerken. | | | - DC
| 5.4 De student kan problemen opsplitsen in deelproblemen. | | | | - BC
| kan meervoudige problemen voor verschillende thermodynamische kringprocessen zelfstandig oplossen door het kringproces op te splitsen in (gesloten of open) deelsystemen. | | | - DC
| 5.11 De student kan eenvoudige problemen binnen energieconversie en stromingsleer analyseren. | | | | - BC
| kan problemen voor gesloten en open systemen alsook kringprocessen zelfstandig analyseren | - EC
| EC6 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan adequate oplossingsmethodes selecteren om niet-vertrouwde, domeinspecifieke problemen op te lossen en kan methodologisch te werk gaan in ontwerp en hierin gefundeerde keuzes maken. (oplossen en ontwerpen) | | | - DC
| 6.2 De student kan de gekozen oplossingsmethode correct uitvoeren. | | | | - BC
| kan problemen voor gesloten en open systemen alsook kringprocessen zelfstandig oplossen. | | | - DC
| 6.12 De student kan eenvoudige problemen binnen energieconversie oplossen. | | | | - BC
| kan problemen voor gesloten en open systemen alsook kringprocessen zelfstandig oplossen. | - EC
| EC8 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan (onvolledige) resultaten interpreteren, kan omgaan met onzekerheden en beperkingen en kan kennis en vaardigheden kritisch evalueren om op basis hiervan eigen denken en handelen bij te sturen. (kritisch reflecteren) | | | - DC
| 8.1 De student kan (berekende, gemeten of gesimuleerde) resultaten toetsen aan de literatuur en de werkelijkheid. | | | | - BC
| kan kritisch reflecteren over de resultaten (grootteorde).
kan zijn resultaten verifiëren aan de hand van externe bronnen. | - EC
| EC9 - De Bachelor in de industriële wetenschappen kan met vakgenoten mondeling en schriftelijk (grafisch) communiceren over domeingebonden aspecten in een relevante taal en met gebruik van de toepasselijke terminologie. (communiceren) | | | - DC
| 9.1 De student kan correct, gestructureerd en gepast schriftelijk communiceren in relevante talen voor zijn vakgebied. | | | | - BC
| kan verzamelde gegevens in een labo gestructureerd, objectief, volgens de normen, ... schriftelijk rapporteren. |
|
|
|
|
| Plaats in het onderwijsaanbod | Tolerantie3 |
|
2de bachelor in de industriële wetenschappen (gemeenschappelijk pakket)
|
J
|
|
|
1 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 12.2, lid 2. |
| 2 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 15.1, lid 3. |
3 Onderwijs-, examen- en rechtspositieregeling art. 16.9, lid 2.
|
|
|